In de verte rommelde het plotseling harder. Onwillekeurig schoot de schietpartij mij weer te binnen. Ik wilde de avond niet laten vergallen door deze nare herinnering en besteedde mijn aandacht aan het lakken van mijn nagels. Nu nog een beetje parfum.
Met mijn autosleutels in mijn hand hoorde ik een auto toeteren.
Machteld en Berthil stonden met ronkende motor voor de deur. Machteld opende het raampje. ‘Annabelle, wil je meerijden naar Gwen? Ik probeerde je al eerder te bellen, maar je nam niet op. Berthil speelt vanavond voor Bob. We halen Peter ook nog even op.’
‘Graag, zet mij maar voor de volgende keer als Bob op de lijst.’
Ik sloeg een grote zwarte dunne kasjmier shawl om, sloot de voordeur af en stapte voorzichtig achterin.

Peter stond buiten klaar. Hij ging naast mij zitten, gaf mij een vluchtige kus en zei: ‘Zo Annabelle, je ziet er prima uit. Nieuw wat je aanhebt?’
’Ja, net gekocht, dank je.’
‘Gelukkig hebben we allemaal een goede baan, zodat we niet op een dubbeltje hoeven te kijken,’ zei Machteld licht geaffecteerd.
Het was een klein half uur rijden naar de straat waar ik tijdens mijn huwelijk had gewoond.
Gwen en Gordon kochten dit pand 9 jaar geleden. Deze ouderwetse villa met een rieten dak was nog gebouwd door de ouders van een van mijn vriendinnen. De oude mensen konden de moed niet meer opbrengen om het te onderhouden. Na een grondige opknapbeurt, was de villa nu een plaatje. De stijl aan de buitenkant was behouden. Gwen had de tuin uitstekend onderhanden genomen en in een beschutte hoek, niet te zien vanaf de weg, was een zwembad gekomen, compleet met een zomerkeuken.
Op de oprijlaan stonden al een paar auto’s. Een bolide trok mijn aandacht; een gloednieuwe Bentley cabriolet.
‘Zeg van wie is die dure bak,’ zei Peter, ‘vast van een nieuwe ster aan Gwens firmament.’
Gwen verzamelde, zoals ze dat zelf noemde, interessante personen. Door haar werk als succesvol interieur decoratrice kende ze ontzettend veel mensen, al voldeed lang niet iedereen aan haar maatstaven om uitgenodigd te worden. Gwen was kort van stuk. Ze had rossig kort haar dat ze perfect liet föhnen. Ze praatte graag en ze was dol op de aandacht die ze kreeg. Haar vrolijke levendige karakter vroeg gewoon om vaak vrienden te ontvangen. Echtgenoot Gordon was een beer van een vent. Hij sprak lijzig. Zijn pakken liet hij in Londen maken en door de uitstekende snit, leek zijn omgang een maat minder.
De ingehuurde butler Augustino deed open. Deze Portugees kende het klappen van de zweep. Als de majordomus bij een ambassadeur, diende hij in zijn vrije tijd op feesten en partijen.
Ik had hem op een andere partij in Wassenaar zien dienen en zijn telefoonnummer  gevraagd. Nu serveerde hij in ook in het circuit van Aerdenhout.
‘Zo Augustino, alles goed met je dochter? Krijgen we vanavond weer jouw zalige hapjes?’
Hij glom. ’U ziet er vanavond betoverend uit, mevrouw.’
Ik gaf hem een kneepje in zijn arm en liep op het geroezemoes af.
Gwen kwam mij met uitgestrekte armen tegemoet. ‘Annabelle… fijn om je te zien. Nieuw wat je aan hebt? Uitstekende keus. Staat je goed. Kom, dan stel ik je voor aan Frederic. Hij is psycholoog, je weet wel, de man die met zijn bestseller Mijn relatie, mijn leven op de televisie is geweest. Dit is echt een man voor jou.’
