Fragment:

‘Poes, vanavond komt mijn rugbyclubje. Je zorgt zeker wel weer voor iets lekkers.’
Barbara hoorde geroezemoes, gelach en gerinkel van glazen op de achtergrond voordat Aernout het gesprek afbrak.
Ze wreef met haar hand door haar halflange haar en zette het lege espresso kopje met een klap op het aanrecht. Was het door die lezing gekomen dat ze er genoeg van had om voor Aernout klaar te staan? Wat stond er tegenover? Van de belofte om samen te gaan reizen was nog niets gekomen. Vandaag was het precies een jaar geleden dat hij met pensioen was gegaan. Tijdens zijn afscheidstoespraak had hij haar opgehemeld. Ze hoorde het hem nog zeggen… door Barbara’s bijdrage is het mij gelukt om een geweldig carrière als chirurg te maken… nu is het tijd om samen te genieten en mooie reizen gaan maken.
Ze streek een lok uit haar gezicht en dacht aan zijn antwoord toen ze hierover begonnen was. ‘Al die congressen, jeetje Bar begrijp jij dat ik geen vliegtuig meer kan zien.’
Ook andere manieren van reizen trok hem niet. Toen ze over een cruise begon had hij ook een excuus.
‘Dobberen in een klein hutje, mij niet gezien.’
Boos had ze geroepen: ‘Je bekijkt die folders niet eens. Een hut is het al lang niet meer. Het is net ze groot als een hotelkamer. Staterooms noemen ze die.’
‘Voor mij blijft het een hut.’
Met hem was niet te praten, want hij achtte het onderwerp reizen als gesloten. Rugby, dat was het, daarvan was hij weer helemaal in de ban. Af en toe bekeek hij zijn handen, waarbij ze hem blij hoorde brommen. ‘Nu hoef ik die niet meer te sparen. God, wat heb ik die rugby gemist…’
Gisteren had ze tijdens de lezing op de bibliotheek haar besluit genomen. De woorden van de spreekster: van uitstel komt afstel… niet wachten tot morgen, want morgen komt misschien niet, spookten door haar hoofd na Aernouts bevel om voor zijn club te gaan koken.
Nu was ze nog fit genoeg om op reis te gaan. Voor tweeënzestig zag ze er nog goed uit. Ze liep naar de spiegel in de gang, trok haar wangen strak naar achteren en lachte tegen haar spiegelbeeld.
Als Aernout het vertikte om met haar samen te gaan, dan maar alleen op reis. Meerdere vriendinnen deden dat. Wanneer ze nu zou toegeven, kwam ze weer in het verzorg stramien terecht. Als ze lichamelijke problemen zou krijgen, waardoor ze niet meer zou kunnen lopen, kon ze reizen vergeten.
Aernout was de kwaadste niet, maar hij verwachtte altijd dat zij steeds voor hem klaarstond, zoals ze al vanaf zijn studententijd had gedaan. Misschien stom, maar ze had het met liefde gedaan. Toen er nog geen computers waren typte ze zijn proefschrift uit. Zij was het die de kinders opving, de was deed en zijn overhemden streek als hij weer eens naar een congres ging. Meegaan zat er niet altijd in, want de kinderen hadden haar nodig. Nu stonden alle drie op eigen benen, al kreeg ze vaak het verzoek om op de kleinkinderen te passen. Van de kleintjes had ze genoten, maar nu ze aan het puberen waren, vond ze hun gedrag niet te pruimen.
Ze stond net met de sherry fles in haar hand, toen ze zijn fluitje hoorde.
Aernout smeet zijn sportspullen in de hal, rekte zich uit, kwam de keuken in en riep: ‘Poes, is er nog iets te eten? Je weet toch dat we vanavond…’ Hij wachtte haar antwoord niet af, maar pakte zijn krantje van de keukentafel, liep naar de zitkamer en plofte daarmee in zijn luie stoel.
Barbara liep hem achterna en ging voor hem staan. Ze haalde diep adem en zette haar handen in haar zij. ‘Aernout, wat als ik nu eens geen zin heb om voor jouw clubje te gaan koken, bedienen en op te ruimen?’
‘Bar, doe niet zo flauw, je kunt dat prima.’
Aernout zat er bij als een zoutzak in zijn ribfluwelen slobberbroek, designers T-shirt en met zijn van Bommelschoenen. Haren iets te lang, al stond hem dat prima. Hij was nog steeds aantrekkelijk en dat wist hij ook.
