Weer een verhaal gepubliceerd!

injectie-header

 

Hier is mijn korte verhaal HET KWAAD  te lezen, een spannend verhaal dat ook in de bundel SF verhalen is verschenen.

http://woordenstroom.org/html/annemarie_enters__22_.html

Ik blijf doorgaan en mijn fantasie is nog lang niet opgedroogd.

Veel leesplezier. De andere korte verhalen staan ook op de site van woordenstroom.org onder mijn naam.

Advertisements

Alweer raak geschoten met mijn korte verhaal LOKVOGEL, de eerste prijs nog wel.

http://www.woordenstroom.org/html/annemarie_enters__21_.html

Er staan nu al 21 korte verhalen op de site van woordenstroom.

Dit bord is ongeveer 150 jaar geleden door een ver familielid (Cornelia Johanna Gerarda Gijsberti Hodenpijl) beschilderd. Recent werd dit servies geveild. Mijn man kocht dit voor mij… wie weet zit porselein beschilderen in mijn genen!

IK BEN ER OOK NOG, fragment van mijn nieuwste boek.

HET IS GENOEG GEWEEST

‘Poes, zorg maar voor iets lekkers. Vanavond komt mijn rugbyclubje.
Barbara hoorde geroezemoes, gelach en gerinkel van glazen op de achtergrond voordat Aernout het gesprek afbrak. Met samengeknepen lippen legde ze de telefoon neer.
Ze wreef met haar hand door haar halflange haar en zette haar lege espresso kopje met een klap op het houten aanrecht.
Vandaag was het precies een jaar geleden dat hij met pensioen was gegaan en van zijn belofte om samen te gaan reizen was nog niets gekomen. Ze liep door hun comfortabele huis en dacht aan zijn afscheidspartij. In zijn toespraak om iedereen te bedanken had hij haar opgehemeld. Ze hoorde hem nog zeggen: ‘Door Barbara’s bijdrage is het mij gelukt om een geweldig carrière als chirurg te maken… nu is het tijd om samen te genieten.’ Ze streek een lok uit haar gezicht. Wanneer ze over een reis begon kreeg ze steevast als antwoord: ‘Al die congressen, jeetje Bar begrijp je dat ik geen vliegtuig meer kan zien.
Andere manieren van reizen trokken hem eveneens niet en op haar suggestie om een cruise te maken, had hij meteen het excuus dobberen in een klein hutje, mij niet gezien.
Boos had ze geroepen: ‘Je bekijkt die folders niet eens. Een hut is het al lang niet meer. Staterooms noemen ze die, net zo groot als een hotelkamer.’
‘Voor mij blijft het een hut,’ riep hij, voordat hij weer zijn krant indook.
Met hem was niet te praten. Hij achtte het onderwerp reizen als gesloten. Rugby, dat was het, daarvan was hij weer helemaal in de ban. Af en toe bekeek hij zijn handen, waarbij ze hem blij hoorde brommen. ‘Nu hoef ik die niet meer te sparen. God, wat heb ik die rugby gemist…’
Na Aernouts bevel om voor zijn club te gaan koken, dacht ze aan de lezing die ze gisteren had bijgewoond. De woorden van de spreekster over levenskunst, kwamen weer boven. Van uitstel komt afstel… niet wachten tot morgen, want morgen komt misschien niet.
Als Aernout er geen zin in had om met haar mee te gaan, dan maar alleen. Meerdere vriendinnen deden dat. Nu was ze nog fit genoeg om op reis te gaan. Als ze vandaag weer ging toegeven, bleef ze tot haar dood in het verzorg stramien hangen. Mocht ze lichamelijk achteruitgaan, dan kon ze het reizen vergeten. Aernout was de kwaadste niet, maar hij verwachtte dat zij altijd voor hem klaarstond. Vanaf hun studententijd had ze voor hem gezorgd. Misschien was het dom geweest. Ze had het met liefde gedaan, maar nu voelde ze zich op een zijspoor gezet. Goed, ze woonden in een prachtig huis. Wat materiele zaken betreft had ze niet te klagen. Hij gaf haar royaal huishoudgeld.
Ze liep naar de antieke spiegel in de gang, trok haar wangen strak naar achteren en lachte tegen haar spiegelbeeld. Voor tweeënzestig zag ze er goed uit.
Ze dacht terug aan hun studenten huwelijk. Beiden studeerden medicijnen. Aernout was al met zijn specialisatie bezig. Destijds bestonden er nog geen computers en als vanzelfsprekend typte zijn proefschrift uit. Vlak voor de bevalling van hun eerste kind, stopte ze met haar studie. Kort daarop kwam nummer twee. Het oppikken van haar studie bleef ze uitstellen.
Aernout verdiende genoeg als chirurg in opleiding en hij vond het prima dat ze zich helemaal aan de verzorging van de kinderen wijdde. Veel van haar vriendinnen hadden hun studie opgegeven. Huizen waren nog niet zo duur als tegenwoordig, zodat ze goed van één salaris konden leven. Na de geboorte van hun derde kind en zodra hij tot de maatschap was toegetreden, kocht hij het mooie huis waar ze nog steeds woonden. Een grondige verbouwing gebeurde enkele jaren later.
Aernout kreeg regelmatig uitnodigingen voor congressen en meegaan zat er niet altijd in.
Nu stonden de drie kinderen op eigen benen, al kreeg ze vaak het verzoek om op de kleinkinderen te passen. Van de kleintjes had ze genoten, maar nu ze aan het puberen waren, vond ze hun gedrag niet te pruimen. In plaats van gezellig met haar te praten, bekeken ze haar niet eens en speelden ze spelletjes op hun iPad.
Ze dacht aan Eugenie, haar oudste vriendin. Met een stel vriendinnen reisde ze de hele wereld af. Hoofdschuddend had Eugenie haar aangekeken. ‘Barbara, ga niet verpieteren. Voor je het weet zit je in een verpleeghuis. Kom op meisje, ga met ons mee op reis. Het zal je goed doen.’
‘Ja, maar Aernout heeft mij nodig.’
‘Onzin, hij heeft toch handjes? Je hebt je hele leven voor je gezin klaargestaan. Geniet, doe eens iets voor jezelf.’
‘Ik heb mijn bridgeclubje.’
Eugenie maakte een dramatisch gebaar. ‘Het houdt je huwelijk fris. Maar je moet het zelf weten. Ik zou zo niet kunnen leven. Je bent toch niet bang om er alleen op uit te trekken? Aernout mankeert niets. Hij kan best voor zichzelf zorgen. In de buurt zijn restaurants genoeg.’
Nu had ze er spijt van dat ze niet eerder het besluit had genomen om met Eugenie’s clubje mee te gaan. De vriendinnen lieten hun echtgenoot met een volle ijskast achter en kwamen stralend van hun reizen terug.
Ze liep naar boven en bekeek haar kleren. Voor een reis en om er eens echt uit te zijn, had ze niets fatsoenlijks. Overdag liep ze in jeans. In de winter droeg ze daarover een warme trui en in de zomer trok ze T-shirts aan. Wanneer ze uit eten gingen, liep ze bijna altijd in haar nette zwarte jurkje. Ze had een paar zwart schoenen met hoge hakken. Overdag liep ze op loafers. Met een frons liep ze de trap af en dacht hoe ze Aernout duidelijk kon maken dat ze echt van plan was om iets voor zichzelf te gaan doen.
Ze stond net met een fles witte wijn in haar hand en hoorde zijn fluitje.
Aernout smeet zijn sportspullen in de hal, rekte zich uit, kwam de keuken in en riep: ‘Poes, is er nog iets te eten? Je weet toch dat we vanavond…’ Hij wachtte haar antwoord niet af, maar pakte zijn krantje van de keukentafel, slenterde daarmee naar de zitkamer en plofte in zijn luie stoel.
Barbara kwam hem achterna en ging voor hem staan. Ze haalde diep adem en vouwde haar handen voor haar borst. ‘Aernout, wat als ik nu eens geen zin heb om voor jouw clubje te gaan koken, bedienen en op te ruimen?’
‘Bar, doe niet zo flauw, je kunt dat prima.
Aernout zat er bij als een zoutzak in zijn ribfluwelen slobberbroek, designers T-shirt en met zijn van Bommelschoenen. Haren iets te lang, al stond hem dat prima. Hij was nog steeds aantrekkelijk en dat wist hij ook.
Barbara begon enkele decibellen hoger: ‘Vanavond doe ik dat niet. Ik heb besloten vanaf nu aan mezelf te denken. Straks ga ik naar de kapper, daarna ga ik nieuwe kleren kopen en vanavond ga ik eten bij De Viersprong. Zoek het maar uit, haal maar pizza’s.’
Ze draaide zich om.
Aernout liet de krant een centimeter zakken, haalde zijn schouders licht op en las gewoon door.
Prompt ging de telefoon. Hij bleef rustig zitten. Na vijf keer rinkelen pakte ze maar op.
Haar oudste dochter Valerie was aan de lijn. ‘Mam, ik kan met Thomas mee naar Portugal, 5 dagen. Kan je komen oppassen?’
‘Nee, schat, ik ga zelf op reis.’
‘Mam, doe niet zo flauw. Heeft papa jou uitgenodigd? Kan me niet voorstellen. Zijn rugby vriendjes staan toch bovenaan zijn lijstje?’
‘Ja schat, en dat is precies de reden waarom ik nu aan mezelf ga denken. Ik heb mijn beste jaren voor jullie klaar gestaan en dat is meer dan genoeg geweest. Vanaf nu ga ik dingen voor mijzelf doen, straks is het te laat en dan…’
Haar dochter onderbrak haar. ‘Nou, veel plezier, ik vraag de moeder van Thomas wel.’ Gepikeerd legde ze het toestel neer.
Aernout keek even van zijn krant op, waarbij ze hem onzin hoorde mompelen.
Met gebalde vuisten liep Barbara naar haar bureautje. Volkomen overbodig, herschikte ze de zilveren fotolijstjes die daar bovenop stonden. Alleen maar lachende gezichten, waarin het leven als een feest overkwam, staarden haar aan. Met een zucht trok ze het kleinste laatje open, pakte haar paspoort en haar creditcard en zag dat beiden nog een paar jaar geldig waren. Ze zocht haar autosleutels, pakte haar grote shopper, griste haar oude vertrouwde jack van de kapstok en stak haar armen in de mouwen, trok de rits omhoog en sloeg de voordeur hard achter zich dicht. Het grind knarste boos. In haar oude Volvo reed ze naar het dorp. Er was net een plaatsje vrij bij de kerk. Hier was het parkeren gratis, mooi om op haar gemak te gaan winkelen. Ze voelde zich ambivalent. Altijd dat schuldgevoel. Nu moest ze echt de knoop doorhakken voordat ze spijt van het blijven doormodderen ging krijgen.
Ze stapte uit en sloot de auto af. Eerst wilde ze naar de kapper. Met grote stappen liep ze naar de kapsalon. Even aarzelde ze. Was het wel goed om nu aan zichzelf te denken? Nu niet twijfelen, zei een nieuw stemmetje. Ze haalde diep adem en stapte naar binnen.
Sandrine groette haar. ‘Mevrouw u boft, er is een afzegging. Als u tijd heeft…’
‘Nu meteen?’
‘Ja mevrouw.’
Ze trok haar mondhoeken omhoog en voelde zich een beetje baldadig. ‘Uitstekend. Maak er maar iets leuks van Sandrine.’
Ze trok haar jack uit en zette haar tas naast de stoel. Afwachtend ging ze zitten en zag in de spiegel hoe Sandrine haar hoofd van alle kanten bekeek.
‘Meent u dat? U wilt toch altijd hetzelfde?’
‘Nu eens niet, bedenk maar iets. Een ander kleurtje? Het moet wel flatteren en het hoeft ook weer niet hypermodern.’
Ze hield het aangeboden tijdschrift op haar oude jeansrok. Hoog tijd om die te vervangen.
‘Mevrouw, ik heb al een idee.’
‘Ga je gang, doe maar wat. Ik laat het helemaal aan jou over.’ Ze sloot haar ogen en voelde Sandrines kundige handen door haar haar gaan.
De kapster borstelde het haar achterover en pakte de wasbak. Gewillig leunde ze haar hoofd achterover en hoorde het water al uit de handdouche komen.
Ze gniffelde en dacht aan Aernout. De keuken zou straks wel een puinhoop zijn. Flink zijn, sprak ze zichzelf toe. Nu niet meer toegeven.
Twee uur later bekeek ze zichzelf in de spiegel. Het nieuwe kleurtje stond haar prima en de korte coupe flatteerde enorm.
‘Bent u tevreden?’
‘Sandrine, geweldig. Ik moet er even aan wennen dat ik dit ben. Nu wil ik nog nieuwe kleren.’
‘Gaat u op reis?’
‘Ik zit daar hard aan te denken meisje. Mijn man heeft daar geen zin in en ik…’
‘U hebt groot gelijk mevrouw… mannen…’ Met een veelbetekenende blik deed ze de kapmantel af. Ze leunde tegen de spiegel. ‘Kijkt u eens bij Spetters, een nieuwe boetiek, hij zit naast de kaasboer.’
‘Dank voor de tip Sandrine.’
Ze rekende af, pakte haar spullen op en stapte neuriënd de kapsalon uit. Af en toe keek ze in een etalageruit die een knappe vrouw met een flatteus kapsel weerspiegelde. Ze vroeg zich af wat Aernout straks zou zeggen. Ze kwam geen bekenden tegen. Jammer. Zou ze een complimentje krijgen over haar nieuwe kapsel?
Naast de kaasboer zag ze het modewinkeltje al. Voor de etalage bleef ze staan. Mooie kleren, natuurlijk materiaal. Op kaartjes stond met zwierige letters: kasjmier, zijde, katoen en wol. Het belletje rinkelde zodra ze de deur opendeed. Ze stapte over de drempel op een moderne parketvloer.
Een jonge vrouw kwam haar tegemoet en keek haar vriendelijk aan. ‘Wilt u even rondkijken of kan ik u helpen?’
Barbara klopte op haar jeansrok en trok aan haar jack. ‘Ik ben deze praktische kleding meer dan beu. Een nieuwe garderobe kan ik best gebruiken. Iets voor het tussenseizoen lijkt mij met dit klimaat wel handig. In de etalage zag ik een mooie omslagdoek, kasjmier. Die wil ik beslist hebben… verder… kijkt u maar wat mij het meest flatteert.’
De eigenaresse knikte begrijpend en kneep haar ogen half dicht.
Barbara trok haar jack uit en zette haar tas op een stoel.
De vrouw liep om haar heen en mompelde iets in zichzelf. Hier en daar pakte ze een kledingstuk, hield dit haar voor. Met een kritische blik verwisselde ze een paar stukken en legde de uitgezochte voorwerpen op een half ronde bank. ‘Met deze kleren lijkt u langer… geel, roze en lichtblauw zijn uw kleuren. Kijk ik heb hier enkele kasjmier tricots. Een lichtblauwe suède rok met daarover een zachtgeel twinset… prachtig.
Barbara voelde de zachte stof en knikte enthousiast.
‘Ook twee jurken voor dinertjes graag, maar niet te stijf.’
De vrouw opende een spiegelkast en pakte twee schitterende jurken.
‘Mooi, maar ik wil liever iets dat niet kreukt… voor op reis.
Met opgetrokken wenkbrauwen, spitte de vrouw haar voorraad door en hield twee andere jurken op. ‘Zoekt u zoiets?’
Barbara knikte. ‘Ja, dat is precies wat ik in gedachten had. Deze wil ik eerst passen.’
‘Wilt u koffie?’
‘Dolgraag, ik heb vergeten te lunchen. Ik merk dat ik rammel.’
‘Ik kan een broodje voor u halen.’
‘Oh, als dat niet teveel moeite is…’
Barbara popelde om de jurken te proberen. Ze liep de grote kleedkamer in en trok haar oude spullen zuchtend uit. Het was jaren geleden dat ze zich zo te buiten was gegaan aan kleding. Truien en T-shirts kocht ze vaak op internet. Ze gniffelde, schopte haar schoenen uit en stond in haar ondergoed klaar om de mooie jurk over haar hoofd te doen.
Gedienstig schoot de verkoopster haar te hulp. ‘Kom ik help u even.’
In de spiegel keek ze hoe de verkoopster de jurk voorzichtig over haar hoofd deed. Nadat de rits was opgetrokken, bewonderde ze zichzelf.
De jonge vrouw knikte goedkeurend. ‘Bekijkt u rustig wat u wilt hebben. Ik ben zo terug. Is een broodje zalm goed?’
‘Heerlijk,’ antwoordde Barbara op kousenvoeten.
Barbara bekeek de stapels met blouses, truien en T-shirts en legde een paar stukken klaar.
Het aantal kleren dat ze graag wilde hebben groeide. In de etalage lonkten enkele schoenen en twee smaakvolle handtassen haar toe. In gedachte maakte ze een rekensommetje.
Ze pakte haar smartphone uit haar tas en logde in bij haar bank. Ze bekeek het saldo van haar rekening en knikte goedkeurend. Het kon er gemakkelijk van af. Al die jaren had ze het geld dat ze voor haar verjaardagen kreeg in de huishoudt-pot gestopt. Ze verklaarde zich voor gek en zag de verkoopster terugkomen met een wit kartonnen doosje.
‘Komt u even mee in het kantoortje, daar kunt u rustig eten. Wilt u er een kopje espresso bij?’
‘Heerlijk, u verwent mij.’
‘Dat doe ik graag. Een tevreden klant maakt mijn dag weer goed.’
Ze ging zetten op een mooie witte design stoel en begon aan het broodje zalm.
In het smaakvolle ingerichte kantoor zag ze stapels vaktijdschriften liggen.
Ze at eerst haar mond leeg, knikte met haar hoofd en vroeg: ‘Hoe lang hebt u deze boetiek al?’
‘Sinds twee maanden is deze winkel open mevrouw.’
‘U hebt mooie kleren en accessoires.’
‘Dank u, het meeste komt uit Italië. Mijn man is Italiaan… Milaan…’
‘De modestad.
Barbara pakte het laatste stuk van de sandwich, veegde haar handen af aan het bijgeleverde servetje en zette het kartonnen bordje neer. ‘We moeten maar weer aan de slag. Ik vind het prettig om dingen te kopen die bij elkaar passen.’
‘Heel verstandig mevrouw, dat scheelt met pakken.’
Barbara stond op, liep naar de etalage en wees op de tassen en schoenen. ‘Die donkerrode tas met de bijpassende schoenen… Ferragamo?
‘Wilt u die…’
‘Ja, als het niet te veel moeite is…’
De jonge vrouw kroop behendig in de etalage en pakte de schoenen het eerst.
‘Past u ze maar… ik heb achter nog schoenen in een andere maat.’
Barbara stapte in de schoenen met een mooie hak.
De verkoopster bekeek haar geschoeide voeten en knikte goedkeurend. ‘Loopt u er eens mee.’
Ze zette enkele passen en bekeek haar voeten in de spiegel. Met een lach, knikte ze verheugd. ‘Als gegoten.’
De jonge vrouw liep weer naar de etalage en pakte de tas.
Barbara nam die aan en stak haar arm er door. In haar nieuwe jurk met de schoenen en de tas, paradeerde ze door de winkel. Ze wees naar de kasjmier sjaal. ‘Deze sjaal moet ik hebben, die past prima…’
De verkoopster pakte die en deed deze om haar schouders.
‘Perfect, een plaatje mevrouw.’
‘Fijn, nu de rest.’