Ik zag een knappe man die druk stond te praten. De mensen hingen aan zijn lippen. Plotseling werd er hard gelachen. Een populaire man die niets weg had van een serieuze zielenknijper.
Gwen pakte mij bij de arm. ‘Frederic, dit is Annabelle. Je moet haar beslist leren kennen.’
Op het moment dat hij mijn hand pakte, voelde ik een elektrische schok.
Frederic keek mij met een vlaag van herkenning aan.
Niemand leek iets gemerkt te hebben. Hij werd al weer in beslag genomen door een lange magere vrouw en Gordon gaf Gwen een seintje met opgeheven whiskyglas.
Ik pijnigde mijn hersens af. Deze Frederic kwam mij ergens zo bekend voor, maar ik wist zeker dat ik hem nog niet eerder ontmoet had.
Gwen had al diverse keren geprobeerd om mij te koppelen.  Haar woorden echoden in mijn hoofd. ‘Je bent nu 7 jaar alleen. Om zonder partner oud te worden is niet leuk hoor.’
Frederic leek mij een populaire man.
Onwillekeurig dacht ik terug naar de tijd dat ik tijdens mijn huwelijk met Arthur in het huis hiernaast had gewoond. Ons huwelijk werd een flop. Arthur was populair en erg aantrekkelijk. Zoals iedereen al voorspelde: een knappe man heb je nooit alleen, gebeurde ook. Thuiszitten wachten terwijl Arthur de hort op ging, hield ik 7 jaar vol. Elke keer dezelfde verhalen aanhoren dat het slippertje niets voorstelde en maar lippenstift uit zijn overhemd halen was geen goede basis om aan kinderen te beginnen. Arthur zag een scheiding eerst niet zitten. Hij vond het wel gemakkelijk om een vrouw te hebben die hem opving als hij weer eens te veel had gedronken. De scheiding werd netjes geregeld. Ieder had een goed inkomen, zodat er over centen niet werd gezeurd. We verkochten het mooie huis. Arthur trok naar Amsterdam maar ik wilde buiten blijven wonen. Bloemendaal was voor mijn werk in Haarlem een aantrekkelijke plek. Het lag net iets verder van Aerdenhout en bovendien kon ik snel naar zee als ik zin had om uit te waaien. Via een bevriende makelaar, kocht ik een aantrekkelijk huis. Voor één persoon was het pand aan de grote kant, maar de sfeer beviel mij zo goed, dat ik meteen toehapte. Bouwkundig hoefde er nauwelijks iets aan gedaan te worden. Met een ander kleurenschema, een kwestie van verfwerk, kwam het opknappen binnen een maand klaar. De kleine tuin, met een beschut terras, kon ik gemakkelijk onderhouden.
Door beider drukke werkzaamheden, was van kinderen niets van gekomen. Arthur vond ze maar lastig en ik wist eigenlijk zelf niet wat ik wilde. Kwam dat omdat iets uit mijn jeugd mij dwarszat? Na het scheidingstrauma verwerkt te hebben, had ik verschillende vrienden. Eerst genoot ik van mijn vrijheid en vond ik alle aandacht spannend, maar al gauw ontdekte ik bij de meeste heren trekjes die niet bevielen. Niemand was perfect, maar ik wilde toch proberen om zonder te veel irritaties een relatie op te bouwen.

Ik voelde Frederic naast mij staan.
‘Zo, stond jij te filosoferen?’ begon hij, ‘Gwen vertelde het nodige over jou. Ze zei dat ik jou beslist moet leren kennen.’
‘Zo, moet dat?’ sprak ik pinnig, zonder hem aan te kijken.
‘Je bent een hele mooie vrouw, wist je dat?’ ging hij door, ‘intelligent, gevoelig en spiritueel. Zoveel zijn daar niet van.’
‘Wil je mij verlegen maken? Dan moet je vroeger opstaan.’