Barbara begon enkele decibellen hoger: ‘Vanavond doe ik dat niet. Ik heb besloten vanaf nu aan mezelf te denken. Straks ga ik naar de kapper, daarna ga ik nieuwe kleren kopen en vanavond ga ik uit eten bij De Viersprong. Zoek het maar uit, haal maar pizza’s.’
Ze draaide zich om.
Aernout reageerde niet eens. De krant zakte een centimeter, maar hij las rustig door.
Prompt ging de telefoon. Hij bleef rustig zitten.
Na vijf keer rinkelen nam zij maar op.
Haar oudste dochter was aan de lijn. ‘Mam, ik kan met Thomas mee naar Portugal, 5 dagen. Kan je komen oppassen?’
‘Nee, schat, ik ga zelf op reis.’
‘Mam, doe niet zo flauw. Heeft papa jou uitgenodigd? Kan me niet voorstellen. Zijn rugby vriendjes staan toch bovenaan zijn lijstje?’
‘Ja schat, en dat is precies de reden waarom ik nu aan mezelf ga denken. Ik heb mijn beste jaren voor jullie klaar gestaan en dat is meer dan genoeg geweest. Vanaf nu ga ik dingen voor mijzelf doen, straks is het te laat en dan…’
Haar dochter onderbrak haar. ‘Nou, veel plezier, ik vraag de moeder van Thomas wel.’ Gepikeerd legde ze het toestel neer.
Aernout keek haar over zijn krant even aan en leek iets te brommen dat op onzin leek.
Barbara liep naar haar bureautje en bekeek de foto’s die daarop in zilveren lijsten pronkten. Allemaal lachende gezichten, waarin het leven een feest leek. Ze trok het kleinste laatje open en pakte haar paspoort en haar creditcard en zag dat beiden nog een paar jaar geldig waren. Ze zocht haar autosleutels, pakte haar grote shopper, griste haar oude vertrouwde jack van de kapstok en stak haar armen in de mouwen, trok de rits omhoog en sloeg de voordeur hard achter zich dicht. Het grind knarste boos. In haar oude Volvo reed ze naar het dorp. Er was net een plaatsje vrij bij de kerk. Hier was het parkeren gratis, mooi om op haar gemak te gaan winkelen.
Ze stapte uit en sloot de auto af. Eerst wilde ze naar de kapper. Voor de kapsalon aarzelde ze even. Was het wel goed om nu aan zichzelf te denken? Nu niet twijfelen, zei een nieuw stemmetje. Automatisch stapte ze naar binnen. Sandrine groette haar. ‘Mevrouw u boft, er is een afzegging. Als u tijd heeft…’
‘Nu meteen?’
‘Ja mevrouw.’
‘Uitstekend. Maak er maar iets leuks van Sandrine.’
Ze trok haar jack uit en zette haar tas naast de stoel. Afwachtend ging ze zitten en zag in de spiegel hoe Sandrine haar hoofd van alle kanten bekeek.
‘Meent u dat? U wilt toch altijd hetzelfde?’
‘Nu eens niet, bedenk maar iets. Een ander kleurtje? Het moet wel flatteren en het hoeft ook weer niet hypermodern.’
Ze hield het aangeboden tijdschrift op haar oude jeansrok. Hoog tijd om ook die te vervangen.
‘Mevrouw, ik heb al een idee.’
‘Ga je gang, doe maar wat. Ik laat het helemaal aan jou over.’ Ze voelde zich een beetje baldadig, sloot haar ogen en voelde Sandrines kundige handen door haar haar gaan.
De kapster borstelde het haar achterover en pakte de wasbak. Gewillig leunde ze haar hoofd achterover en hoorde het water al uit de handdouche komen.
Ze gniffelde toen ze aan Aernout dacht. De keuken zou straks wel een puinhoop zijn. Flink zijn, sprak ze zichzelf toe. Nu niet meer toegeven.
Twee uur later bekeek ze zichzelf in de spiegel. Het nieuwe kleurtje stond haar prima en de korte coupe flatteerde enorm.
‘Bent u tevreden?’
‘Sandrine, geweldig. Ik moet er even aan wennen dat ik dit ben. Nu wil ik nog nieuwe kleren.’
‘Gaat u op reis?’
‘Ik zit daar hard aan te denken meisje. Mijn man heeft daar geen zin in en ik…’
‘Kijkt u eens bij Spetters, een nieuwe boetiek, hij zit naast de kaasboer.’
