rlasdmepg8isq0qnvo801

In de volle lounge van het Amstelhotel viel Tomas Donovan, de beroemde schrijver met zijn rare ronde rode brilletje en zijn lange haar, meteen op.
Annabelle keek op haar horloge, liep door naar de balie, wapperde met haar perskaart en vroeg of ze ergens een zaaltje of een kamer voor een interview zou mogen gebruiken. Teleurgesteld, dat alles bezet was, draaide ze zich om en zag dat de schrijver haar nog niet in de gaten had. Geen wonder, want Siebe, de journalist die oorspronkelijk dit interview zou afnemen, was geveld door de griepepidemie.
Donovan had hij een gedeelte van zijn jeugd bij zijn Nederlandse moeder doorgebracht. Nu woonde hij al jaren in Glasgow. Ze observeerde hem kritisch, drukte haar leren tas tegen zich aan en kneep haar lippen samen toen ze de het dikke pak voelde. Ze baande zich een weg door de drukte, kuchte even en stak haar hand uit.
‘Goedemiddag, mijnheer Donovan, ik ben Annabelle Steenstra van de krant. Ik vervang Siebe… helaas zijn alle plekken om in het hotel rustig te kunnen praten bezet.’
Donovan monsterde haar en trok zijn mondhoek een beetje op. ‘We kunnen naar mijn suite gaan?’
Haar hart sloeg een slag over, maar ze gaf hem een koele hooghartige blik. ‘Prima mijnheer.’
Donovan stond op. Hij klopte enkele vouwen uit de broek van zijn bordeauxrode fluwelen pak en keek haar met een hitsig Jack Nicholson lachje aan.
In de lift probeerde hij haar blik te vangen. Annabelle toonde echter meer dan gewone belangstelling voor de liftknoppen.
De lift stopte op de vierde etage. Met een verontschuldigend knikje liep hij voor haar de gang in. Bij een dubbele deur hield hij zijn pas in en keek haar vorsend aan. ‘Zo, kom binnen.’
Hij liet haar voorgaan, waarbij ze even zijn hand op haar bil voelde.
Ze nam de suite snel in zich op.
Donovan keek haar vragend aan. ‘Drankje?’
‘Een tonic graag.’
‘Een scheut gin erbij?’
‘Waarom niet,’ zei ze zo onverschillig mogelijk.
Ze zette haar grote tas op de grond, installeerde zich in het midden van de drie-zits-bank voor de lage tafel, haalde haar recorder tevoorschijn, zette haar telefoon op trillen en pakte haar A5 aantekeningenblok.
Donovan rommelde in het ijskastje en kwam met de drankjes aanzetten.
‘Steek maar van wal, ik neem aan dat je de geijkte vragen hebt. Is Max nog steeds jullie hoofdredacteur?’
‘Jazeker, zonder Max zou de krant niet zijn wat hij is.’
Donovan poetste zijn bril met een knalrode zijden zakdoek. Ze zag hem kritisch op vingerafdrukken kijken. Toen de bril schoon genoeg was, zette hij het rode geval zorgvuldig op zijn scherpe neus. Hij wees naar de stapel boeken die pontificaal op een bureau lagen uitgestald.
Annabelle pakte haar compact camera. ‘De fotograaf is ook ziek, dus…’
Ze manoeuvreerde hem tussen zijn boeken, schoot enkele plaatjes, keek op het schermpje en knikte tevreden. ‘Zo mijnheer Donovan mag ik beginnen?’
‘Steek maar van wal meisje.’
Donovan ging er uitgebreid voor zitten. Hij leunde achterover, spreidde zijn benen, vouwde zijn handen en keerde die met gestrekte armen naar buiten.
Ze schoof het recordertje iets dichter naar de schrijver. ‘Bent u speciaal naar Nederland gekomen voor dit interview?’
Hij bulderde. ‘Stomme vraag, je weet toch dat ik de Nederlandse uitgave zelf heb geredigeerd?’
Onverstoorbaar ging ze door. ‘U wilt uw boek THE IRRISISTABLES promoten, ja? Bent u tevreden met de titel DE ONWEERSTAANBAREN? In het Engels klinkt het beter…’
Weer ging het brilletje even af. Donovan streek door zijn lange haar. Hij keek haar verveeld aan.
‘Zijn er gebeurtenissen die u inspireren, of bedenkt u zo maar iets?
‘Goddelijke ingeving, zo zou ik dat omschrijven.’
