kleine-badkamer-spiegel

Het groene jasje schuurde tegen haar wang.
‘Sorry miss,’ zei de piccolo.
Veronica snoof.
Die doordringende geur…
Er ging een rilling door haar lichaam. Ze voelde dat ze moest plassen.
Boris droeg zulke jasjes. Zou hij in Londen zijn?
De piccolo liep met de bagagekar naar de lift van het Park Lane hotel. Ze keek de kar na met het bungelende jasje aan de koperen boog en siste:  ‘Onhandig personeel.’
Maurice stak de rekening in zijn zak en keek op zijn horloge. ‘We hebben alle tijd voordat ons vliegtuig vertrekt.’
Veronica knikte. ‘Dan kan ik nog even naar onze badkamer. Let jij op mijn beautycase?’
Maurice knikte en zuchtte. De bediende achter de balie keek meewarig.
‘Vrouwen…,’ hoorde ze Maurice mompelen toen ze naar de lift liep.
De lift was bezet. Veronica nam de trap. Ze rende naar de vierde etage. Welke kamer was het ook weer 467 of 469? De deur van kamer 467 stond op een kier. Opgelucht dat ze de elektronische kaart niet hoefde te gebruiken liep ze snel door naar de badkamer. Tot haar verbazing was deze al schoongemaakt. Op de wc kromp ze van angst in elkaar. Ze trok door, bette haar gezicht met koud water en waste haar handen. Om te kijken of ze niets vergeten had, wierp ze nog even een blik in de kamer en zag het groene jasje hangen. Voor het bed werd gemeen en stil gevochten.
Snel deed ze een pas terug in de badkamer. Ze hoorde een rochelend geluid en daarna een plof. In de spiegel zag ze een gedrongen man met verbeten trekken naar de koffer kijken. Hij rende er vandoor met het mes in zijn hand.
Ze keek om de hoek en zag de koffer met losgesneden voering op het bed liggen. Ze strekte haar hals en schrok toen ze punt van een schoen zag. Ze deed een stap naar voren en zag dat iemand met schoen en al tussen de muur en het bed op de grond lag. Boris. De plas bloed rond de steekwond werd groter en zoog weg in de vaste vloerbedekking.
Hij leefde nog en probeerde iets zeggen. Ze zakte op haar knieën en hield haar oor bij zijn mond.
‘De ster,’ fluisterde hij in het Russisch terwijl een straaltje bloed uit zijn mond liep. Langzaam ging zijn hand naar zijn vestzak. Hij zakte al weg. Zijn haar was nu grijs en zijn koolzwarte ogen hadden hun intensiteit verloren.
Met twee vingers voelde ze in zijn hals en ontdekte geen polsslag. Voorzichtig, om zo weinig mogelijk sporen achter te laten, bevoelde zij de vestzak. Met de punt van haar blouse om haar vingers, maakte ze voorzichtig een knoopje van zijn vest los en haalde de USB-stick uit het geheime vestvakje. Ze stak de stick in haar BH en stond op.
In de badkamer pakte de ze kleine handdoek die ze gebruikt had en poetste haar vingerafdrukken van de kranen, de wc bril en de knop van het doortrekmechanisme. Wat had ze nog meer aangeraakt? Haar oude training deed haar automatisch handelen en toen ze in de spiegel keek, leek het even of ze haar oude gezicht weer zag. Donker haar, uitstekende jukbeenderen en bruine ogen. Nu droeg ze blauwe contactlenzen en na de plastische chirurgie, waarbij de stand van haar ogen veranderd was, had ze blond haar. Ze poetste de deurkruk en nam de handdoek mee om die ergens te kunnen achterlaten. Op de gang zag ze iemand gehaast uit een kamer zonder nummer, waarschijnlijk de linnenkamer, weglopen. De man liep langs de lift en rende de trap af.