Tegen halfzes kwam ze bepakt en bezakt thuis. Op de oprit stonden enkele auto’s van Aernouts rugby vrienden.
Zingend liep ze naar boven. Halverwege de trap kwam Aernout de gang op. Hij keek op zijn horloge. ‘Net op tijd om te gaan koken poes.’
‘Heb je niet gehoord wat ik vanmorgen zei? Schat, ik ga straks uit.’
Verbluft liet ze Aernout achter. In de slaapkamer gooide ze de glimmende draagtassen op het bed en viste de jurk uit een zak die ze wilde aantrekken.
Aernout had niet eens opgemerkt dat ze naar de kapper geweest was en dat ze er nu veel beter uit zag. Al droeg ze een vuilniszak, hij zag haar gewoon niet meer. Ze keek in de spiegel en zei tegen zichzelf: ‘Niet zeuren en volhouden.’
Ze pakte de mooie nieuwe tas uit en verwijderde de proppen papier. Plaats genoeg voor haar sleutels, autopapieren en smartphone. De grote afgeleefde shopper gooide ze in de prullenbak. Gauw een douche, deodorant op, parfum, schoon ondergoed, kousen en de nieuwe schoenen aan. Ze trok een van de net gekochte jurken aan en bekeek zichzelf in de spiegel. Nu nog sieraden. Haar hand zocht het zachtleren etui dat ze achter haar truien verstopt had. Ze draaide het etui op haar bed om en pakte de parels van haar grootmoeder om in haar oren te doen. De ketting met de grote diamant die Aernout haar als huwelijkscadeau had gegeven, stond hier prima bij. De ring van haar grootmoeder deed ze om haar vinger. De rest van haar sieraden stopte ze weer in de rol. Ze sloot deze met een strik en legde hem weer terug achter haar truien. Nu nog een vleugje parfum. Even twijfelde ze tussen Shalimar en Poison van Dior. Ze grinnikte terwijl ze Poison opspoot. Na een goedkeurend gemompel tegen haar spiegelbeeld, pakte ze haar nieuwe kasjmier pashmina en liep de trap af.
Egbert kwam net uit de wc en hees zijn broek op. Hij keek haar bewonderend aan. ‘Wow…ga je uit? Krijgen we vanavond niets?’
‘Goed gezien Egbert, je bent een grote jongen, dus jullie redden je wel.’
Hij sprak geen woord en keek haar alleen maar aan.
‘Dag kerel, prettige avond.’
Alleen ergens gaan eten had ze jaren niet gedaan. Ergens vond ze het best spannend. Blij dat ze de auto buiten het hek had laten staan, stapte ze in.
Twintig minuten later stond haar auto op de parkeerplaats van De Viersprong, het restaurant waar ze regelmatig met Aernout at wanneer ze iets te vieren hadden. Voorzichtig om haar hakken te sparen, liep ze langzaam op haar tenen over het grind naar de deur.
Jules, de gerant begroette haar. ‘Goedenavond mevrouw. Komt mijnheer later?’
‘Nee, Jules, hij eet met zijn rugbyclubje. Ik trakteer mezelf vanavond.’
De man probeerde begrijpend te knikken en leidde haar naar een tafeltje in een hoek.
Ze trok een wenkbrauw op. ‘Zeg Jules, mag ik als vrouw alleen niet aan onze vaste tafel zitten? Prop mij niet in een hoekje, alsjeblieft.’
Jules keek zuinig.
‘Nou, vooruit…’
Een van de andere gasten keek op. Ze voelde zijn blik en keek om. Hij kwam haar ergens bekend voor. De man stond op. ‘Barbara is het niet? Ik ben Bert, Bert van Nispen, weet je nog?’
Ze keek de man vragend aan. Al gauw wist ze het weer. Stralend zei ze: ‘Bert, natuurlijk… je zat toch in Nieuw Zeeland? Terug? Goh, ik had je hier niet verwacht, sorry dat ik je niet meteen herkende. Hoe gaat het?’
Uit zijn blik merkte ze op dat het beter kon.
‘Ben je hier alleen Barbara? Ik ving net zoiets op.’
‘Ja, jij ook?’
‘Bezwaar om samen te eten?’
‘Helemaal niet.
Ze keek van het tafeltje in de hoek naar de tafel waaraan ze gewoonlijk met Aernout zat en zag dat Jules al bezig was bij te dekken aan de tafel van Bert.
Barbara nam Bert goed op. Hij miste iets van de zwierigheid van vroeger. Slanker dan Aernout, licht kalend en grijs aan zijn slapen. Ze had hem tijdens de vorige reünie van haar school gemist. Vaag had ze iets opgevangen dat zijn vrouw kanker had.
Jules schoof een stoel voor haar achteruit.
Ze ging zitten.
Bert vroeg de kaart.
Barbara keek hem speurend aan. ‘Zo, is er een speciale reden dat je hier bent?’
‘Ja. Nu Marga er niet meer is… ik wordt een dagje ouder… dat pensioen… ik eh… eigenlijk wil ik hier oud worden.’
Ze pakte het servet en deed dit op haar schoot. ‘Nederland is niet meer wat het geweest is hoor.’
Hij keek naar zijn handen. ‘Weet ik, maar nu ik nog goed ben lijkt me een pied à terre kopen geen slecht idee. Ik kan dat altijd verhuren.’
‘Zo kun je het ook bekijken. Ik dacht dat Nieuw Zeeland geweldig was. Laatst hoorde ik enthousiaste verhalen van vrienden die in… hemel… hoe heet dat hotel ook alweer…’
Ze trok een denkrimpel en stak plotseling haar vinger omhoog. ‘Ik weet het weer Madoo Lodge… een plaatje, ik zag foto’s… Zegt dat jou iets? Ze vonden het daar fantastisch.’
Bert gniffelde. ‘Dat is toevallig… daar heb ik jaren de scepter gezwaaid.’
‘Je meent het… en nu wil je terug naar ons kikkerlandje?’
‘Het is daar inderdaad schitterend, maar in Nieuw Zeeland heb ik geen gewoon leven.’
‘Het was zeker geweldig om daar te werken. Eerlijk gezegd ben ik de situatie thuis even beu. Ik dacht er zelfs over om daar een tijdje te gaan logeren.
‘Een dure grap hoor, deze Lodge behoort tot de beste hotels ter wereld, maar ik kan er voor zorgen dat je daar voor een vriendenprijs terecht kunt.
‘Dat zou geweldig zijn. Wat versta je onder duur?’
Bert wierp haar een veelbetekenende blik toe.
‘Kan je iets duidelijker zijn…’
‘Dat kost je gauw $2000 per dag.’
Ze sloot even haar ogen. ‘Dat is… een paar dagen zou wel gaan… maar… trouwens hoe vond je het werk daar?’
‘Geweldig, heel relaxed. Ik was daar de manager.’
‘Heeft de manager geen assistente nodig? Grapje hoor.’
‘Nu je het zegt… Zeg, meen je dat je daar zou willen werken? Sorry, dat ik van de hak op de tak spring, maar…’
‘Waarom niet. De hele dag niets doen ligt mij niet. Zorgen voor anderen doe ik mijn hele leven. Aernout vertikt het om te reizen. Na al die medische congressen heeft hij dat vliegen wel gezien. Ik zat thuis met de kinderen. Vind je het gek dat ik nu iets voor mezelf wil doen? Nu kan ik dat nog. Een jaar er tussen uit, iets van de wereld zien… daar kijk ik echt naar uit.’
Bert wenkte de ober.
De man kwam met twee kaarten aanzetten.
Ze pakte de kaart en las snel het middelste menu. Ze wees er met haar vinger op. ‘Dit menu ziet er prima uit. We nemen nooit het goedkoopste of het duurste menu. Wat jij?’
‘Als jij het zegt…’
Ze zag hem goedkeurend knikken nadat hij het gelezen had.
‘Laten we meteen bestellen voordat we blijven kletsen.’
‘Ik neem aan dat je er wel graag wijn bij hebt. Is het wijn arrangement goed genoeg voor jou?’
‘Prima.’
Ze keek Bert afwachtend aan.
‘Toevallig zoeken ze iemand van jouw kaliber. Je zou dit tijdelijk kunnen doen voordat ze iemand gevonden hebben voor vast. Aan je gezicht zie ik dat je liefst vanavond al zou willen vertrekken.’
Ze grinnikte. ‘Dan kost mij dit dus niets?’
‘Integendeel, je zou zelfs betaald worden. Met een echt salaris krijg je gedonder met de fiscus… pensioen en zo. Daar is vast een mouw aan te passen. Als je daar als consultant bent, is er geen vuiltje aan de lucht. Je krijgt je centjes dan gewoon op je Nederlandse rekening. Ik mail ze wel.’
Barbara slaakte een diepe zucht. ‘Het lijkt erop dat dit zo heeft moeten zijn.’
Bert keek naar de fles die bij het wijn arrangement zat en mompelde goedkeurend.
‘Ik zit hier maar over mezelf te zeuren. Ik hoop niet dat Marga erg geleden heeft… kanker niet?’
‘Ja, een rotziekte. Ze was erg moedig. Ik mis haar natuurlijk enorm, maar het leven gaat door. Net voor mijn pensioen. Van samen leuke dingen doen is niets gekomen.’
Ze snoof en dacht aan de dingen die Aernout beloofd had. Nee, een jaartje afstand nemen… ze kreeg er hoe langer hoe meer zin in.
‘Koffie?’ vroeg Bert nadat ze een heerlijk dessert voorgeschoteld kregen.
‘Ja, beter wel. Ik moet nog rijden. Ben jij met de auto?’
‘Nee, ik loop wel.’
‘Kan ik iets voor je doen?’
Bert schudde zijn hoofd. Hij keek op zijn horloge. ‘Met het tijdsverschil kan ik beter nu bellen. Ik weet hoe erg ze omhoog zitten.’ Hij wenkte de ober om af te rekenen.
Barbara legde haar hand op zijn arm. ‘Bert ik betaal de helft.’
‘Geen sprake van. Als ik met jou bij mijn opvolger op de proppen kom, voel ik mij al een stuk beter. Het was een deel van mijn leven.’ Hij haalde zijn portefeuille tevoorschijn en hield zijn credit kaart zichtbaar op. ‘Zeg, wonen jullie nog steeds in dezelfde villa?’
‘Ja, al die jaren is er nauwelijks iets in veranderd.’ Ze pakte haar tas en haalde er een zilveren kaarthouder uit. Met haar nagels pulkte ze er een kaartje uit en legde dit op de tafel. ‘Hierop staat mijn mobiele nummer. Het is nog vroeg en ik slaap toch pas laat.’
Bert tikte zijn code in de machine die de ober hem voor hield.
‘Zo, we kunnen gaan.’
De ober schoof haar stoel achteruit.
Barbara pakte haar nieuwe omslagdoek van de stoelleuning.
Samen liepen ze naar de uitgang.
Bert sloeg haar sjaal om haar schouders en gaf haar een discrete kus. ‘Ik bel je zo snel mogelijk.’
Buiten trok Barbara de sjaal even om zich heen en voelde de zachte stof met haar wang. Voordat ze in de auto stapte keek ze Bert na. Even vloog de vraag door haar hoofd hoe lang Aernout en zij nog samen zouden zijn. Ze startte de Volvo en zag zich op weg naar huis al in Nieuw Zeeland zitten. Benieuwd wat Bert haar zou vertellen, liet ze de Volvo buiten het hek staan. Ze ontsloot de voordeur en deed deze voorzichtig dicht. Uit de keuken klonk luid gelach. Ze rook dat er iets was aangebrand. Ze had geen zin om de vrienden goedendag te zeggen. Zo zacht mogelijk liep ze naar boven. Beter slapen in de logeerkamer, dan met een half zatte snurkende Aernout naast zich. Ze ging hun slaapkamer in. De nieuwe aanwinsten lagen nog op haar bed. Ophangen en slapen, nam ze zich voor.
Ze had haar jurken net opgehangen en hoorde haar mobieltje in de badkamer gaan.
Bert zag ze. Ze nam meteen op.
‘Je bent daar van harte welkom. Hoe eerder hoe liever. Schikt het als ik morgenochtend langskom? Ik zorg dat je ticket besteld wordt. En Barbara… ik heb genoten om met je te praten.’
‘Bert, nog veel dank voor het etentje. Morgen is prima.’
‘Fijn, slaap lekker, see you.’ Hij had al weer neergelegd.
Ze pakte een stapel lakens en liep naar de logeerkamer.
Woelend lag ze in het logeerbed. Best spannend om naar Nieuw Zeeland te gaan. Eenzaam zou ze zich daar niet voelen. Vast veel interessante gasten… ze zou daar als ze weer terug was misschien wel een boek over kunnen schrijven. Langzaam dommelde ze in.