‘Voelt u een engeltje op uw schouder wanneer u schrijft?
Ze zag Donovan even loerend kijken of ze de draak met hem stak.
Met haar knieën tegen elkaar, aantekeningenblok op schoot, keek hem serieus aan. ‘Het interview komt in de weekendbijlage.’
Donovan knikte, nam een flinke slok en liet de ijsblokjes tinkelen.
Annabelle streek een lok van haar perfect geknipte blonde haar achter haar oor. ‘Kijk, ik kan u natuurlijk ook diepzinnige vragen stellen over literatuur, maar voor de lezers…’
Hij gebaarde ongeduldig.
‘Goed. Over uw jeugd. Wanneer sprong de eerste Goddelijke vonk over? Als ik mij goed herinner was dat bij GARDEN MURDERS.’
Hij keek gevleid. ‘Ja, mijn doorbraak. De boeken waren niet aan te slepen… meer dan een miljoen exemplaren gingen over de toonbank…’
Ze ergerde zich aan zijn pedante blik, maar speelde het spelletje mee. ‘En na dit succes stonden de uitgevers in de rij…’
‘Nou de rij…’ een bescheiden kuchje volgde.
‘Hebt u al een idee voor een komend boek?’
Hij knikte driftig, nam een slok tonic en stond met het glas op om daar een flinke scheut gin bij te schenken.
‘Kunt u daarover iets vertellen?’
Hij hinnikte en keek haar stout aan. ‘Dat wil ik nog niet verklappen.’
‘Hoe voelt het om beroemd te zijn, geniet u daar van?’
‘Natuurlijk geeft het voldoening om gewaardeerd te worden, daar gaat het om… literaire erkenning.’ Hij liep een theatraal rondje en wees toen plotseling naar haar glas. Ze reageerde hier niet op.
‘U draagt altijd fluwelen pakken, is dit een Lord Byron trekje?’
‘Fluweel heeft iets sensueels.’
‘Hoeveel soortgelijke pakken hebt u?’
‘Een stuk of twintig.’
‘Dus net zoveel als u boeken schreef… voor elk boek een pak.’
Donovan keek geamuseerd. ‘Je maakt hier vast een smeuïg stukje van. Zo te zien ben jij zelf ook best smeuïg.’ Hij likte even met zijn tong over zijn lippen.
Ze wees op de stapel boeken. Hij liep er op af en streek liefdevol over een kaft.
‘Welk geesteskind spreekt u het meest aan?’
‘Och, eigenlijk al mijn boeken.’
‘U geeft nu één boek per jaar uit…’
Hij maakte een hulpeloos gebaar.
‘Ik neem aan dat u best meer zou willen laten uitgeven, maar de commercie verbiedt dit zeker.’
Hij knikte beamend.
‘En alles heeft u zelf verzonnen?’ Ze had bewondering in haar stem gelegd.
Dit was het juiste moment. Ze bukte voorover, waarbij Donovan zijn ogen niet van haar boezem kon afhouden. Uit haar tas viste ze een dikke map.
Donovan keek haar plotseling laatdunkend aan. ‘Zeg is dit een trucje om mijn aandacht op jouw schrijfsels te vestigen?’
Ze antwoordde niet, maar opende de map en draaide de losse bladeren zo dat hij de tekst kon lezen.
Ze zag hem even verschieten.
Meteen had hij zich weer onder controle. ‘Wat moet dit?’
‘Dat weet je best. Je bent een oplichter Thomas. Mijn moeders manuscript. Ingepikt door jouw broer in het ziekenhuis. Ze werd geschept toen ze op weg was naar een uitgever. Ze was in alle staten toen ze zag dat haar manscript plus back-up, miste.
De dienstdoende arts, jouw broertje hoorde haar klagen dat ze haar afspraak met de uitgever had gemist. Hij wist dat jij geen succes met jouw schrijfrommel had. Mijn moeder lag zes weken in het ziekenhuis. Toen ze eindelijk naar huis mocht zag ze haar boek gedrukt en wel in de boekwinkels liggen maar met jouw naam en foto. Je hebt de tekst van haar manuscript letterlijk overgenomen. Je was zelfs te lui om de naam van de hoofdpersoon te veranderen. Ooit van plagiaat gehoord? Dat is strafbaar.’
‘Wat wil je hiermee, niemand zal jou geloven.’