Ik liep weg van hem, want zijn aanpak irriteerde mij, hoewel ik ook weer niet ongevoelig was voor zijn complimenten. Zijn aanwezigheid verwarde mij en ik begreep mijn eigen reactie niet. Zo bits gedroeg ik mij nooit. Frederic was een aantrekkelijke man, al bracht zijn nabijheid vreemd genoeg die nare herinnering boven.
Augustino kwam aanzetten met een schaal heerlijke hapjes. De man kon echt alles, zoals hij eens heel open, zonder valse bescheidenheid had gezegd. Zijn borrelhappen die hij voor elke partij in de keuken van de gastvrouw maakte, waren niet alleen zalig, maar zagen er ook uit als kleine kunstwerkjes. De toastjes met zalmtartaar en de rolletjes met scampi’s lokten mij toe.
‘Voordat uw lievelingshapjes op zijn, neemt u er maar twee,’ zei hij met een knipoog. Met in iedere hand een hap, raakte ik al gauw in gesprek met Peter. Een aardige vent, bij wie ik mij helemaal op mijn gemak voelde. De merkbare spanning toen ik met Frederic sprak, ontbrak bij hem. Peter werkte in het zelfde grote gebouw, waar mijn PR kantoor was. Hij verdiende zijn kost als architect; een totaal andere discipline. Zoals altijd droeg hij een vlinderdasje. Hij zag mij wel zitten, maar hij wist dat de vonken tussen ons niet oversprongen. Af en toe aten we samen een hapje en daar bleef het bij.
Ik voelde dat Frederic telkens mijn kant uitkeek.
Gwen had zich dit keer erg uitgesloofd. Na de cocktail kregen we een diner.
Ik liep de eetkamer in om haar beeldig met een antiek kanten kleed gedekte tafel te bewonderen. Het zilver glom en blonk. Op de mooi gekalligrafeerde naamkaartjes zag ik dat Gwen mij naast Frederic had gezet. Frederic met een ‘c’.
Ik liep terug om haar uit een gesprek los te weken. ‘Gwen, kan je mij niet een andere plaats geven? Frederic lijkt me een arrogante vlerk.’
‘Daar vergis jij je in. Hij is erg verlegen… als hij niet in het spotlight staat is hij ontzettend aardig… geef hem een kans… als ik na het voorgerecht niet gelijk heb, kan je altijd met mij van plaats wisselen, maar dan zit je wel naast Peter.’
‘Oké, ik waag het erop.’
Frederic stond naast mij. ‘Zo, durf je echt naast mij te zitten? Bang dat ik jou ga analyseren?’
‘Ik geef je één kans.’ Ik keek in de spiegel of mijn haar nog goed zat.
‘Je haar zit perfect hoor. Kom, we mogen al aan tafel.’
Hoffelijk schoof hij mijn stoel aan.
Na het originele voorgerecht, geroosterde groenten met een forel mousse, bleek Frederic erg mee te vallen. Gwen had geen woord teveel gezegd. Ik begon hem zelfs leuk te vinden. Hij was, charmant en zeer onderhoudend.
Een paar keer raakte mijn blote arm zijn jasje De stof voelde prettig aan. Prima kwaliteit, vast niet uit het rek bij C&A. Ik gniffelde. Frederic keek mij onderzoekend aan. Met mijn kin omhoog vroeg ik: ‘Zo, kan je ook zien wat je patiënten denken?’
‘Ik zie jou niet als patiënt.’
‘Hoe dan? Als slachtoffer?’ Ik kon zichzelf wel slaan, dat ik dit eruit had geflapt, maar het scheen Frederic niet te deren. Tijdens het dessert spraken we weinig, maar bij de koffie was het ijs weer helemaal gebroken. Ik merkte dat ik hem graag weer wilde ontmoeten.

‘Mag ik je thuisbrengen?’ vroeg hij met een charmant verlegen lachje toen de eerste gasten zich opmaakten om te vertrekken.