‘Dank voor de tip Sandrine.’
Ze rekende af, pakte haar spullen op en stapte neuriënd de kapsalon uit. Af en toe keek ze in een etalageruit waarin haar gezicht weerspiegelde. Ze vroeg zich af wat Aernout zou zeggen. Ze liep naar de kaasboer en zag het winkeltje al. Voor de etalage bleef ze staan. Mooie kleren, natuurlijk materiaal. Ze las de zwierige letters: kasjmier, zijde, katoen en wol. Het belletje rinkelde toen ze de deur opendeed.
Een jonge vrouw kwam haar tegemoet en keek haar vriendelijk aan. ‘Wat kan ik voor u doen mevrouw?’
Barbara wees naar haar jeansrok en trok aan haar jack. ‘Ik ben deze praktische kleding meer dan beu. Ik wil beginnen met twee nieuwe outfits, beiden voor het tussenseizoen. Ik zag in de etalage een mooie omslagdoek, kasjmier zo te zien. Kijkt u maar wat mij het meest flatteert.’
De eigenaresse knikte begrijpend, kneep haar ogen half dicht, liep om haar heen met haar hand onder de kin en mompelde iets in zichzelf. Hier en daar pakte ze een kledingstuk, hield dit haar voor en verwisselde een paar stukken. ‘Met deze kleren lijkt u langer… geel, roze en lichtblauw zijn uw kleuren. Kijk ik heb hier enkele kasjmier tricots. Een lichtblauwe suède rok met daarover een zachtgeel kasjmier twinset… prachtig.’
Barbara voelde de zachte stof en knikte enthousiast.
‘Ook twee jurken voor dinertjes graag, maar niet te stijf.’
De vrouw opende een spiegelkast en pakte twee schitterende jurken.
‘Mooi, maar ik wil liever iets dat niet kreukt… voor op reis.’
Met opgetrokken wenkbrauwen, spitte de vrouw haar voorraad door en hield twee andere jurken op. ‘Zoekt u zoiets?’
Barbara knikte. ‘Ja, dat is precies wat ik in gedachten had. Die wil ik eerst passen.’
‘Wilt u koffie?’
‘Dolgraag, ik heb gewoon vergeten te lunchen. Ik merk dat ik rammel.’
‘Ik kan ook een broodje voor u halen.’
‘Oh, als dat niet teveel moeite is…’
Ze stond in haar onderjurk klaar om de mooie jurk over haar hoofd te doen.
‘Kom ik help u even.’
Ze bewonderde zichzelf in de spiegel.
De verkoopster knikte goedkeurend. ‘Bekijkt u rustig wat u wilt hebben. Ik ben zo terug. Is een broodje zalm goed?’
‘Heerlijk,’ riep ze op kousenvoeten.
De stapel kleren die ze graag wilde hebben groeide. In de etalage lonkten enkele schoenen en een paar smaakvolle handtassen haar toe. Ook hiervan wilde ze een paar kopen.
Ze zag de verkoopster al met een doosje terugkomen.
‘Komt u even mee in het kantoortje dan kunt u rustig eten. Wilt u er een kopje espresso bij?’
‘Heerlijk, u verwent mij.’
‘Dat doe ik graag. Een tevreden klant maakt mijn dag weer goed.’
Ze begon aan het broodje zalm en bekeek het smaakvolle bureau waar ze stapels vaktijdschriften zag.
‘Hoe lang hebt u deze boetiek al?’
‘Sinds twee maanden is deze winkel open mevrouw.’
‘U hebt mooie kleren en accessoires.’
‘Dank u, het meeste komt uit Italië. Mijn man is Italiaan… Milaan…’
‘De modestad.’
Barbara zette het bordje neer en stond op. ‘We moeten maar weer aan de slag. Ik vind het prettig om dingen te kopen die bij elkaar passen.’
‘Heel verstandig mevrouw, dat scheelt met pakken.’
Barbara liep naar de etalage en wees op de tassen en schoenen.
De jonge vrouw kroop behendig in de etalage en pakte de schoenen het eerst.
‘Past u even, ik heb achter nog schoenen in een andere maat.’
Barbara schopte haar oude schoenen uit en stapte in de schoenen met een mooie hak.
‘Loopt u er eens mee.’
Ze zette enkele passen en bekeek haar voeten in de spiegel. Met een lach, knikte ze verheugd. ‘Als gegoten.’