De wekker van haar telefoontje rinkelde. Half negen. Mooie tijd om op te staan. Bert zou langskomen. Met gespitste oren liep ze naar de badkamer. Vanuit hun slaapkamer klonk een zacht geronk. Na haar douchepartij hoorde ze Aernout nog niet rommelen.
Gekleed in haar nieuwe suède rok en gele kasjmier trui met halve mouwen, liep ze naar beneden.
De keuken was een slagveld. Ze duwde enkele vuile borden opzij en begon koffie te zetten. Snel at ze staand aan het aanrecht twee plakken koek. Een blad met twee kopjes, enkele chocolaatjes en een paar suikerklontjes zette ze alvast in de zitkamer.
Aernout kwam op de geur van verse koffie in kamerjas naar beneden. Hij gaf haar een afwezige kus in haar nek. ‘Zo poes, nog niet aan de slag?’
Ze pakte hem bij beide armen beet. ‘Nu moet je eens echt naar mij luisteren. Ik ben er ook nog en ik vertik het om te blijven koken en opruimen voor jouw vriendjes. Je bent nu een jaar met pensioen en wat hebben we samen gedaan? Niets toch? Ik vertrek naar Nieuw Zeeland. Ik ga daar werken.’
Aernout barstte in lachen uit. ‘Jij werken? Je kunt niets.’
Ze beukte met haar vuisten op zijn borst.
De bel ging. Ze liep naar de deur en liet Bert binnen.
Aernout geeuwde en wreef over zijn haar. ‘Hé Bert, hoe is het? Long time no see…’
Barbara pakte Bert bij zijn arm. ‘Kom Bert, Aernout moet opruimen… de koffie staat binnen klaar.’
Verbluft bleef Aernout staan voordat hij haar achterna kwam. Met half openhangende kamerjas brieste hij: ‘Wat zijn dat voor smoesjes. Vertrek je zomaar met Bert?’
Bert kwam tussenbeide. ‘Aernout, even rustig ja. Ik kan het uitleggen.’
‘Uitleggen? Godsamme, dat zegt elke vent die met de vrouw van een ander slaapt. Eruit verdomme.’
Aernout pakte Bert stevig beet en wilde hem een klap geven.
‘Als je niet ophoudt, ga ik meteen pakken,’ riep ze.
Bert duwde Aernout van zich af. ‘Barbara, wacht even, geef je man eerst een sterkte koffie. Daarna vertel ik hem hoe de vork in de steel zit.’
Aernout struikelde over de loshangende punt van zijn peignoir en vloekte.
Barbara schonk een mok koffie en hield deze Aernout voor. ‘Vooruit drink op.’