De lift stond nog stil op de vierde etage. Blijkbaar had iemand hem geblokkeerd. Ze liep snel de trap af en kon zich nog net achter een pilaar verbergen toen ze zag dat de man zich wilde omdraaien. Een schuin lopende snee lichtte tussen zijn haar op toen hij zijn hoofd naar beneden boog. Ze propte de handdoek in tussen haar rokband.

Maurice stond ongeduldig op haar te wachten.
‘De lift kwam niet en toen ben ik maar gaan lopen,’ zei ze ademloos.
‘De taxi staat al voor,’ zei Maurice kort.
‘Ik kom al,’ zei ze en pakte haar beautycase.
De achterklep van de taxi stond nog open.
‘Deze hou ik bij me,’ zei ze tegen de taxichauffeur.
Maurice keek korzelig toen hij merkte dat het verkeer vast zat. ‘We moeten ons vliegtuig wel halen.’
De chauffeur zei berustend: ‘Alle tijd mijnheer, het zit alleen dit stuk vast.’
De man bleek gelijk te hebben.
Ze hadden nog ruim een uur voordat het vliegtuig zou vertrekken.
‘Heerlijk dan kan ik nog in de taxfree winkels kijken,’ zei Veronica.
Maurice liep op de krantenstandaard af om de laatste edities te bekijken.
Veronica dook een pashokje in, haalde de handdoek tevoorschijn en propte die onder een taboeret.
Maurice wenkte ongeduldig. Waar bleef je, scheen hij met zijn lippen te zeggen.
Ze haalde haar schouders op en liep naar hem toe.
Door een ongeduldige ambtenaar werd ze achteraan de rij gezet.
‘Dit is mijn man,’ zei ze tot de politieman, maar deze antwoordde: ‘Niets mee te maken, ieder op zijn beurt.’
Baldadig ging ze achter een pilaar zitten.
De politie was gauw klaar met Maurice. Hij liep naar haar toe. ‘Grote commotie. Blijkbaar is de vent die in de kamer naast ons boekte zojuist vermoord. Kamer 467. Ze ondervragen iedereen.’
‘Je zei kamer 467, de kamer naast de onze?’
‘Ja, blijkbaar zijn we net de dans ontsprongen. Het moet gebeurd zijn toen wij achter de balie stonden om te betalen.’
Ze kreunde.
‘Zeg, heb jij niets gezien? Zag jij misschien de moordenaar weglopen? Jij ging toch naar onze kamer?’ Hij keek haar onderzoekend aan.
‘Wie is vermoord?’ wist ze met aangeleerde beheersing te vragen.
‘De Russische minister van oorlog,’ maar dat mag niemand weten.
‘Was hij niet vroeger hoofd van de geheime dienst?’ liet ze zich ontvallen.
Maurice keek haar verbaasd aan.
‘Ik lees ook kranten hoor,’ zei ze een beetje gepikeerd. Haar adem stokte. Hoe wist Maurice dat het Boris was die neergeschoten was? Een ijskoude hand sloot om haar hart. Zat ze nog steeds in het web van de geheime dienst verstrikt en had ze onbewust van kamp gewisseld?
Hoeveel moeite had het haar niet gekost om uit het netwerk van Boris te kunnen ontsnappen.
Dure en pijnlijke operaties hadden haar veel geld gekost. Ze had zich jaren moeten verbergen tot de littekens geheeld waren.
Toen Maurice op haar pad kwam, had ze voor zekerheid gekozen. Een huwelijk bood haar die en ze deed erg haar best om een goede echtgenote te zijn. Zou de moordenaar nu op zoek zijn naar haar? Al was de Berlijnse muur jaren geleden gevallen, in Rusland bleven bepaalde mensen de touwtjes in handen houden.

Zestien was ze. De jongste rekruut. Dochter van een generaal. Vader had liever weer een zoon gehad en voedde haar met haar oudere broer Anton na de dood van haar moeder ook zo op. Oom Yuri en oom Boris waren al snel onder de indruk van haar intelligentie en moedigden haar vader aan om haar naar de speciale school te sturen. In dit instituut werd jong talent omgevormd tot een automaat. Blindelings gehoorzamen stond boven aan op de lijst van de inlichtingendienst, de GRU en de KGB.