De jonge vrouw liep weer naar de etalage en pakte de tas.
Barbara nam die aan en stak haar arm er door. In haar nieuwe jurk met de schoenen en de tas, paradeerde ze door de winkel. Ze wees naar de kasjmier sjaal. De verkoopster pakte die en deed deze om haar schouders.
‘Perfect, een plaatje mevrouw.’
‘Fijn, nu de rest.’

Tegen halfzes kwam ze bepakt en bezakt thuis. Op de oprit stonden al enkele auto’s van Aernouts buddy’s.
Zingend liep ze naar boven. Ze was net halverwege de trap, toen Aernout de gang opkwam.
Hij keek op zijn horloge. ‘Net op tijd om te gaan koken poes.’
‘Heb je niet gehoord wat ik vanmorgen zei? Schat, ik ga straks uit.’
Verbluft liet ze Aernout achter. In de slaapkamer gooide ze de glimmende draagtassen op het bed en viste de jurk uit een zak die ze wilde aantrekken.
Aernout had niet eens opgemerkt dat ze naar de kapper geweest was en dat ze er nu veel beter uit zag. Al droeg ze een vuilniszak, hij zag haar gewoon niet meer.
Ze pakte een mooie nieuwe tas uit. Plaats genoeg voor haar sleutels, autopapieren en smartphone. De grote afgeleefde shopper gooide ze in de prullenbak. Gauw een douche, deodorant op, parfum, schoon ondergoed, kousen en de nieuwe schoenen aan. Ze trok de jurk voorzichtig over haar hoofd en bekeek zichzelf in de spiegel.
Na een goedkeurend gemompel, pakte ze haar nieuwe kasjmier pashmina en liep de trap af.
‘Wow,’ hoorde ze Egbert die net van de wc af kwam, mompelen. Hij draaide zich om en hees zijn broek op. ‘Ga je uit? Krijgen we vanavond niets?’
‘Goed gezien Egbert, je bent een grote jongen, dus jullie redden je wel.’
Hij sprak geen woord en keek haar alleen maar aan.
‘Dag, prettige avond.’

Twintig minuten later stond haar auto op de parkeerplaats van De Viersprong, het restaurant waar ze regelmatig met Aernout at wanneer ze iets te vieren hadden. Voorzichtig om haar hakken te sparen, liep ze langzaam over het grind naar de deur.
Jules, de gerant begroette haar. ‘Goedenavond mevrouw. Komt mijnheer later?’
‘Nee, Jules, hij eet met zijn rugbyclubje. Ik trakteer mezelf vanavond.’
Hij leidde haar naar een tafeltje in een hoek.
Ze trok een wenkbrauw op. ‘Zeg Jules, mag ik als vrouw alleen niet aan onze vaste tafel zitten? Prop mij niet in een hoekje, alsjeblieft.’
Jules keek zuinig.
‘Nou, vooruit…’
Een van de andere gasten keek op. Ze voelde zijn blik en keek om. Hij kwam haar ergens bekend voor. De man stond op. ‘Barbara is het niet? Ik ben Bert, Bert van Nispen, weet je nog?’
Ze keek de man vragend aan. Toen wist ze het weer. Stralend zei ze: ‘Bert, natuurlijk… jij zat toch in Nieuw Zeeland? Terug? Goh, ik had je hier niet verwacht, sorry dat ik je niet meteen herkende. Hoe gaat het?’
Uit zijn blik merkte ze op dat het beter kon.
‘Ben je hier alleen Barbara? Ik ving net zoiets op.’
‘Ja, jij ook?’
‘Bezwaar om samen te eten?’
‘Helemaal niet.’
Jules was al bezig bij te dekken aan de tafel van Bert.
Barbara nam Bert goed op. Hij miste iets van de zwierigheid van vroeger. Slanker dan Aernout, licht kalend en grijs aan zijn slapen. Ze had hem tijdens de vorige reünie van haar school gemist. Vaag had ze iets opgevangen dat zijn vrouw kanker had.
Jules schoof een stoel voor haar achteruit.
Ze ging zitten.
Bert vroeg de kaart.
‘Zo, is er een speciale reden dat je hier bent?’
‘Ja. Nu Marga er niet meer is… ik wordt ook een dagje ouder… dat pensioen… ik eh… eigenlijk wil ik hier oud worden.’
‘Nederland is niet meer wat het geweest is hoor.’