‘Jezus, je meent het,’ sprak Aernout een half uur later. Hij wreef met zijn hand door zijn te lange haar en zuchtte.
Barbara pakte de lege mok aan. ‘Je hebt het er naar gemaakt.’
‘Sorry, ik heb het niet zo bedoeld.’
‘Kan wel zijn, maar ik ken jou. Als we samen oud willen worden, zal een jaartje weggaan wonderen doen.’

ONTMOETING IN MOSKOU

moskou

vierde fragment van mijn boek WEERZIEN IN CAÏRO

Zoals de dag ervoor nam ze na een ontbijt dat nu op een blad voor haar kamerdeur klaarstond, de lift naar de kelder. In het computercentrum staarden een aantal mensen geconcentreerd naar meerdere schermen. Ergens ratelde een printer. Net wilde iets vragen toen Niels binnenkwam.
Hij keek haar ernstig aan. ‘We kregen een kaper te pakken.’
‘Wat, hier?’
‘Ja, ze brengen hem zo.’
Een in het wit gekleed team kwam binnen met een brancard. Tess tilde het laken op en bekeek het gezicht of wat er nog van over was. Daarna stroopte ze de linker mouw van het lichaam op. Met moeite bedwong ze de neiging tot overgeven. ‘Dit is de tatoeage, maar het is niet de man. Ik weet het zeker.’
De mannen knikten en reden het lichaam weg.
‘Hoe weet u het zeker?’ hoorde ze plotseling uit een loudspeaker.
‘Deze man mist een litteken op zijn wang. De tatoeage is gelijk. Ik vermoed dat hij voor een organisatie werkt die zich de broeders van morgen noemt.’
‘Hoe weet u dat?’
‘Van internet. Ik bekeek een stel tatoeages… delen ervan, want in het vliegtuig kon ik die niet helemaal zien.’
Ze stond op. Gefrustreerd dat dit niet de terrorist was die Karin had neergeschoten, nam ze de lift naar de 7e etage en liep haar kamer in.
Niels, dat ze uitgerekend op hem verliefd moest worden. Hij was de eerste persoon die haar boeide, maar ook afstootte door zijn egocentrische gedrag. Nee, dat was het niet precies, maar een sociaal dier was hij niet. Het beste was om zich op dit werk te storten.
Op haar bureau lag een dichtgeplakte enveloppe. Het bevatte een briefje van Niels met het verzoek een ander dossier te bekijken. Het stond op een stickje en dat had hij onder haar kussen gelegd. Gniffelend pakte ze het stickje en zette haar laptop aan. Ze las het door en kon er geen touw aan vastknopen.
Met het dossier naast zich, maakte ze diverse aantekeningen. Ze stelde een paar schema’s op, schrapte die en begon opnieuw. Na een uur zag ze verband. De groepen hadden wel degelijk contact met elkaar, maar deden dit heel geraffineerd. Ze rekte zich uit en besloot naar de kantine te gaan. Stel dat hier een mol of een lek was, dan moest ze haar bevinding goed verbergen. Meenemen was het beste. Ze stak de stick in de zak van haar jeans. Haar computer sloot ze af en deed er een veiligheidscode op waarmee ze kon zien of iemand geprobeerd had om haar files te lezen of te kopiëren.
Teleurgesteld dat ze Niels nergens zag, liep ze naar de kantine. Ze pakte weer een appel en een bakje yoghurt. Aan een tafeltje zaten enkele jongelui. Ze herkende een paar aan hun haardracht, staartje, zweetband en een rasta kop. Na een vriendelijk knikje liep ze toch van dit groepje weg. Hun gedrag deed bij haar geen belletje rinkelen.
Bij het computercentrum vroeg ze een printer.
‘We brengen die zo bij u,’ kreeg ze te horen.
‘Prima, ik neem aan dat jullie weten welke kamer…’
‘Boris weet dat wel.’
‘Mooi…’ ze boog zich naar de man, bekeek zijn naamkaartje ‘Kevin.’
Met de etenswaren liep ze in gedachten terug naar haar kamer. Ze draaide het slot van haar kamer open en begon aan de appel.
Net had ze de yoghurt op toen ze een klopje hoorde.
‘Binnen, is dat de printer?’
‘Ja, mevrouw.’
Ze stond op en deed de deur open.
Boris hield de printer met beide handen vast.
‘Zet maar op mijn bureau. Aansluiten kan ik zelf wel.’
Ze vond dat Boris wel erg lang in haar kamer rond keek.
‘Nou, waar wacht je op. Ik zei toch dat ik dit zelf kan.’
Gehaast verliet hij het vertrek met een rode kop.
Ze bekeek de kabels en zodra alles vast zat, haalde ze de stick uit haar zak.
‘Vooruit,’ bromde ze toen de printer niet erg snel begon te printen.
Ze had Niels niet horen binnenkomen en schrok.
‘Kijk, ik heb het gevonden Niels. Ik heb het voor jou uitgeprint. Bekijk het maar.’
‘Nu al klaar?’
‘Valt jou dat tegen? Daarom heb je mij toch aangenomen?’
Hij las het en siste een paar keer.
‘Geraffineerd zootje en dat…’
Hij knikte alleen.
‘Vermoedde je zoiets?’
‘Ja, maar ik hoopte het niet.’
Hij legde de papieren neer en sloeg zijn armen om haar heen. ‘Tess, met dit werk kan ik geen relatie hebben.’
‘Kan je stoppen? Ik denk dat jij je beter voelt als je iets met archeologie doet.’
‘Daar zit ik al tijden over te denken, maar ik kan er nu niet uit. Eerst moet ik Moskou…’
Tess gaf hem een por. ‘Kom, je blijft maar malen en dat schiet toch niet op, vort naar bed, slapen.’
‘Er is iets wat je moet weten…’
‘Nou?’
Hij keek naar de vloer. ‘Ach, laat maar.’
In zijn kus miste ze zijn hartstocht.
In het donker staarde ze voor zich uit en bleef over zijn opmerking malen. Al gauw hoorde ze aan zijn regelmatige ademhaling dat hij sliep.
Ze kon geen oog dicht doen. Wat had hij haar willen zeggen? Aan zijn gezicht te oordelen was het erg belangrijk. Vertrouwde hij haar misschien niet?

Doodmoe rekte ze zich uit. Niels was al weg.
Ze ging de kelder weer in en vroeg of ze voor iemand nog iets kon betekenen. Na een slap nee, besloot ze het gebouw te verkennen. Ze hoorde geluiden die er op duiden dat ze in de buurt van de keuken was. Op haar tenen keek ze door het glas boven de klapdeuren. Boris stond te telefoneren en hij draaide zich van de anderen af. Ze deed de deur op een kier open en zag tegen de muur een lijst geplakt met telefoonnummers. Het nummer van Boris las ze twee keer. Ze draaide zich om. Boris had haar gezien. Hij keek grimmig, maar probeerde te lachen toen hij haar zag.
‘Mooie keuken hebben jullie.’
‘Zocht u iets?’
‘Hemel nee, ik verken het gebouw en hoorde geluid. Het ruikt overigens lekker. Ik heb trouwens een vraag over bepaalde Russische gerechten.
‘Oh, dat zijn er nogal wat.’
‘Natuurlijk zag ik een paar namen op internet, maar hoe deze smaken? Uiteraard is het erg persoonlijk. Omdat jij half Amerikaan bent weet jij vast wel wat Europeanen lekker vinden. Als je mij de namen van een paar vleesgerechten en van een dessert kan geven, ben ik helemaal happy.’
Boris begon met verve te vertellen. Ze reikte hem een blocnote en een pen aan.
Gedienstig schreef hij een paar gerechten op en sprak ze heel langzaam uit.
Ze herhaalde deze en ze zag dat hij glom toen ze het goed uitsprak.
‘Dank je.’
Ze gaf hem een hand en liep weer verder.
De meeste deuren waren dicht. Ze had hier uiteindelijk niets te zoeken, zodat ze naar haar zit-slaapkamer ging, het vertrek, waarin ze zich nu onprettig begon te voelen. Met de dingen die ze voor Niels moest uitzoeken, was ze flink opgeschoten.
Om haar gedachten te kunnen ordenen, wilde ze een flinke wandeling maken. Ze pakte haar jas en trok haar laarzen aan. Met de sjaal om haar hoofd, zodat ze onherkenbaar was, nam ze haar kaart mee en liep het gebouw uit. In de Arbat buurt keek ze speurend om zich heen en nam de mooie gebouwen goed in zich op. Even dacht ze dat iemand haar volgde. Ze deed net of ze niets gemerkt had en hield stil voor een orthodoxe kerk, een prima plek om de ergste kou te trotseren. Banken waren hier niet. Een aantal oude vrouwtjes stofte de lijsten van de iconen af. Tess knikte de vrouwen vriendelijk toe en bewonderde het houtsnijwerk van de iconostase. De serene rust deed haar goed. Ze liep de kerk door en hield de deur goed in de gaten. Tot nu toe was niemand na haar binnengekomen.
Na ruim een uur liep ze terug. Met haar kaart opende ze de deur.
Haar kamerdeur stond op een kier. Ze duwde die open.
Niels stond met zijn handen in zijn zij en keek haar aan. Met een verwrongen gezicht siste hij: ‘Waar was je?’
Ze trok haar jas uit en smeet de sjaal op haar bed. ‘Niels, ik zit hier niet gevangen. Niemand kan mij verbieden een frisse neus te halen. Dacht je dat ik geheime contacten had? God wat ben je paranoïde geworden.’
Hij sloeg zijn arm om haar heen. ‘De situatie is belabberd. Goed ik mag niets zeggen, maar daar heb ik nu echt schijt aan. We zijn meerdere groepen terroristen op het spoor, onder andere die broeders van jou. Dankzij jouw hacken konden we al een grote aanslag voorkomen. Iedereen wordt hier behoorlijk zenuwachtig van.’
‘Nou, dat is mooi. Waar zou die aanslag zijn? Zürich of in Dubai?’
‘Zürich.’
‘In het bank district, ja, ja.’
‘Waarom ben je zo panisch? Ik was maar even weg.’
‘Ik… had het even gezegd.’
‘Zo, was je ongerust?’
Hij trok zijn lippen samen en keek naar buiten.
Ze pakte zijn arm. ‘Een flinke wandeling zal jou ook goed doen.’
Niels keek op zijn horloge. ‘We kunnen samen een hapje buiten de deur eten. Ik ken een leuk tentje.’
‘Nu?’
‘Ja.’
‘Dolgraag, ik word gek van dat al dat grijs hier.’