Ze tikte met haar pen op haar aantekeningen en wees naar het recordertje. Snel pakte ze het op toen Donovan een snoekduik naar het apparaat wilde maken.
‘Glasgow is een kleine stad. Alle schrijvers en artiesten kennen elkaar, dus… Bovendien zullen de lezers van mijn krant smullen.’
Uit haar tas pakte ze een enveloppe. Zorgvuldig haalde ze de brief er uit. Ze gaf het epistel aan hem en bleef hem misprijzend aankijken. Ze wees op een stippellijntje, tikte hierop enkele keren met haar wijsvinger en zei koel: ‘Hier tekenen.’
Zijn ogen spoten vuur.
Ze hield haar vingertoppen tegen elkaar, deed haar lange benen langzaam over elkaar en leunde achterover. ‘Een kleine compensatie.’
‘Noem je dit klein?’
‘Mijn moeder Audrey Campbell zit in een rolstoel, wil je voor een miljoen met haar ruilen? Ik weet niet of iemand haar expres heeft aangereden. Ze was hard op weg om beroemd te worden met GARDEN MURDERS. De royalty’s van dit boek heeft ze wel verdiend. Toen ze eenmaal thuis was kreeg ze een depressie omdat niemand geloofde dat zij de auteur van GARDEN MURDERS was. Niet leuk om een depressieve moeder te hebben. Met dat stomme brilletje, die lange haren en die belachelijke pakken zie je er uit als een karikatuur. Ik kan je breken… als je niet tekent…’
‘Is dit een dreigement?’
‘Nee, je tekent vrijwillig… een zaak van fatsoen. Ik hou mij aan mijn opdracht: een smeuïg artikel over een beroemde schrijver die van Glasgow naar Amsterdam is gekomen om zijn boek DE ONWEERSTAANBAREN te promoten.’
‘Jezus…’
Hij keek haar scheef aan. Annabelle keek ernstig terug. ‘Thomas, dit is je laatste kans…’
Hij las de het document nog eens door, vroeg of het helemaal waterdicht was, pakte een pen uit zijn jasje en zette zijn zwierige krabbel, al zag Annabelle, dat hij dit minder voyant deed.
Hij deed de dop op zijn gouden pen. Annabelle wapperde het contract droog en pakte haar mobieltje. Ze tikte een nummer in en keek afwachtend. Haar gezicht straalde toen ze verbinding had. ‘Ja mam, hij heeft getekend.’
Ze draaide haar iPhone naar Thomas. Hij hield zijn adem in toen hij de oudere uitgave van Annabelle in de rolstoel zag zitten.
‘Audrey… het spijt me.’
‘Daar ben je wel wat laat mee Thomas.’
Hij gaf haar het toestel terug. Van de opgeblazen kikker was weinig over.
Annabelle ging rechtop zitten en tikte met haar pen op haar notitieblok. Kom, laatste vraag: ‘Ooit het idee gehad om te schrijven over mensen die pech hadden, in plaats van al die happy endings?’
Donovan keek weer met zijn Jack Nicholson lachje. ‘Je hebt mij een prima idee gegeven voor een volgend boek. Mag ik je uitnodigen voor een etentje?’
‘Prima. Splitsen we dan de royalty’s?’
Even keek hij afgebluft. Toen schudde hij zijn hoofd en mompelde: ‘Je bent me er eentje.’
Ze ordende de bladzijden van het manuscript en vroeg zich af of hij deze uitnodiging inderdaad serieus bedoeld had.
Ze stond op en keek op haar horloge. ‘Ik heb nog tijd om mijn artikel in te leveren. Haal je mij op bij de krant? Zeven uur sta ik klaar.’
Hij ging daar niet op in.
‘Nog even een vraag meisje, hoe kwam je aan dit manuscript?’
‘Dit is het klad, waarin nog de nodige fouten staan. Ik vond dit boven in een kast. Mijn moeder kon daar niet meer bij. Vorige maand had ze het er ineens over. Ja, en toen ik wist dat jij hier zou komen… jullie kenden elkaar vroeger toch?’
Het duizelde haar toen ze het Amstel hotel uit liep. Ze zou wel zien of hij echt klaar zou staan. Anders ging ze gewoon naar huis. De grote Donovan, wat een schertsfiguur, al had hij beslist sexappeal.
Ze stapte in een van de gereedstaande taxi’s, pakte haar aantekeningenblok en begon meteen haar artikel te componeren.