Hij keek naar zijn handen. ‘Weet ik, maar nu ik nog goed ben lijkt me een pied à terre kopen geen slecht idee. Ik kan dat altijd verhuren.’
‘Zo kun je het ook bekijken. Ik dacht dat Nieuw Zeeland geweldig was. Laatst hoorde ik enthousiaste verhalen van vrienden die in… hemel… hoe heet dat hotel ook alweer…’
Ze trok een denkrimpel en stak toen plotseling haar vinger omhoog. ‘Ik weet het weer Madoo Lodge… een plaatje, ik zag foto’s… Zegt dat jou iets? Ze vonden het daar fantastisch.’
Bert gniffelde. ‘Dat is ook toevallig… daar heb ik jaren de scepter gezwaaid.’
‘Je meent het… en nu wil je terug naar ons kikkerlandje?’
‘Het is daar inderdaad schitterend, maar in Nieuw Zeeland heb ik geen gewoon leven.’
‘Het was zeker geweldig om daar te werken. Eerlijk gezegd ben ik de situatie thuis even beu. Ik dacht er zelfs over om daar een tijdje te gaan logeren.’
‘Een dure grap hoor, deze Lodge behoort tot de beste hotels ter wereld, maar ik kan er voor zorgen dat je voor een vriendenprijs terecht kunt.’
‘Dat zou geweldig zijn. Wat versta je onder duur?’
Bert wierp haar een veelbetekenende blik toe.
‘Zeg, meende je dat je daar zou willen werken? Sorry, dat ik van de hak op de tak spring, maar…’
‘Waarom niet. De hele dag niets doen ligt mij niet. Zorgen voor anderen doe ik mijn hele leven. Aernout vertikt het om te reizen. Na al die medische congressen heeft hij het wel gezien. Ik zat thuis met de kinderen. Vind je het gek dat ik nu iets voor mezelf wil doen? Nu kan ik dat nog. Een jaar er tussen uit, iets van de wereld zien… daar kijk ik echt naar uit.’
Bert wenkte de ober.
De man kwam met twee kaarten aanzetten.
Ze pakte de kaart en las snel het middelste menu. Ze wees er met haar vinger op. ‘Dit menu ziet er prima uit. We nemen nooit het goedkoopste of het duurste menu. Wat jij?’
‘Als jij het zegt…’
Ze zag hem goedkeurend knikken toen hij het gelezen had.
‘Laten we meteen bestellen voordat we blijven kletsen.’
‘Ik neem aan dat jij er ook graag wijn bij hebt. Is het wijn arrangement goed genoeg voor jou?’
‘Prima.’
Ze deed het servet op schoot en keek Bert afwachtend aan.
‘Toevallig zoeken ze iemand van jouw kaliber. Je zou dit tijdelijk kunnen doen voordat ze iemand gevonden hebben voor vast. Aan je gezicht zie ik dat je liefst vanavond al zou willen vertrekken.’
Ze grinnikte. ‘Dan kost mij dit dus niets?’
‘Integendeel, je zou zelfs een salaris krijgen, maar dan krijg je gedonder met de fiscus. Pensioen en zo. Ik mail ze wel. Daar is vast een mouw aan te passen. Als je daar als consultant bent, is er geen vuiltje aan de lucht. Je krijgt je salaris dan gewoon op je Nederlandse rekening.’
Barbara slaakte een diepe zucht. ‘Het lijkt erop dat dit zo heeft moeten zijn.’
Bert keek naar de fles die bij het wijn arrangement zat en mompelde goedkeurend.
‘Ik zit hier maar over mezelf te zeuren. Ik hoop niet dat Marga erg geleden heeft… kanker niet?’
‘Ja, een rotziekte. Ze was erg moedig. Ik mis haar natuurlijk enorm, maar het leven gaat door. Net voor mijn pensioen. Van samen leuke dingen doen is niets gekomen.’
Ze snoof en dacht aan de dingen die Aernout beloofd had. Nee, een jaartje afstand nemen… ze kreeg er hoe langer hoe meer zin in.
‘Koffie?’ vroeg Bert toen ze een heerlijk dessert voorgeschoteld kregen.
‘Ja, beter wel. Ik moet nog rijden. Ben jij met de auto?’
‘Nee, ik loop wel.’
‘Kan ik iets voor je doen?’
Bert schudde zijn hoofd. Hij keek op zijn horloge. ‘Met het tijdsverschil kan ik beter nu bellen. Ik weet hoe erg ze omhoog zitten.’