Met laarzen aan en haar jas over haar arm zag ze Niels met een warme parka en bontmuts aankomen. Hij hielp haar galant in haar jas.
Vlak voordat ze de deur uitgingen, gaf hij haar een klein pistool.
Ze draaide het in haar hand om. ‘Zo een Glock.’
Niels keek verbaasd.
‘Mijn broer was dol op schiettuig. Hij had een hele verzameling. Hij leerde mij schieten. Helaas is hij omgekomen, veel te jong.’ Vlug ontgrendelde ze de veiligheidspal om deze weer terug te zetten. Ze stak het wapen in de binnenzak van haar jas, trok haar handschoenen aan en gaf Niels een arm. ‘Wat denk je van het idee om dat boeventuig op het verkeerde been te zetten.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Iets laten doorschemeren over een komende aanslag. Die terroristen gaan dat N
natuurlijk na en zo kan je die lui opsporen.
‘Briljant plan, maar levensgevaarlijk, zeker nu Zürich…’
‘Nou, als we zo voorzichtig te werk gaan, is het ook levensgevaarlijk, misschien niet voor ons maar wel voor de wereld.
‘Kun je gedachten lezen?’
‘Nee, maar ik weet wel veel van bodylanguage.
Buiten sneed de koude wind in haar gezicht. Ze trok de sjaal op over haar neus. Niels sloeg een arm om haar heen.
‘Niels, konden we maar zo naar het einde van de wereld blijven lopen, dan was ik volmaakt gelukkig.’
‘Je zou na een kwartier gillen.’
‘Zeg, ik zag Boris in de keuken telefoneren. Waarschijnlijk gewoon onschuldig, maar hij keek… ach, laat maar.
‘Nee, prima dat jij dat zegt.’
Zwijgend liepen ze door. Hij stopte voor een restaurantje. Hij ging haar voor en nadat ze de deur had gesloten, hield hij het dikke fluwelen tochtgordijn bij de slijtplek voor haar opzij. Ze bukte even om binnen te komen, trok haar handschoenen uit en wreef haar handen.
Binnen was het behaaglijk warm. Het interieur kwam oubollig over. Boven de hoge houten lambrisering hingen enkele stoffige koperen cakevormen aan de muur. De geur van knoflook en uien kwam haar tegemoet. Ze deed haar sjaal af en ritste haar jas los.
Niels hielp haar daaruit en hing die op. Hij deed zijn bontmuts af, liep daarmee naar een onbezet tafeltje en zette deze op het houten blad.
Tess ging zitten en liet haar blik over de gasten gaan. ‘Knus, kom je hier vaker?’
‘Regelmatig. Ik hou van de typische Russische sfeer.’
De eigenaar kwam naar hen toe en gaf ieder een hand.
Tess begroette de man in het Russisch. Wat hij daarop antwoordde verstond ze niet.
Niels grinnikte en bestelde voor ieder een wodka.
‘Zonder dat spul kan een Rus niet leven. Met die kou, kan ik dat begrijpen. Zeg, wat zei de man?’
‘Och…’
‘Kom je hier altijd met vrouwen?’
Hij keek verstrooid. ‘Hou op zeg.’
Ze keek naar haar jas.
Niels volgde haar blik. ‘Mijn wapen ligt onder die oesjanka.’
‘Oh, noem je die bontmuts zo.’
De uitbater keek haar aan. ‘Pivo?’
Ze zei: ‘Ja, bier is prima voor mij.’
De man grijnsde en wierp Niels een veelbetekenende blik toe.
Ze gaf hem een schopje onder tafel. ‘Hij denkt vast dat ik je liefje ben.’
Niels trok een gezicht.
‘Nou, zie je mij als werknemer?
Voordat hij iets kon zeggen bracht de kok, vastgehouden met een groezelige theedoek, twee hete borden. Hij zette ze met zwier voor hen neer. Tess snoof, ontrolde het bestek en haalde een vleesrolletje voorzichtig met de vork uit elkaar. Ze bestudeerde de inhoud.
Niels begon al te eten.
‘Mm, lekker. Ik heb zoiets dergelijks eens in Bulgarije gegeten. Een soort opgerolde cordon blue. Het heette vretena en ik noemde dat vreten.’
Niels schoot in de lach.
Ze gaf hem een por.
‘Tess, dat je slim bent wil niet zeggen dat je die terroristen aankunt.’
‘Ik heb niet gezegd dat ik dat in mijn eentje wil doen, maar ik kan er niet tegen dat die lui ongestraft hun gang gaan.
Ze zag iemand naar hun tafel lopen. Hij deed zijn bontmuts af en wreef zijn haar met zijn linkerhand achterover.
‘Dacht ik het niet! Tess, meid wat doe jij in dit tentje?’
‘Ik doe inspiratie op. En jij?’
De man keek vragend naar Niels.
Tess pakte Niels bij zijn arm. ‘Niels, dit is Jack Sanders, de beroemdste crime journalist.
Jack ging onuitgenodigd zitten, wenkte de ober en hield drie vingers op. Hij keek Niels vorsend aan en richtte daarna zijn blik op haar. Hij wilde net iets zeggen, maar sloot zijn mond toen de ober de glazen voor hen neerzette. Jack pakte het glas en hield het even op voordat hij de wodka in een teug naar binnen goot. Met een klap zette hij het glas neer. ‘Hè, hè, even een shot, die klere kou…’
Hij bleef speurend kijken. ‘Jullie smeden vast iets stouts, ik zie het aan je gezicht.’
‘Zit je weer te gissen? Je kunt dat gewoon niet laten.’
Tess stootte Niels aan. ‘Jack verdient zijn geld met giswerk. Hij heeft een neus voor vuile zaakjes.’
‘Je stelt het wel erg simpel.’
Tess kuchte gemaakt. ‘Trouwens, onze gezichten vertrekken van de kou en de wodka.’
‘Maak dat de kat wijs. Tess, betaalt Putin goed om de computers van de Amerikanen te hacken?’
‘Drie miljoen per minuut Jack, wil je mijn bankafschrift zien?’
Jack barstte in lachen uit. Plotseling keek hij serieus. ‘Even alle gekheid op een stokje. Je leest toch de kranten?’
Tess bestudeerde haar nagels. ‘Dat interview met Snowden is oud nieuws Jack. Je deed dat trouwens aardig.’
‘Puh, dat noem je aardig.’
‘Zo lastig was dat toch niet? De vent wist niet hoe snel hij al zijn informatie en gram moest spuien. Wie het nieuwe lek bij NSA is, daar gaat het volgens de laatste persberichten om.’
Hij hield zijn gezicht zo dichtbij dat ze de haartjes op zijn bovenlip kon tellen. Hij fluisterde: ‘Tess, ik ken je langer dan vandaag. Ik weet heus wel dat je die terroristen die jouw vliegtuig gekaapt hebben probeert dwars te zitten. Maak die lui niet kwaad, want dan…’ Hij stond op, gooide enkele roebels op tafel en liep weg.
Tess voelde het bloed uit haar gezicht wegtrekken. Ze keek naar het gordijn waarachter hij was verdwenen.
Niels deed zijn kin omhoog. ‘Wat had hij?’
Zacht vertelde ze wat Jack Sanders had gezegd.
Niels knikte nadenkend, wenkte de ober en bestelde twee dubbele espresso’s.
Tess zag dat de meeste mensen al betaald hadden. Ze keek op haar horloge. ‘Zeg, komt die koffie nog?’
‘Ze hebben hier niet altijd haast hoor. Bij het afrekenen maakt de baas altijd een praatje om zeker te zijn dat de gasten tevreden waren.’
De uitbater kwam al met de koffie in hoge glazen aanzetten. Ze pakte een klontje uit de suikerpot en pulkte het papier er van af. Bedachtzaam roerde ze haar koffie. Was Jacks opmerking bluf? Ze keek op en hield haar hoofd scheef. ‘Ik vond het wel toevallig…’

Buiten pakte Niels haar hand. ‘Hier steek ik af.’
Hij trok haar mee door een smal steegje vol vuilnisbakken. Tess kneep haar neus dicht.
‘Jasses wat een stank. Moet dat?’
‘Ik kreeg net een idee en dit is de kortste weg.’
Ze zag aan zijn gezicht dat hij nog niets wilde loslaten.
Even meende ze Boris te zien. Ze vond het onnodig om dit aan Niels te zeggen. Ze wilde niet paranoïde worden.
Vijf minuten later opende Niels het gebouw met zijn kaart.
Binnen gaf ze hem een kus. ‘Ik heb genoten. Dit moeten we vaker doen.’
‘Tess…’
‘Ik weet het Niels, maar even afstand nemen is heus beter. Je blijft anders in een kringetje ronddraaien met je gedachten en daarmee kom je niet verder. Ik heb trouwens niets gemerkt van een eventuele dreiging.’
‘Je merkt het meestal als het te laat is.’