Blij dat ze van haar gemene broertje bevrijd was, deed ze erg haar best.
Accentloos leerde ze haar talen. Naast Engels, Frans en Duits, sprak ze al gauw vloeiend Fins en een beetje Chinees.
Eugeny, de jonge knappe instructeur, de enige persoon die een beetje aardig tegen haar was, leerde haar schieten.
Verbijsterd over haar vorderingen, meldde Eugeny deze, niet wetende dat ze al vanaf haar zesde jaar dagelijks met haar vaders dienstpistool had geschoten.
Op haar zeventiende werd ze voor het eerst ingezet.
Ze moest zich voordoen als een meisje van dertien, compleet met vlechten en kinderachtige kleren, waaronder sokjes en platte schoenen. Ze kreeg een pop in haar handen geduwd en moest daarmee over straat lopen. Nadat ze een bepaalde route twee weken lang had gelopen, waarbij ze iedereen vriendelijk goedendag moest knikken, vond Boris dat ze voldoende getraind was om voor een onschuldig meisje te kunnen doorgaan.
‘Morgen is het zover Valery, Jij gaat ons vaderland een goede dienst kunnen bewijzen en dat wil je toch?’ zei oom Boris.
Ze had gehoorzaam geknikt.
‘Ga naar Eugeny en neem de pop mee.’
Ze had zich te oud gevoeld voor een pop. Met zestien was ze heimelijk verliefd op Eugeny en het stak haar dat hij geen oog voor haar had.
Andere meisjes van haar leeftijd kregen al les in verleidingstechniek en mochten zich geraffineerd opmaken, maar zij moest zich als een kind van dertien gedragen.
Haar leeftijdsgenootjes plaagden haar en lachten. ‘Je bent nog helemaal plat.’ Ze lieten hun goed gevormde borsten zien die ze verleidelijk streelden.
‘Wacht maar, straks ben ik knapper dan jullie allemaal bij elkaar,’ gilde ze boos.
Boris keek tevreden. ‘Jouw ongerepte uiterlijk is een groot voordeel. Heus je wordt straks ook ouder en dan kunnen we jou niet meer als kind inzetten. Nu ben jij de meest geschikte persoon die deze belangrijke opdracht te kunnen vervullen, vergeet dat niet. Als alles goed gaat, krijgt je de hoogste medaille.’
‘En als het niet goed gaat?’ had ze uitdagend gevraagd.
Boris sloeg zijn ogen neer.
‘Dan ben ik zeker dood,’ had ze koel gezegd.
Die medaille kon haar op dat moment niets schelen, maar ze hield zich aan haar opdracht, want ze wist dat ze geen keus had. De pop voelde een stuk zwaarder aan toen ze hem weer in handen kreeg. Eugeny toonde haar de opening waar het pistool zat verborgen en na enkele keren oefenen, lukte het haar om het wapen razendsnel uit de pop te halen.
‘Je loopt weer de weg van school en je belt aan op de Pushkin Ulitsa nummer 34. Morgen heeft het personeel vrij en dan zal Petrov zelf opendoen. Vraag vriendelijk om een glas water. Daarna weet je wat er van jou verwacht wordt. Stop het wapen weer in de pop en loop fluitend naar huis.’
‘En het geluid?’ had ze gevraagd.
‘De kleine geluidsdemper zal zijn werk doen.’
Ze keek sceptisch.
‘Zelf gemaakt,’ zei Eugeny trots.
De volgende dag lagen de zelfde kleren weer klaar. Toen ze zich wilde aankleden, kwam Ivana, de kleedster haar helpen. Ook Boris kwam het vertrek in en ze zag hem zijn lippen aflikken toen ze naakt voor hem stond.