Hij wenkte de ober om af te rekenen.
‘Bert ik betaal de helft.’
‘Geen sprake van. Als ik met jou bij mijn opvolger op de proppen kom, voel ik mij al een stuk beter. Het was een deel van mijn leven. Wonen jullie nog steeds in dezelfde villa?’
‘Ja. Hier is mijn kaartje met mijn mobiele nummer. Het is nog vroeg en ik slaap toch pas laat.’
Bert sloeg haar cape om haar schouder en gaf haar een discrete kus. ‘Ik bel je zo snel mogelijk.’

Op de weg naar huis zag ze zich al in Nieuw Zeeland zitten.
Benieuwd wat Bert haar zou vertellen, liet ze de Volvo buiten het hek staan. Uit de keuken klonk luid gelach. Ze rook dat er iets was aangebrand. Zo zacht mogelijk liep ze naar boven. Beter slapen in de logeerkamer, dan met een half zatte snurkende Aernout naast zich.
De nieuwe aanwinsten lagen nog op haar bed. Ophangen en slapen, nam ze zich voor.
In de badkamer ging haar mobieltje. Bert zag ze.
‘Je bent daar van harte welkom. Hoe eerder hoe liever. Schikt het als ik morgenochtend langskom? Ik zorg dat je ticket besteld wordt. En Barbara… ik heb genoten om met je te praten.’
‘Bert morgen is prima.’
‘Fijn, slaap lekker, see you.’ Hij had al weer neergelegd.
Woelend lag ze in het logeerbed. Best spannend om naar Nieuw Zeeland te gaan. Eenzaam zou ze zich daar niet voelen. Vast veel interessante gasten… ze zou daar als ze weer terug was vast een boek over kunnen schrijven. Langzaam dommelde ze in.

De wekker van haar telefoontje rinkelde. Half negen. Mooie tijd om op te staan. Bert zou langskomen. Met gespitste oren liep ze naar de badkamer. Vanuit hun slaapkamer klonk een zacht geronk. Ook na haar douchepartij hoorde ze Aernout nog niet rommelen.
Gekleed in haar nieuwe suède rok en gele kasjmier trui met halve mouwen, liep ze naar beneden.
De keuken was een slagveld. Ze duwde enkele vuile borden opzij en begon koffie te zetten. Snel at ze twee plakken koek staand aan het aanrecht. Een blad met twee kopjes, enkele chocolaatjes en een paar suikerklontjes zette ze alvast in de zitkamer.
Aernout kwam op de geur van verse koffie in kamerjas naar beneden. Hij gaf haar een afwezige kus in haar nek. ‘Zo poes, nog niet aan de slag?’
Ze pakte hem bij beide armen beet. ‘Nu moet je eens echt naar mij luisteren. Ik ben er ook nog en ik vertik het om te blijven koken en opruimen voor jouw vriendjes. Je bent nu bijna een jaar met pensioen en wat hebben we samen gedaan? Niets toch? Ik vertrek naar Nieuw Zeeland. Ik ga daar werken.’
Aernout barstte in lachen uit. ‘Jij werken? Je kunt niets.’
Ze beukte met haar vuisten op zijn borst.
De bel ging. Ze liep naar de deur en liet Bert binnen.
Aernout geeuwde en wreef over zijn haar. ‘Hé Bert, hoe is het? Long time no see…’
Barbara pakte Bert bij zijn arm. ‘Kom Bert, Aernout moet opruimen… de koffie staat binnen klaar.’
Verbluft bleef Aernout staan voordat hij haar achterna kwam. Met half openhangende kamerjas brieste hij: ‘Wat zijn dat voor smoesjes. Vertrek jij zomaar met Bert?’
Bert kwam tussenbeide. ‘Aernout, even rustig ja. Ik kan het uitleggen.’
‘Uitleggen? Godsamme, dat zegt elke vent die met de vrouw van een ander slaapt. Eruit verdomme.’
Aernout pakte Bert stevig beet en wilde hem een klap geven.
‘Als je niet ophoudt, ga ik meteen pakken,’ riep ze.
Bert hield Aernouts beide armen stevig vast. ‘Barbara, wacht even, geef je man eerst een sterkte koffie. Daarna vertel ik hem hoe de vork in de steel zit.’
Aernout struikelde over de loshangende punt van zijn peignoir en vloekte.