Een uur later kwam Niels zonder kloppen haar kamer in. Hij legde een hand op haar schouders en trok haar naar zich toe.
‘Heb jij je bedacht?’
‘Ik heb hier een dossier…’
‘Leg maar op mijn bureau Niels. Als we niet af en toe met elkaar praten over ons, wordt het toch niets.’
‘Sorry.’
Hij liet haar los, smeet het dossier op haar bed en liep de kamer uit.
Ze pakte de papieren op. Monero, las ze. Het ging over de nieuwste manier waarop criminelen zich lieten betalen. Niet te volgen. Een opvolger van Bitcoin. Natuurlijk had ze hiervan al veel gelezen. Zo geheimzinnig was het niet. Nieuwsgierig liep ze er mee naar haar luie stoel en begon het te lezen. Veel informatie was het niet. Niels hoopte dat zij er achter kon komen welke lui zich hiermee lieten betalen. Ze staarde even voor zicht uit, sloeg het dossier dicht en zette haar laptop aan. Dat NSA een behoorlijke knauw had gekregen was algemeen bekend. De kranten hadden hierover uitgebreid geschreven. Zelfs met de hulp van de knapste koppen wist de NSA nog niet wie achter die Shadow Brokers zat. Was het een groep of een persoon?
Ze draaide aan een haarlok. Toepasselijke naam voor die groep: Makelaar in gehackte informatie. Een slimmerik was achter 5 email-adressen gekomen van lieden die zich abonneerden op gelekte informatie van NSA, deze groep vergeleek zich met de wijn-van-de-maand club. Creatief waren deze lieden wel. Betalen deden ze niet meer met Bitcoins, het betaalmiddel van criminelen, maar met Monero, een betaalmiddel dat nog anoniemer was. Ze herinnerde zich een artikel hierover in de New York Times, opende dit op haar laptop en las dat nog eens door. Deze mysterieuze groep had op een of andere manier de files van NSA in handen gekregen. Amerika had zich schuldig gemaakt aan illegale spionage op andere landen onder het mom van veiligheid en bescherming tegen terroristische aanslagen, maar de NSA was verder gegaan; gewoon te ver. Nadat een van deze onbekende lieden op Twitter gevoelige informatie had gezet, wist men bij NSA dat deze informatie gelekt moest zijn. Iemand was ongelooflijk geraffineerd te werk gegaan, want officieel was het net van NSA potdicht.
Veel jonge mensen kikten erop om bij NSA te werken, ook al konden ze bij andere bedrijven meer verdienen. Het ging die lui om het hacken. Blijkbaar deden ze dat voor de lol en bovendien was het legaal als ze dit voor NSA deden. Zoals ze net zelf gemerkt had, was het een fluitje van een cent om een gebouw met een USB stick te verlaten. Voor geld of de zogenaamde eer als klokkenluider doen mensen de gekste dingen. Die lui kickten hier op. Nog gemakkelijker kon je via de niet te hacken secure messaging Signal gegevens via je mobieltje zenden. Signal versleutelt al je gesprekken met eind-tot-eind-encryptie zodat niemand (inclusief de makers) ze af kan luisteren. Een knappe vinding, maar vreselijk lastig voor de goeden, waaronder zij zichzelf rekende.
Ze las dat er zelfs na een onderzoek van 15 maanden door een contraspionage team onder de naam van de Q-Fractie en de FBI, de NSA er nog steeds niet achter was of deze briljant uitgevoerde hack door de Russen gedaan was of dat insiders gelekt hadden. Wie weet was dit door een combinatie van een stel Russen plus insiders gedaan. Er waren altijd lieden die het niet konden laten om een mooi systeem te torpederen.
Ze sloot even haar ogen waarbij het beeld van de Rus die in de keuken werkte bovenkwam. Ze gniffelde en dacht aan een paar detective van Agatha Christie waarin de butler het meestal gedaan had. Deze Boris had overal toegang. Hij kwam niet erg scherp over, maar dat kon een pose zijn. Die gestolen gegevens brachten een smak geld op. Er moest een link bestaan met professionele criminele Russische hackers. Ze las verder en sperde haar ogen wijd open toen ze zag dat Russen alleen hackten wanneer het volle maan was.

WERKEN IN MOSKOU

Ook het derde fragment van WEERZIEN IN CAÏRO, staat hoog genoteerd op de site van Woordenstroom.

Keurig om 1.30 Moskou tijd landde het vliegtuig. Tess trok haar handbagage uit het rek en liep naar de uitgang.
‘Toerist,’ zei ze bij het tonen van het visum dat ze bij de papieren had gekregen.
De man knikte onverschillig.
In de ontvangsthal keek ze om zich heen. Geen Niels. Teleurgesteld zette haar mobieltje aan en zag een bericht van Niels, gezonden terwijl ze nog in de lucht zat. Geen woord teveel: American Embassy.
Ze stapte in de eerste taxi die kwam voorrijden en realiseerde zich dat ze geen roebels had. Tijdens de rit, nam ze de straten van Moskou in zich op. Bij de ambassade zag ze Niels dik aangekleed op de uitkijk staan…. meer…

http://woordenstroom.org/html/annemarie_enters__19_.html

derde fragment WEERZIEN IN CAÏRO

DSC_0317

Keurig om 1.30 Moskou tijd landde het vliegtuig. Tess trok haar handbagage uit het rek en liep naar de uitgang.
‘Toerist,’ zei ze bij het tonen van het visum dat ze bij de papieren had gekregen.
De man knikte onverschillig.
In de ontvangsthal keek ze om zich heen. Geen Niels. Teleurgesteld zette haar mobieltje aan en zag een bericht van Niels, gezonden terwijl ze nog in de lucht zat. Geen woord teveel: American Embassy.
Ze stapte in de eerste taxi die kwam voorrijden en realiseerde zich dat ze geen roebels had. Tijdens de rit, nam ze de straten van Moskou in zich op. Bij de ambassade zag ze Niels dik aangekleed op de uitkijk staan.
De taxi stopte. Niels rekende af en gaf haar een teken om hem te volgen.
‘Mijn bagage Niels, je dacht toch niet dat ik alles in mijn handtas heb zitten.’
‘Sorry.’
De taxichauffeur liep al naar de open achterklep en zette haar koffer op de stoep.
Niels pakte haar bagage op.
Ze bekeek het nieuwe gebouw. Een strakke moderne blokkendoos.
Een militair knikte naar Niels en deed gedienstig het grote spijlenhek open.
Bij de voordeur haalde Niels zijn geplastificeerde NSA kaart door een gleuf.
Ze hoorde een zoemtoon. De deur ging open.
Niels stapte naar binnen en ze volgde hem.
Hij hield zijn hand op. ‘Wacht even.’ Vlug duwde hij haar een kaart met het NSA logo in haar hand. ‘Kom, deze kant uit.’
Ze liep over een donkergrijs tapijt en volgde zijn voorbeeld om de kaart een stuk verderop door de scanner te halen. Een camera flitste zodra ze langs liep. Niels stopte voor een lift. Hij hield de kaart voor een glazen plaatje. De liftdeur ging open. Ze stapten in. Geruisloos sloten de deuren, waarna ze de snelheid voelde waarmee deze naar de 7e etage ging.
‘We zijn er. Hier is je kamer.’
Ze zag een grijze gang waarop diverse deuren uitkwamen zonder naam of nummer. Bij de derde deur hield Niels stil. Hij deed deze open en gebaarde dat ze naar binnen kon.
Ze liep een modern ingerichte slaapkamer in. Helemaal grijs. Een tweepersoonsbed, twee rechte stoelen, een luie stoel en een bureau met een modemaansluiting. Voor het raam zaten tralies. Ze opende een deur en zag daar een moderne badkamer met grijze handdoeken.
Niels zette haar bagage neer. ‘Wil je iets eten?’
‘Graag. Het hapje in het vliegtuig stelde niet veel voor.’
Hij pakte zijn mobieltje en sprak enkele woorden. ‘Komt er zo aan.’
Hij omhelsde haar. ‘Ik heb je gemist.’
Tess leunde tegen hem aan.
Na een klop op de deur, lieten ze elkaar los.
Een man reed een tafeltje de kamer in.
‘Mm, ruik ik piroshki?’
De bediende die haar laatste woord had opgevangen glimlachte en begon in rap Russisch tegen haar te spreken.
‘Merci, dovizdanja,’ zei ze tegen de man.
‘Ik las nergens dat je Russisch spreekt.’
‘Meer dan dit is het niet.’
De bediende zette de stoelen tegen het tafeltje, haalde de deksels van de schalen en verliet de kamer.
‘Tess, dat is Boris. Hij is half Amerikaan en werkt voor de keuken. Dit is ons Russische hoofdkwartier. Morgen laat ik jou het computercentrum zien. Dat zit onder de grond.’
Ze at twee piroshki en schoof het bord van zich af. ‘Ik heb genoeg. Nu wil ik slapen, ook met het tijdsverschil. Hoe vroeg moet ik morgen…’ ze keek op haar horloge. ‘O, jee dat is het al… aantreden?’
‘Slaap maar uit. Als je ontbijt wilt, bel je nummer 9, net zoals in de meeste hotels.’
Niels stond op.
‘Ga je weg?’
‘Ik moet nog iets uitzoeken. Slaap lekker.’
Knikkebollend strompelde ze naar de badkamer. Ze hoorde gerommel in de slaapkamer. Iemand haalde het eten blijkbaar weg. Ze keek om de hoek van de deur. Niels was ook vertrokken. Ze haalde haar schouders op en kleedde zich snel uit. In haar nachthemd plofte ze op het bed en veerde enkele malen heen en weer op de prima matras.