Ze voelde zich kwetsbaar en zijn wellust maakte haar bang.
Boris kon het niet nalaten om haar borsten te strelen. Hij knikte goedkeurend. Ivana negeerde hem en bromde iets van handen thuis ouwe.
Ivana trok een extra strak hemd over haar beginnende borsten. ‘Zie zo, voor de zekerheid maken we ze even plat.’
De kleedster trok haar rok recht, haalde haar sokken op en begon haar haar strak te vlechten. Aan het eind van de vlechten deed Ivana twee rode strikken. Ze pakte haar make-updoos, die ze haar toverdoos noemde. Vakkundig maakte ze enkele sproeten rond haar neus, liep een pas achteruit en bewonderde haar werk.
‘Perfect 13,’ riep Boris.
Nu was de viezerik dood.

Maurice haalde haar uit haar dagdroom.
‘Kom, ik heb een boot naar het vaste land geregeld. Ik moet op tijd zijn. We hebben door die misdaad ons vliegtuig gemist.’
Maurice liep naar een bagagekluis en gebaarde dat ze haar beautycase niet zou kunnen meenemen.
‘Even iets pakken,’ zei ze en pakte een speciaal tasje dat er uitzag alsof het voor make-up bestemd was. Ze propte het snel in haar handtas.
Maurice liep al naar een deur waar uitsluitend personeel op stond. Haar twijfel over Maurice’ werkelijke identiteit groeide met de minuut. Zou hij vermoeden wie ze werkelijk was?
Ze had hem ontmoet in New York, waar hij zich in een duur hotel als Fransman voorstelde. Hij was spreker op een congres en zij werkte daar als fotografe.
Omdat ze haar talen sprak, was ze aan de slag gekomen bij een groot PR bureau dat congressen organiseerde en daarvoor wisselend personeel aantrok. Prima om anoniem te blijven.
Toen de vaste fotograaf een ongeval had gekregen, werd haar gevraagd om zijn taak over te nemen. Gelukkig kon ze prima met fotoapparatuur overweg.
In haar strakke mantelpak had ze al vaker kerels achter zich aan gehad, maar Maurice was anders. Hij gaf haar een handkus en nodigde haar uit voor een souper. Al gauw vertelde hij dat hij een assistente nodig had, met wie hij gezien kon worden. Hij was onder de indruk van haar erudiete kennis, haar discretie en haar schoonheid. Ze liep al weer tegen de veertig.
Maurice was vijf jaar ouder. Hij beweerde in de directie van een think-tank te zitten, een discrete onderneming die wereld problemen probeerde op te lossen. Elk jaar moest hij daarvoor naar Davos en met haar aan zijn zijde, zag hij dat wel zitten. Eigenlijk had hij haar nooit gevraagd hoe zij er wel over dacht om een relatie met hem aan te gaan. Hij vond het vanzelfsprekend dat zij zou toehappen.
In Davos was de Russische geheime dienst nog niet doorgedrongen merkte ze, al herkende ze daar sommige bodyguards. Tot nu toe had niemand gemerkt dat Veronica, de vrouw van Maurice eigenlijk Valery Oblova was. Met een totaal andere houding en het kunststukje van de plastische chirurg was ze een ander mens geworden.
Maurice hielde de deur ongeduldig voor haar open. Hij gebaarde dat ze hem moest volgen. Ze zag een scooter klaar staan waarop twee helmen lagen. Met haar rok opgestroopt klom ze met helm op achterop. Hij stoof weg.
Via kleine weggetjes reden ze door vriendelijke dorpjes richting zuid, naar de kust. Ze had een fotografisch geheugen voor landkaarten en vermoedde dat in een van de vele havenplaatsjes een speedboot zou klaarliggen. Ze gokte op Hastings Dover. Hier speelde het getij mee. Zou Maurice hiermee rekening hebben gehouden? Ze zag namen van de plaatsen voorbij vliegen en merkte dat Maurice de grote autoweg vermeed.