‘Graag.’ Mijn hart klopte in mijn keel en ik voelde mij een puber.
‘Waar kan ik jou droppen? Ik hoorde van Gwen dat jij nu in Bloemendaal woont. Dat kan ik zo vinden, maar je moet mij wel uitleggen hoe ik het laatste stuk moet rijden.’
‘Prima, ik zal je de weg wijzen.’
Bij het afscheid zei ik tegen Berthil en Machteld dat ik niet met hen mee zou terugrijden. Peter hoorde dit ook en keek mij veelzeggend aan, een blik die ik wijselijk negeerde.
Gwen nam mij even apart. ’Frederic is voor jou bestemd. Geniet ervan.’
Frederic hield het portier van zijn Bentley open en keek zorgzaam of mijn shawl niet tussen de deur kon komen. We reden zwijgend naar Bloemendaal. Ik genoot van zijn nabijheid en het deerde niet dat hij geen woord sprak.
‘Deze weg uitrijden en daarna naar links,’ zei ik toen hij in de buurt van mijn huis kwam. Frederic knikte alleen maar.
‘Hier is het.’
Frederic stopte voor de deur. ’Wat een gezellig huis… heb je dit pandje al lang?’
‘Ongeveer zeven jaar. Na mijn scheiding kon ik dit kopen en het bevalt mij hier prima. Vertelde Gwen jou dat we vroeger buren waren?’
‘Nee, daarover zei ze niets… mis je je oude buurtje niet?’
Zonder een antwoord af te wachten, stapte hij uit, hield de deur voor mij open en liep mee naar de voordeur.
‘Zo nu weet ik dat je veilig thuis bent. Goedenacht Annabelle, ik heb van je gezelschap genoten.’
Weg was hij. Geen hand, geen kus… Vreemd, maar wel zo goed, want om meteen met hem het bed in te duiken, wilde ik niet. Die tijd was voorbij. Voor hem blijkbaar ook. Wie weet is hij getrouwd en was zijn vrouw ziek. Wat wist ik eigenlijk over hem, behalve dat hij een succesvolle psycholoog was?
Hij zag er goed uit, lang en slank. Zijn blonde haar werd al een beetje grijs. Zijn zwierige gedrag kon plotseling in verlegenheid veranderen, maar verder was hij zonder meer charmant. Ik was te moe om hem te Googelen.

Overmorgen moest er weer hard gewerkt worden, want ik verdiende mijn uitstekende salaris niet met luieren. Na het verwijderen van mijn make-up smeerde ik mijn gezicht in met nachtcrème. Vervolgens deed ik het raam dicht, want vannacht wilde ik niet gewekt worden door geklepper.
In bed kon ik niet in slaap komen door het weerlicht dat bijna onophoudelijk tekeer ging. Al was het bloedheet, ik begon te rillen toen ik mij die schietpartij weer herinnerde. Vreemd dat de kranten hiervan nooit melding hadden gemaakt. Ik zag de scene weer voor mij.

In Berlijn wachtte Sjoerd, de baas van de Berlijnse vestiging mijn op.
‘Zo schoonheid, je ziet er prima uit. Iemand ontmoet?’
Ik lachte een beetje en maakte mij er met een handgebaar van af. Sjoerd keek op zijn horloge.
‘We kunnen nog een hapje nemen voordat je voor de leeuwen wordt geworpen.’
‘Is het zo erg?’
‘Welnee. Ik heb je tekst al doorgekregen. Ziet er prima uit.’
‘Hoeveel mensen hebben ingetekend?’
‘De zaal zit vol hoor, reken op 200 man.’
Ik knikte. ‘Vragen?’
‘Lijkt me beter van niet. Het is volkomen duidelijk en we moeten het onze klanten ook niet te gemakkelijk voorschotelen. Straks kunnen ze het spul zelf maken.’

Na mijn presentatie had ik even tijd om rustig bij te praten.