Half twaalf in de ochtend zag ze op haar mobieltje. Ze rekte zich uit. Het was doodstil. Op haar smartphone zocht ze de voorspelling voor Moskou. Dat beloofde niet meer dan -14 graden en er stond een straffe bries. Ze rilde even en stond op om zich op te frissen. De kamer was behaaglijk van temperatuur. Gekleed en opgemaakt belde ze nummer 9. Dezelfde bediende die het diner had gebracht, kwam binnen enkele minuten met haar bestelling aanzetten. Net had ze haar ontbijt op, toen Niels klopte. Hij gaf haar een vluchtige kus.
‘Heb je lekker geslapen Niels?’ Aan zijn gezicht zag ze dat hij haar sarcastische ondertoon best had gehoord.
Niels liet zijn blik door de kamer gaan.
‘Netjes genoeg achtergelaten? Vooruit doe niet zo bokkig. Ga zitten en vertel eens iets leuks.’
Hij pakte haar hand.
‘Niels…’
Hij sloot zijn ogen.
‘Nu wil ik jullie computercentrum wel eens zien. Werken hier veel mensen?’
Hij trok een gezicht.
‘Mag ik dat niet weten? Ben je bang dat ze mij gaan oppakken en uithoren?’
‘Kom, we gaan.’
Hij liep naar de deur.
‘Mijn tas heb ik zeker niet nodig. Hoteldieven zullen hier niet zijn. Goed, ik ben zover. Op naar de kelder. Wat moet ik trouwens doen?’
‘Iets uitzoeken wat ik niet door mijn eigen mensen kan laten doen. Officieel controleer jij de software op malware. Dat geeft al scheve ogen.’
‘Hier werken toch alleen gescreende mensen?’
Hij haalde zijn schouders op en ging haar voor. ‘Ja, maar een lek…’
Voordat hij op de onderste liftknop drukte, haalde hij een kaart door een gleuf.
‘Extra veiligheid?
‘Yep.’
De lift kwam met een schok tot stilstand. Ze stapte uit en zag een aantal gangen. ‘Wow, hoe groot is dat wel niet?’
Niels pakte zijn kaart weer. ‘Eerst rechtsaf.’ De deur naar het computer lab gleed geruisloos open. Ze zag een twintigtal mensen achter een stel computers zitten.
‘Zitten die allemaal te hacken?’
‘Ja.’
‘Speuren ze ook naar die lui met die tatoeage van slangenkoppen?’
Niels pakte haar arm beet. ‘Ben jij op zoek gegaan…’
‘Uiteraard, als jij dat niet doet.’ Ze voelde hem verstijven. ‘Wat is er in die andere gangen?’
‘Daar zit de administratie van de ambassade.’
Niels liep terug en sloeg een gang in. Hier gingen de deuren gewoon open.
Ze zag een paar normaal uitziende kantoren, een archief en een aantal monitoren met televisie-uitzendingen van het wereldnieuws.
‘Wat moet ik doen?’
‘Ik bezorg jou een laptop en de lijst met gegevens van de medewerkers.’
‘Leuk hoor, met die informatie kan ik weinig.’
Ze liepen weer naar de lift. ‘Wat doe jij met dat Q groepje, waarover ik in Caïro sprak, of mag ik dat ook niet weten?’
‘We zijn op zoek naar groepen die cyberaanvallen voorbereiden…’
‘Ik heb best zin om een aanval op jou…’ Ze keek flirtend en drukte haar borsten tegen zijn overhemd.
‘Tess, ik ben hier niet goed in.’
‘Nou, waar wacht je op…’
Ze zette de lift stop, deed een stapje naar hem toe en sloeg haar armen om hem heen.
‘Niet in de lift.’
‘Waar dan?’ Ze trok zich terug, zette de lift weer aan en draaide zich van hem af.
‘Zo wordt het niets.’ mompelde ze.
Niels liep met haar mee naar haar kamer en trok haar tegen zich aan.
Ze zag aan zijn gezicht dat hij aan zijn werk dacht.
Hij liet haar los en belde.
Tess slikte.
Na enkele minuten bracht iemand de computer.
‘Moet ik de hele dag hier in mijn eentje zitten? Is het niet handiger om dat beneden te doen?’
‘Beter van niet Tess, jouw methode en…’
Ze gromde. ‘Geef die lijst maar. Nietsdoen ligt mij niet.’
‘Dat heb ik gemerkt.’
Niels gaf haar een stickje en vertrok.
Ze zette de laptop aan, installeerde TOR en stak het stickje in het toestel. Offline bekeek ze snel de foto’s van de dertig maandelijks gescreende medewerkers. Toch zou er een lek zijn. Ze mompelde voor zicht uit, seks, geld, macht… Na de salarissen zocht ze hun manier van wonen op. De helft van de mensen was getrouwd. De rest had samen een appartement. Peter Lawson, de oudste hacker leek als een grijze muis te leven. ‘Homo,’ bromde ze bij het aandachtig bestuderen van zijn foto. Weke lippen. Stille wateren konden diepe gronden hebben. Vervolgens speurde ze naar personeel dat overal toegang had. Ze snoof na het lezen van de gegevens van Boris. Deze halve Amerikaan kwam aardig en bescheiden over. Door zijn werk in de keuken kon hij zich vrij bewegen. Ze draaide in haar stoel en zocht hem op internet. Facebook toonde een erg geflatteerde foto van hem. Verder had hij geen contacten. Ze trok haar wenkbrauwen op en googelde de hackers. Snuivend bekeek ze de slechte foto’s van feestjes of vakanties. Kinderachtig om dit op facebook te zetten, maar in bepaalde groepen telde je niet mee als je niet alles open en bloot aan het net toevertrouwde. Ze zette haar laptop uit en draaide rondjes op haar bureaustoel. Stel dat Boris zijn diensten aanbood…
Ineens dacht ze aan Mark, de man van haar vriendin Mary. In het begin van hun huwelijk had hij zich net zo voorbeeldig als Boris gedragen. Enkele jaren later kwam zijn narcistische aard naar boven. Hij loog, bedroog en manipuleerde. Het kostte Mary een smak geld om van hem af te komen. Ze leunde achterover en tikte met een potlood tegen haar tanden. Al had ze gelijk, zonder bewijzen kon Niels niets doen.
Ze zag dat het al bijna 5 uur was. Met haar hand wreef ze over haar knorrende maag. Ze stond op het punt om Boris te bellen. Net wilde ze de telefoon pakken, toen Niels binnenkwam.
Hij keek verheugd. ‘Geweldig Tess, al klaar?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Had je het gisteren willen hebben? Nee, ik heb ze grondig bekeken en ik heb wel een vermoeden…’
‘Zo?’
‘Ik moet nog verder graven. Ik rammel.’
‘Kom maar mee naar de kantine.’
Hij hield zijn arm losjes over haar schouder en stuurde haar aan het eind van de gang naar een deur. ‘Hier is het.’ Hij liet haar voorgaan.
Een dikke blonde juffrouw stond achter een toonbank met diverse bakken eten.
Ze pakte een beker yoghurt en een appel. ‘Hiermee red ik het tot het diner. Ik eet dit wel op mijn kamer.’
Niels pakte een sandwich en volgde haar.
‘Hoe lang zit jij hier meestal?’
‘Dat varieert. Ik reis veel. We hebben overal kantoren, meestal bij elke ambassade. Ik coördineer de boel.’
‘Kan dat niet vanaf één plek?’
‘Jawel, maar voor het veldwerk is het beter dat ik af en toe mijn neus laat zien.’
‘Ik had dit ook in Amsterdam kunnen uitzoeken. Niels, zeg eens eerlijk, liet je mij naar Moskou komen om mij weer te zien?’
Hij keek haar vorsend aan en sloeg toen zijn ogen neer.
Tess trok langzaam haar jeans uit. Ze liep naar hem toe en begon de knoopjes van zijn overhemd los te maken. Ze sloot haar ogen en voelde zijn handen begerig over haar lichaam gaan.
Tess schrok op. ‘Jeetje, al 8 uur.’
‘Tess…’
Ze kuste hem en zei: ‘Zeg niets.
‘Heb jij nog trek?’
‘Wel in jou. Blijf je vannacht?’
Hij knikte.
Tess keek naar zijn denkrimpel. ‘Zeg wat is er?’
‘Tess, wat ben je te weten gekomen?’
‘Kijk maar op mijn laptop.’
‘Hij liep naar de laptop en maakte een hulpeloos gebaar.’
Ze volgde hem en klikte enkele cijfers en letters in. ‘Natuurlijk heb ik een code… kijk.’
Niels floot zachtjes.
‘Ik vermoed dat Boris via Peter… seks, geld en macht…’
‘Hm…’
‘Hebben jullie Peter gescreend op homoseksualiteit? Als ik naar zijn foto kijk…’
‘Dat telt tegenwoordig niet meer mee. Hij werkt prima.’
‘Alleen is maar alleen en hij is niet erg aantrekkelijk, dus kan ik mij voorstellen…’
Niels kneep zijn lippen samen. ‘We hebben geen bewijzen.’
‘Weet ik. Kijk, ik heb al gekeken naar een plek tussen beide woningen. Er is een hotelletje aan de rand van het park, Misjki heet het. Ik kan daar voorzichtig navraag doen. Geef mij hun rooster. Als ze dezelfde dag vrij hebben…’
Niels ging achter de laptop zitten. ‘Hier is het.’
Ze zag het werkschema en leunde over zijn schouder. Ze tikte met een potlood op het scherm. ‘Zie je wel, dezelfde dag vrij, dus…’
Hij draaide zich om. ‘Dat zegt niets.’
‘Morgen is het donderdag. Als ik in dat hotel een kop koffie ga drinken… Ik verzin wel iets. Maar nu eerst slapen.’

Tess schudde Niels wakker. ‘Niels, vandaag hebben Boris en Peter vrij. Ik ga op pad. Als jij over anderhalf uur niets van mij hebt gehoord, ga dan naar hotel Misjki.’
‘Goed, je weet toch wat dit woord betekent?’
‘Ja, beertje, een vrij stomme naam voor een hotel. Ik zie aan je gezicht dat je op het punt staat om wees voorzichtig te zeggen. Ik hoor liever iets anders.’
Niels keek niet begrijpend.
Ze liep met samengeperste lippen naar de badkamer.
Op de kaart had ze al gezien dat ze met flink doorstappen, ze net binnen een kwartier in het beren hotel kon zijn.

Op weg naar het hotel kwam ze langs een markt. Bij een stand met bontmutsen, begon de verkoper begon meteen in het Engels tegen haar te spreken. Ze paste een paar mutsen en knikte toen ze een mooie zilvervos op had. De man riep haar in superlatieven toe dat deze muts speciaal voor haar gemaakt was. Met een glimlach kocht ze de muts. Betalen in dollars was geen probleem. Ze hield hem op en meende zo onherkenbaar te zijn voor Boris en Peter.
Verderop lag het hotel. Internet had het prima weergegeven. Middenklas, vrij onpersoonlijk. Duidelijk een omgebouwde oude villa van een verbannen edelman.
Even vroeg ze zich af wat ze hier deed. Ze kon niet verwachten dat Boris en Peter hier gearmd zouden binnenlopen. Haar kaart tonen en het gastenboek inkijken leek haar een betere optie, al wilde ze geen slapende honden wakker maken.
Ze kreeg het koud van het stilstaan. Nergens stond dat ze in dit hotel een kop koffie zou kunnen krijgen, al nam ze aan dat dit een hotel-garni zou zijn. Met rechte rug liep ze de trappen op naar het bordes en keek nieuwsgierig naar binnen.
Een jongeman keek haar vragend aan. Ze vroeg de manager te spreken, waarop hij op zichzelf wees.
Tess knikte. ‘Het is nogal delicaat. Ik verdenk mijn man van overspel.’
Na een meewarig knikje vroeg ze of ze het hotel register mocht inkijken.
Nu begon de man te steigeren. Hij sprak uitvoerig over privacy en bescherming van de gasten.
Tess onderbrak hem, wees op zijn trouwring en vroeg hem hoe hij over huwelijkstrouw dacht.
Hierop liep de man rood aan.
‘Ziet u wel hoe belangrijk dat is? Ik vraag alleen een blik te mogen werpen op de donderdagen, want dan is het zijn vrije dag.’
Nadat ze hem smekend had aangekeken schoof hij haar met duidelijke tegenzin het boek toe.
Veel gasten had het hotel niet. Zowel Peter Lawson en Boris stonden er niet in.
Teleurgesteld draaide ze het boek terug.
‘Dank u wel, dat was heel vriendelijk. Voordat ik door deze kou terug ga lopen, zou ik graag een kop koffie willen bestellen, kan dat?’
‘Natuurlijk mevrouw eh…’
‘Natasja.’
Ze ging in de hal zitten en luisterde naar gerinkel van kopjes ergens in een keuken.
Net had ze een slok genomen, toen ze Peter door de deur zag komen. Bij de balie kreeg hij de sleutel van kamer 7.
Tess boog zich diep over de koffie en vroeg zich af waarop Peter wachtte.
Vanuit de keuken kwam Boris aangeslenterd. Hij omhelsde Peter. Zodra ze de trap opliepen pakte ze haar telefoontje en maakte vlug een foto. Erg goed was deze niet gelukt. Ze zag alleen maar hun ruggen, maar ze had een bewijs.
Ze merkte dat de man bij de balie haar reactie maar vreemd vond. Normaal zou een vrouw op haar echtgenoot afstormen en hem de huid vol schelden. Vanuit een ooghoek bekeek ze de man en merkte plotseling iets dreigends in zijn houding. Zodra hij achter de balie vandaan kwam en zijn hand in de band van zijn broek deed, stormde Tess naar buiten. De man rende haar achterna. Tess pakte haar mobieltje en drukte snel het voorkiesnummer van Niels in. Ze had nog steeds een kleine voorsprong. Met de telefoon tegen haar oor wachtte ze ongeduldig tot Niels opnam. Ze hoorde gehijg achter zich. Eindelijk nam Niels op. ‘Niels, ik had gelijk, ze zitten in kamer 7, maar de manager rent mij achterna. Ik vertrouw die vent niet. Vlug’ Ze struikelde en viel waarbij haar mobieltje uit haar hand gleed.
De man stond dreigend boven haar. ‘Natasja… je liegt, wat moet dat.’
Tijd winnen, wist ze. Ze wilde opstaan, maar hij hield haar met zijn voet op de grond gepind. Uit zijn broekriem pakte hij een pistool.
Ze draaide haar hoofd om en keek de man vuil aan. ‘Nee, jij liegt, je bent een oplichter en laat de mensen niet inschrijven. Ik ben hier om jouw hotel te controleren. Doe geen domme dingen. Stop dat pistool weg. Als je mij niet meteen met respect behandelt, krijg jij een enorme boete.’
Haar opmerking had hem even op het verkeerde been gezet, waardoor de druk van zijn voet op haar borst verminderde.
‘Help mij opstaan, dan kunnen we de formaliteiten doornemen. Mijn kaart zit in mijn tas.’
‘Je bent buitenlandse.’
‘Ja, en dat werkt prima, want hiermee val ik minder op en bovendien verdien ik het dubbele, omdat ik veel eerder toegang krijg tot het register dan een Russin. Ik heb al heel wat…’
Ze hoorde een motorfiets aankomen. De motorrijder stopte en deed zijn helm af. Een boze Niels begon in vloeiend Russisch: ‘Wat moet dat!’