Tijdens de rit dacht ze weer aan hun relatie. Voor haar huwelijk had ze haar valse papieren aan Maurice gegeven. Zou hij deze hebben nageplozen? Binnen de kortst mogelijke keren had ze een nieuw Frans paspoort gekregen waarop haar meisjesnaam Veronica Bates, echtgenote van Maurice Legras stond.
De Franse kennissen van Maurice noemden haar al gauw Veronique.
Echte vrienden leek hij niet te hebben. Familieleden had ze nog niet ontmoet. ‘Mijn ouders kwamen om tijdens een zeilcruise,’ was zijn enige commentaar als ze hem er na vroeg. Hij had nooit over zijn ouderlijk huis gesproken, maar vroeg evenmin naar haar achtergrond.
In bed kwam ze niets te kort. Ze assisteerde hem bij zijn werk, zorgde voor de inkopen en had de vrije hand gekregen om zijn royale Parijse appartement te mogen decoreren. Ze wist feilloos wat hij mooi vond, zodat ook daarover nooit woorden werden vuilgemaakt.
Echt kennen, deed ze hem niet en af en toe vroeg ze zich af of ze zichzelf wel kende.

Ze hield haar hand op haar borst en voelde dat de geheugenstick nog in haar bh zat. De ster, had Boris gefluisterd. Zou hij haar herkend hebben? Wilde hij dat zij deze stick zou meenemen? De vraag waarom Boris vermoord was, bleef haar bezig houden. Ze botste tegen Maurice aan toen hij abrupt stopte. Hij keek haar even vragend aan. Hij wees naar een speedboot van de kustwacht. Hij begon al te rennen en verwachtte van haar dat zij dit ook zou doen. Hij trok haar ruw aan boord en liep meteen naar de stuurhut. Hij startte de boot. Woedende kerels renden al op de boot af.
Maurice voer met een verbeten gezicht op hoge snelheid weg. Hij keek af en toe achterom. Plotseling zag ze een helikopter op het schip afkomen.
‘Maurice, een heli,’ schreeuwde ze. Maurice pakte een pistool uit zijn broekband, gaf haar het stuur en siste: ‘Hou de koers zuidoost aan.’
Maurice stond wijdbeens en richtte het pistool op de heli. Als uit het niets kwam er plotseling een speedboot opdagen. Maurice gaf haar een teken de snelheidshandel op nul te zetten.
De boot kwam langszij.
Maurice sprong aan boord van het andere schip.
Veronica pakte haar handtas en liep waggelend door de golfslag naar de reling. Ze dacht dat ze het niet zou redden en vervloekte haar strakke rok. Iemand wierp haar een touw toe. Snel deed ze het hengsel van haar tas over haar hoofd en schopte haar hoge hakken uit. Haar voeten raakten het water, maar ze kwam veilig aan boord.
Maurice bekeek haar niet eens. Ze voelde dat hij met iets bezig was dat haar niets aanging.
Ze kon zich nog net iets vastpakken toen het schip weg schoot.
Maurice gebaarde haar om zich zo klein mogelijk te maken. Verbaasd hoorde ze Maurice in het Russisch met de mannen praten. Het ging over de plannen van een geheim wapen dat de minister van oorlog bij zich zou hebben gehad.
‘Hebben jullie wel goed gekeken?’ hoorde ze Maurice gefrustreerd roepen.
Ze voelde het bloed uit haar gezicht trekken. Er kwam een schaduw over haar heen. De speedboot was een kanaal met overhangende bomen ingevaren.
De heli kon hen nu niet meer zien.
De speedboot verminderde snelheid.
Als Maurice wist zat zij…
De boot dobberde dicht tegen de kant. Maurice stond te telefoneren. Ze opende haar handtas en pakte het kleine voorwerp. Ze sprong uit de boot en haalde net de kant. Vlug wierp ze de detonator in de boot en liet zich plat op de grond achter een boom vallen. Even zag ze het verbaasde gezicht van Maurice.