‘Annabelle, ik ben zo gelukkig. Ik kan je aanraden om ook in het huwelijksbootje te stappen. Ik zie aan de blik in je ogen dat je vast verliefd bent, of heb ik dat mis?’
We kenden elkaar goed, zodat ik hem over Frederic vertelde.
‘Nou zeg, een vent die jou niet eens kust, daar is vast iets mis mee. Je weet dat al die psychologen dit vak gaan studeren omdat ze zelf ergens mee zitten. Ik zou maar uitkijken, wie weet heeft hij een moord op zijn geweten.’
Ik vond die opmerking helemaal niet leuk en Sjoerd zag dat.
‘Trek het je niet aan, het was maar een grapje. Goed, nu over tot de orde van de dag. Kom je vanavond bij ons thuis eten? Trouwens jouw presentatie was top. Ik zal dat aan het hoofdkantoor doorgeven en dan merk je het wel aan je bonus.’
‘Fijn, dank je. Ik kom graag. Woon je nog steeds in je oude huis? Trok je vrouw bij jou in of kochten jullie iets nieuws?’
‘Nee, ze woont bij mij. Ze heeft de verfkwast door een bekende creatieveling ter hand laten nemen. Nu is het hele huis wit. Het ziet er veel groter uit. Mijn antiek ging eruit want ze is helemaal idolaat van modern design. Ik moest even wennen, maar de Charles Eames stoelen zitten beslist beter dan mijn oude spullen.’
‘Hoe laat kan ik komen?’
‘Je weet dat voor jou geen tijd geldt, je bent altijd welkom. Mijn nieuwe vrouw heet trouwens Angela. Niets meenemen hoor. We eten een eenvoudig hapje. Koken is niet haar sterkste kant.’

In het Hilton hotel liet ik het bad vollopen. Mijn mobieltje trilde. Sjoerd had het thuisfront in Haarlem al ingelicht. Ik glimlachte om het compliment van mijn baas en scrolde door op andere berichten. Tot mijn teleurstelling zag ik geen berichtje van Frederic.

Terug in Bloemendaal, bekeek ik mijn antwoordapparaat. Geen bericht van Frederic…
Ach, ik had toch geen tijd om met hem uit te gaan, want over drie dagen moest ik naar Londen.
Na Londen, had ik het qua reizen even rustig. Over een week moest ik naar New York, waarvoor ik het nodige aan het uitzoeken was. Ik zat daarvoor thuis in mijn oude jeans met uitgeschopte schoenen achter mijn laptop met een glas wijn, toen de voordeurbel ging.
Frederic stond met een verlegen lachje voor de deur.
‘Kom binnen, wil je ook een glas wijn? Ik ben druk aan het werk, maar een korte pauze kan ik best inlassen.’
Frederic liep de kamer in. Hij keek rond. ’Wat heb jij een smaak zeg, mijn complimenten. Ik kom niet vaak in zo’n warm nest.’
‘Dank je. Ik wil niet graag in een mortuarium thuiskomen.’
‘Ik wilde je weer zien,’ zei hij eenvoudig.
Terwijl ik een glas voor hem uit de kast haalde, pakte hij de openstaande fles om eerst mijn glas bij te schenken.
‘Fijn, je voelt je hier al thuis.’
Hij ging daar niet op in.
‘Cheers,’ zei hij, waarna hij in gedachten voor zich uit staarde.
‘Woon je hier in de buurt?’
‘Nee, ik heb een huis in Amsterdam. De Apollolaan, jou vast wel bekend.’
‘Is dat wel veilig? Ik hoorde dat veel mensen daar niet meer willen wonen, want het wemelt daar van de boefjes.’
‘Zeg maar gerust harde criminelen. Ik zit vlak bij het Hilton hotel. Erg gemakkelijk. Ze verzorgen mijn was en ik kan daar altijd een hapje eten.’