Ze trilde nog na op haar kamer.
Niels knikte tevreden. ‘Peter en Boris, aparte combinatie. We weten nu dat ze een stelletje zijn, maar dat is geen bewijs dat Boris gegevens van Peter doorgeeft.’
‘Ik voel aan van wel.’ Ze snoof, wreef over haar knie en kreunde.
Niels keek bezorgd. ‘Laat je even door de dokter bekijken.’
‘Kom nou, ik neem wel een warm bad. Nou? Blij of niet? Wat had je nog meer verwacht? Ik heb Peters laptop bekeken. Het is niet na te gaan of hij gegevens heeft gekopieerd.’
Ze ging naar de badkamer en liet het bad vollopen.
Niels liep haar achterna.
Ze draaide zich om. ‘Ik ben nog niet klaar. Ze hebben mij niet gezien. Ik vraag Boris of hij mij Russisch leert en dan vis ik vast iets meer uit. Met de andere hackers wil ik ook een praatje maken.’ Ze draaide de kraan dicht. ‘Ik weet heus wel dat je zonder bewijzen niets kunt doen, maar ik voel gewoon dat Boris Peter wil inpakken. Ik zag zijn gezicht toen hij het hotel binnenkwam, typisch van moet ik weer. Ik hoop dat jij daar anders over denkt als we…’
‘Natuurlijk niet.’
‘Nou, ik wil het graag horen.’
‘Ik hou van jou, echt, maar met dit werk…’
‘Ik weet het. Ga maar weer aan de slag.’

STAREN…

400197fa-a390-11e7-9b77-b79a781a64c4_web_scale_0.35_0.35__

Tja, daar begin je op een gegeven moment aan. Staar. Ik kon de autonummerborden niet meer lezen en ook de routeaanduiding zag ik niet meer duidelijk. De brillenman kon dit niet meer met sterkere glazen corrigeren, dus stapte ik naar een goed bekendstaande oogarts want op mijn gezondheid wil ik niet beknibbelen. Inderdaad bleek de diagnose, wat voor mij niet als een verrassing kwam, staar. Beter om dat te laten behandelen. Ik kreeg dit te horen nadat ik mijn ogen thuis al gedruppeld had om de pupil zo groot mogelijk te maken.  Zo kon de arts goed in de poppetjes van mijn ogen kijken.
Fluitje van een cent dacht ik. Had enkele jaren geleden een staaroperatie van mijn moeder meegemaakt. Binnen de kortst mogelijke keren stonden we weer buiten en ze zag weer prima.
Een wachttijd was hier in Brussel niet, dus besloot ik na kerstmis mijn ogen (want je mag twee weken geen make-up gebruiken) te laten behandelen, want ik wilde niet feestvieren met een blotebillengezicht.
Half januari stond de afspraak vast. De arts begint in principe altijd met het rechter oog. Dat was nog best, maar ik kreeg te horen dat wanneer je maar één oog laat doen, je hersens dit niet kunnen verwerken. Onzin, dacht ik, want mijn hersens hebben al heel wat verwerkt en dit kan er ook nog wel bij.
De behandeling van het eerste oog viel reuze mee. Goed die druppels prikken en ik moest doodstil liggen. Vol goede moed liet ik mij voor de tweede sessie brengen. Had mobieltje bij mij en ik zou mijn echtgenoot bellen als het gepiept zou zijn.
Foutje! Ik merkte het al tijdens de ingreep. Een kleine complicatie, kreeg ik te horen… Lens er weer uit… andere lens er in maar ik zag geen cirkels. Mijn vraag wat er mis was zou na de operatie worden beantwoord. Twee uur lag ik doodstil, wel iets anders dan het kleine kwartiertje bij het rechter oog.
Wat bleek… De oogarts had per ongeluk de lens zak doorgeprikt… Het zou goed komen, maar ik moest op een maand rekenen. Ik probeerde onparlementaire woorden in te houden, want ik kende de arts als een kennis van mijn echtgenoot. Bovendien hadden we met een groep meerdere reizen gemaakt.
Ik mocht naar huis en zag met dat oog NIETS. Dat was wel even schrikken. Kijken met een oog is ook vermoeiender dan ik gedacht had.
In de auto werd ik boos. Ik wil verdomme kunnen zien. Heb ik daarvoor voor de duurste behandeling gekozen met een thorische multifocale lens… De volgende dag leek het of ik door dik matglas keek. Weer terug voor controle… om een lang verhaal kort te maken… 4 x per week ging ik naar de kliniek, kreeg allerlei geneesmiddelen mee om de oogdruk naar beneden te krijgen. Edoch de druk bleef stijgen. Op internet zag ik dat dit blindheid kan veroorzaken, want door een te hoge druk sterft de gezichtszenuw af.
Er moest snelle actie worden ondernomen.
Meteen werd er een afspraak geregeld met de beste specialist in het achter het oog opereren, die malle gevallen kan oplossen. De arts zag de oogdruk van 37 als zeer bedreigend. Hij wilde mij de volgende ochtend meteen opereren. Vitrectomie heet dat. Het glasvocht plus de zwevende restjes van het kapotte lenszakje zouden weggezogen worden. Een uiterst precies werkje. Op internet zocht ik het op. Drie naalden in het oogwit… Gelukkig kan ik hier tegen. Mijn dochter krijgt al de rillingen, wanneer ik dit vertel.
Nuchter vertrok ik naar de recent geopende kliniek die gelukkig vlak bij ons in de buurt is. Na alle formaliteiten, waarbij ik het nooit laten kan om grapjes te maken, zoals te vertellen dat mijn birth-day dress ook heel mooi is, werd ik klaargemaakt voor de operatie. Een aardige verpleegster leidde mij naar mijn kamer. Ik wist niet wat ik zag (met het goede oog). Een hypermodern kamertje met allerlei slangen, een monitor en een soort elektrische stoel die tevens in operatie positie kan worden gesteld. Operatie kleding lag al klaar, compleet met badmuts en sloffen en een dekentje tegen de kou.
Meteen kwam een aardige jonge vrouw om het oog te druppelen, zodat de pupil in de wijdste stand staat. Is vast heel sexy om te zien, maar je kunt er niet goed mee kijken. Daarna kwam het hilarische ader zoeken door een zeer verzorgde anesthesiste met gelakte nagels en een mooie diamanten ring. Ik heb heus bloed, maar al jaren is het een heel getob om een ader in mijn arm te vinden waarin ze een infuus kunnen inbrengen. Na drie keer prikken waarbij ik vroeg of de naald er al aan de andere kant van mijn arm uit was, was het raak. Belgen hebben wat dat betreft weinig gevoel voor humor.
Hierna kreeg ik een kalmeringsmiddel ingespoten.
Een stoere knaap reed dit stoel/bed gebeuren naar de operatie zaal. Wel twee keer vroegen ze daar mijn naam en welk oog een probleem had. Enfin, ze merkten dat ik nog bij zinnen was, dus begon het spel…
Eerst een soort niet prikkende jodium op het dichte oog, handje schudden met de chirurg, zuurstof slang in mijn neus en daarna een rubberen plak lap over mijn ogen. Ik voelde dat de dokter hierin een opening knipte en ik hoopte dat hij mijn wimpers zou laten zitten. Nu begon het vervelendste… in prik in het oog om dit te verdoven. God, wat was dat heftig. Ook het plaatsen van een klem om het oog open te houden voelde niet als een pretje.
De Italiaanse chirurg sprak ook Nederlands, een tweede arts eveneens, maar verder spraken de assistenten of oogartsen in opleiding Frans. Gelukkig is die taal voor mij geen probleem. Na enig gepriegel, kreeg ik te horen dat de operatie geslaagd was. Het vocht was weggezogen, waardoor de druk zou afnemen en de zwevende deeltjes van het kapotte membraan was mee de afvoer in verdwenen.
Na de operatie reed de jongeman mij naar het kamertje. Hier mocht ik bijkomen. Meteen vroeg hij welk drankje ik bij het ontbijt wilde. Kreeg prompt een blad met een ontbijtje met een espresso. Flux wilde ik een suikerstaafje in het bekertje legen, maar… als je met één oog ziet… juist, de suiker ging er dus prompt naast.
Ik ben niet zo iemand die rustig moet bijkomen. Dus, weer in de kleren en mijn echtgenoot gebeld die mij kwam ophalen.
Thuis voelde ik mij een hele piet met dat afgeplakte oog, maar ik begon te piepen toen de narcose was uitgewerkt. Toch maar het bed in en tukken met een pijnstiller. De iPad kreeg even rust…

De volgende dag weer controle. Uiteraard was ik benieuwd naar de druk. Na nauwkeurig meten bleek de druk tot 16 te zijn gedaald, een hele opluchting… Nu hopen dat dit zo blijft, want anders moet ik nog een keer onder het mes… Afwachten is nu het motto.