Meteen zette ze het op een lopen. Al gauw bloedden haar voeten. Ze concentreerde zich, zoals ze had geleerd en voelde de pijn niet. Ze trok haar knalrode mantelpak uit en pakte de flinterdunne zwarte rok plus blouse uit het make-up tasje. Ze veegde haar lippenstift weg en haalde haar opgestoken haar uit elkaar. Met een elastiekje bond ze dit achter in haar nek vast. Ze verborg haar kleren onder een hoop bladeren. Ze opende de rits in de rode ceintuur en haalde daar een aantal dollarbiljetten plus een oude identiteit kaart uit. Hiermee kon ze uit Engeland verdwijnen. In de stations kluis in Wenen had ze nog een flink bedrag liggen, voldoende om haar gezicht te laten oplappen. Voorzichtig bevoelde ze de grote snee op haar wang. Het bloedde nog. Opgelucht dat ze een bus stop zag, ging ze in het hokje zitten wachten.
De buschauffeur keek meewarig toen ze instapte.
‘Ruzie met je liefje?’
Ze mompelde iets, gaf de man enkele Engelse munten en ging zitten.
Na 20 minuten stopte de bus in een provincieplaatsje. Ze zocht de winkelstraat en kocht schoenen, jeans en trui. Bij een apotheek liet ze haar wond bekijken.
De apotheker ontsmette haar wang. ‘Dat moet gehecht worden.’
‘Hebben jullie pleisters, dan kan ik naar mijn broer. Hij is arts.’
‘Doe dat wel vandaag, anders wordt het een lelijk litteken.’

Twee dagen later kwam ze in Wenen aan. De wond deed behoorlijk pijn. Ze haalde een bedrag uit de kluis en belde de kliniek in Sint Petersburg die haar van Valery in Veronica had veranderd.
Ze was welkom en kocht een ticket naar Sint Petersburg.

De professor bekeek haar gezicht en klakte met zijn tong. ‘Dat zal geen sinecure zijn. De kans op wondkoorts…ik moet een adres van een naaste verwant hebben, voor het geval dat…’
Met tegenzin gaf ze de naam en adres van haar vader op.
Na een antibiotica kuur, kon de operatie over twee dagen plaats vinden.
In de kliniek zag ze in haar dromen het verbaasde gezicht van Maurice voor zich.
Ze verloor elk begrip van tijd. Vreemd, want dit had ze niet gemerkt bij de vorige operatie.
‘Zusje…’ zei Anton toen ze bijkwam.
Ze richtte zich verbaasd op. ‘Wat doe jij hier… hoe weet je… waar is papa?’
‘Hij werd te oud.’ Hij maakte een gebaar met zijn hand over zijn keel.
‘Schoft.’
Ze pakte een spiegel en trok het verband er af. Ze schrok.
‘Zo herkent niemand jou,’ zei Anton vals.
‘Je had het recht niet…’
Haar hand ging naar haar borsten… helemaal plat.
‘Kom het is tijd voor je medicijn.’ Ze ging rechtop zitten en hield Anton het glas voor. ‘Jij drinkt dit op.’
Hij wilde haar het glas afpakken.
Ze gooide de inhoud in zijn gezicht.
Het zuur beet zijn ogen weg. Hij lag kronkelend op de grond en kon niet meer praten.
Ze stapte het uit bed en zocht haar kleren. Ze zag het uniformjasje van Anton over een stoel hangen. Ze trok dit over haar eigen kleren aan. Voor ze het dichtknoopte, controleerde ze of zijn papieren en creditcard in de zakken zaten. Jammer van haar borsten en haar lange haar.
Met een zakdoek voor haar gezicht liep ze hoestend de gang op. Haastig stond een bewaker op.
‘De patiënt mag niet gestoord worden,’ zei ze met een zware stem.
De bediende tikte aan zijn pet. ‘Tot uw orders kolonel Oblov.’

Advertisement