‘Heb jij geen liefhebbende echtgenote?’
Hij keek mij peinzend aan. Een tijdje zei hij niets.
‘Wil je een knabbeltje erbij? Ik kan een ei bakken, want meer heb ik niet in huis. Ik ben net terug van Berlijn en Londen. Over een week moet ik alweer naar New York.’
‘Een ei is prima, maar ik wil je niet van je werk houden.’
Ik liep naar de keuken. Even later kwam hij achter mij aan.
‘Kan ik iets voor je doen?’
‘Pak maar twee borden uit de kast. Wil je toast? Ik heb alleen bruin brood. Zoute boter?’
De boter begon al bruin te worden. Ik brak de eitjes en vroeg of hij de dooier heel wilde hebben.
‘Graag, zal ik de boterhammen in je rooster doen?’
Zo begon onze relatie…
Frederic was geen echte praatjesmaker. Hij hield zich liever rustig, maar daarmee kon hij zijn boek niet promoten. Zodra hij in het spotlight stond, draaide hij een knop om en dan speelde hij de rol van populaire succesvolle psycholoog met verve. Hij gedroeg zich deze eerste avond bij mij thuis voorbeeldig. Bescheiden, geïnteresseerd en behulpzaam.
‘Vertel eens iets meer over jezelf,’ begon ik.
‘Meestal is het omgekeerd en moet ik alle verhalen aanhoren,’ zei hij lachend.
‘Krijg je er nooit genoeg van om de naar ellende van anderen te moeten luisteren, of wordt dat gecompenseerd door je dure rekeningen?’
Hierop was hij even afgebluft, maar al gauw schaterde hij het uit.
‘Annabel, je bent adorabel. Ik kan je wel kussen.’
Maar hij deed dat niet. Hij is toch niet gay?
De vrienden die ik de laatste jaren thuis had uitgenodigd, gedroegen zich geen van allen zo afstandelijk.
Frederic bedankte voor de lekkere spiegeleieren. Nadat hij zijn bord in de keuken had gezet, zei hij dat hij weer moest opstappen.
Ik zwaaide hem uit en ging daarna weer aan de slag.
In bed vroeg ik mij af of hij ergens mee zat, maar wat?
Druk, druk, druk had ik het, zodat de gedachte aan Frederic op de achtergrond raakte.
Na de presentatie in New York stond hij tot mijn verrassing in de aankomsthal van Schiphol.
‘Ik heb naar je aankomst bij je bedrijf geïnformeerd,’ zei hij schaapachtig.
‘Knap van jou, dat je mij hebt gevonden, want ik ben in deze drukte al diverse keren iemand misgelopen.’
Hij gaf hierop geen commentaar. In plaats van naar mijn huis te rijden, reed hij door naar zijn eigen bedoening in Amsterdam. ‘Ik wil je graag naar mijn huis meenemen. Vind je het erg? Kan je die tijd missen?’
‘Mijn baas verwacht mij toch niet met een jetlag op kantoor.’
Hij deed de voordeur open. ‘Ik ben bang dat jij dit een mortuarium zult vinden.’
Daar leek het wel op. Steriel wit.
‘Heb je praktijk aan huis? Komen hier alle gekken en gestoorden? Sorry, dat flapte ik eruit. Ik bedoel natuurlijk de minder labiele mensen en mensen met grote problemen. Kan jij deze allemaal oplossen?’
‘Ik doe mijn best.’
‘Ik weet nog erg weinig over die succesvolle Frederic met zijn mooie auto.’
’Ik ben geloof ik bezig om verliefd op jou te worden.’
Frederic kwam achter mij staan. Hij legde zijn handen op mijn schouders en trok mij naar zich toe. Ik leunde tegen hem aan.
Plotseling ging de telefoon. Frederic liet mij los.
Ik had de andere kant in hem ontdekt, de verlegen kleine jongen. Wie was de echte Frederic?
Wordt vervolgd….