Barbara schonk een mok koffie. Ze hield deze Aernout voor. ‘Vooruit drink op.’

‘Jezus, je meent het,’ sprak Aernout een half uur later. Hij wreef met zijn hand door zijn te lange haar en zuchtte.
Barbara pakte de lege mok aan. ‘Je hebt het er naar gemaakt.’
‘Sorry, ik heb het niet zo bedoeld.’
‘Kan wel zijn, maar ik ken jou. Als we samen oud willen worden, zal een jaartje weggaan wonderen doen.’
Aernout begon te hikken. Bert stond op en liep naar de keuken. Ze hoorde hem de kraan opendraaien en zachtjes een paar keer oh herhalen. Hij kwam terug met een glas water en gaf dit aan Aernout.
Aan Berts gezicht kon Barbara zien dat hij de zooi in de keuken gezien had. Hij gaf haar een begrijpend knikje.

Aernout bracht haar naar Schiphol. Hij keek bedrukt en mompelde steeds: ‘Poes toch…’
‘Ja, poes gaat op stap. We kunnen mailen en Facetimen. Een jaar is zo om. Wie weet hebben ze al eerder iemand gevonden en dan kan ik mooi van die centjes een reis maken.’
‘Ik hou van jou hoor…’
‘Daar twijfel ik niet aan, maar je ziet mij gewoon niet meer als vrouw. Handige keukenmachine, zo voel ik mij. Doe je rugbyvriendjes de groeten.’
Met rechte rug volgde ze de procedures van het inchecken. Na het doorlopen van de taxfree winkeltjes, was het al weer tijd om te boarden.
In het vliegtuig twijfelde ze even. Had ze er wel goed aan gedaan om zo overhaast te vertrekken? Ze keek om zich heen. Bert had businessclass voor haar geregeld. Heerlijk. Ze rekte zich even uit en pakte de papieren die Bert haar had laten tekenen. De taak die haar daar wachtte kende ze al bijna van buiten.
Voor de tussenstop in Singapore had Bert geadviseerd om beter een hele dag uit te trekken.
‘Je komt dan niet zo groggy aan en je kunt daar prima winkelen. Neem een taxi naar Orchard Street.’
Dat klopte. De taxi’s kosten een schijntje. Ze kocht een goede compact-camera, een paar mooie zomerkleren en heerlijk zittende zomerschoenen. Bij Starbucks pakte ze haar mini iPhone en installeerde de gratis wifi. Ze zette Facetime aan en belde Aernout. Hij keek verheugd toen ze hem enthousiast vertelde over de goede vlucht.
‘Singapore, daar ben je toch ook geweest?’
Ze zag hem blozen. Hij sloeg zijn ogen neer en zei kort dat hij het hotel nauwelijks was uitgegaan. Een klein addertje begon te knagen. Aernout met een ander? Boos sloot ze het gesprek af. Verdorie. Ze slikte een opkomende traan weg en bestelde prompt een tweede espresso. Met gemengde gevoelens hield ze een taxi aan om zich naar de luchthaven te laten brengen.
Tijdens de tweede vlucht doezelde ze niet weg. Ze dacht aan zijn avontuurtje in Singapore en voelde zich flink gefopt. Zij maar braaf zijn terwijl hij… De steward kwam langs en vroeg of ze iets wilde drinken. Uit balorigheid bestelde ze een single malt.
Het vliegtuig begon al te landen. Door het raampje was een stuk van het eiland te zien. Het weer beloofde veel goeds. De piloot riep om dat het vandaag 28 graden zou zijn.
Ze was snel door de douane. Tijdens het wachten op haar koffer bekeek ze de mensen en zag dat bijna iedereen in vlotte vrije tijdskleding liep. In de ontvangsthal herkende ze het grote bord van de Lodge al. Ze knikte naar de chauffeur en noemde haar naam. Meteen pakte de man haar koffer op. ‘Gaat u maar vast in de auto zitten. Ik moet nog iemand meenemen die met de vlucht uit Zurich aankomt. Kunt u 10 minuten wachten?’
Natuurlijk maakte ze daar geen bezwaar tegen. De man vertrok en hij liet haar in de auto achter, met de airco aan. Ze pakte de folder van de Lodge die voor de gasten klaarlag.
Ze was daarin zo verdiept, dat ze niet merkte dat de andere passagier al gearriveerd was. Stom verbaasd bekeek ze de man die instapte.

Advertisement