Eveline stapte voorzichtig in de wiebelende watertaxi. Nu de koffer nog. Minachtend keek de schele schipper

naar haar weinige bagage.

‘Kunt u mij even helpen met mijn koffer?’ vroeg ze.

De man krabde zich achter zijn oor, pakte met een onverschillig gebaar haar koffertje en kwakte dit met een klap aan boord.
Hij tuurde even of er nog meer klantjes zouden komen en toen een lange blonde man haastig naar de

steiger liep, haalde hij zijn hand van knop van het gashandel.

De man smeet twee tassen in de boot en sprong de kuip in. De boot schommelde zo erg dat Eveline het dak

stevig moest vastpakken om niet te vallen. 

Voordat ze haar bestemming kon opgeven, begon de blonde te commanderen: ‘Cipriano, en vlug een beetje.’

Eveline keek haar mede passagier boos aan en sprak: ‘Wie denk je wel dat je bent. Ik zat eerder in de boot. Mijn

bestemming ligt aan het Canal Grande, het…’

Hij lachte spottend en zei: ‘Cirpiano ook hoor. Als ik er ben kan je rustig naar je hotel.’

De kapitein van het bootje keek recht voor zich uit. Hij stoomde in volle vaart de lagune over, tot hij zich aan de

snelheidsbeperking moest houden.

Wat een vlerk dacht Eveline. Ze negeerde de man en keek met haar neus in de wind naar de gevels van de in het

water staande huizen. Zonder een woord te zeggen klom de man bij de steiger van het dure hotel aan wal.

Hij liet zijn tassen liggen en knipte met zijn vingers naar de portier die al kwam aan rennen.

De bediende tikte eerbiedig aan zijn pet, pakte de tassen van de kapitein aan en betaalde met een royale fooi.

Eveline probeerde haar woede in te houden, want ze wilde haar vakantie niet met een slecht humeur te beginnen.

De kapitein stak rustig het geld weg. Vervolgens draaide hij zich om en vroeg verveeld: ‘Welk hotel?’

Ze noemde de naam van een palazzo. 

De man keek haar peinzend aan.

Na enkele minuten draaide de watertaxi voor de oude steiger. Marie, de oude hulp stond haar al op te wachten.

‘Je bent laat Eveline. Je vliegtuig zou toch om twee uur landen?’

‘Ja Marie, maar er sprong een brutale kerel in de boot en hij wilde coûte que coûte snel naar het Cipriano.’

Marie zuchtte, keek de schipper boos aan en begon in het rap Italiaans: ‘Schande om de señora zo te behandelen

Luigi.’

Luigi keek gegeneerd en zei timide tegen Eveline: ‘Had u dan gezegd dat u bij de Contessa ging logeren.’

Marie sprak luid: ‘Luigi, zij is de nicht van de Contessa, ze komt hier al jaren. Voortaan meer respect èh?’

Luigi zette zorgvuldig haar koffer op de steiger en hielp haar galant uitstappen.

Mario de oude huisknecht kwam aanlopen om haar koffertje aan te nemen.

Eveline omarmde Marie en zei: ‘Heerlijk om hier weer te zijn. Hoe is het met mijn tante?’

‘Prima Signora Eveline. Ze doet haar middagdutje… vanavond… kom er staat buiten nog een antipasta voor u

klaar.’

Eveline liep naar de binnentuin. Ze snoof de geur van Venetië op en ging aan de oude marmeren tafel zitten waar

Mario gedienstig haar stoel aanschoof.

‘Dank je Mario. Wat heb ik dit in New York gemist. Hm, dit ruikt goddelijk.’

Ze had net haar espresso op toen ze haar moeders zuster hoorde aankomen. De elegante slanke vrouw was

veertig jaar geleden met een Italiaanse graaf getrouwd. Na zijn dood had hij haar dit statige palazzo nagelaten.

‘Eveline, heerlijk dat je er bent’ riep tante Alexandra en kwam met uitgestoken handen op haar af.

Eveline stond op en omhelsde haar tante.

‘Laat me je bekijken, je ziet er moe uit. Hier kan je heerlijk bijkomen. Hoe was je reis? Ik hoorde al van Marie

dat je lastig gevallen werd door een brutale vent.’

‘Ach, lastig gevallen was het niet, maar …’

‘Kindje, je bent nu 40 en nog steeds alleen.’

Eveline lachte. ‘Mijn werk tante… dat kan ik nauwelijks met een vaste relatie combineren.’

‘Kom, ik laat je de nieuwe badkamer zien. Het was hard nodig om die te vernieuwen. Je kunt nu zonder

problemen een bad nemen.’ 

Gearmd liepen ze door het oude gebouw. Eveline zag dat het vocht de muren behoorlijk had aangetast. Tante zag

haar kijken en sprak: ‘Al heb ik hier constant werklui over de vloer, ik zou dit paleis voor geen goud willen

ruilen. Zolang Marie en Mario voor mij kunnen zorgen, zit ik hier prima.’

Boven opende tante de deur van de logeerkamer waar Eveline elk jaar kwam.

‘Is dat al je bagage?’ vroeg ze toen ze haar kleine koffer zag.

‘Nee, mijn grote koffer is kwijtgeraakt op het vliegveld van Rome. Ik hoop dat deze morgen wordt gebracht.’

‘Je hebt je avondjurk toch hopelijk wel bij je.’

Lachend antwoordde Eveline: ‘Natuurlijk! Rome is berucht voor het kwijtraken. Ik kon de Pucci in mijn

handbagage proppen. Wat wordt er vanavond gespeeld? Weer een première?’

Haar tante knikte en lachte geheimzinnig. Ze pakte haar bij haar arm en zei: ‘Blijf even staan. Doe je ogen dicht.’

Eveline hoorde haar tante weglopen en even later voelde ze iets in haar handen.

‘Stevig vasthouden. Doe nu je ogen open.’

Nieuwsgierig wreef ze met haar hand over de donkerrode fluwelen bekleding van het foedraal. Ze slaakte een

verrukte kreet toen ze deze opende en de tiara zag.

‘Lieve kind, later erf jij deze toch. Ik heb het al beschreven. Met mijn tiara zie jij er vanavond vast betoverend

uit. Ik zou het zo fijn vinden als je hem met plezier kan dragen’

Eveline wist dat tante Alexandra het vreselijk had gevonden dat ze kinderloos was gebleven.

‘Veel partijen geef ik toch niet meer. Zoals je ziet, heb ik mij ook aangepast. Giacomo zou mij nu eens in jeans

moeten zien!’

‘Tante Alexandra, je ziet er nog geweldig uit.’

Alexandra knikte en zei trots: ‘Maat 38, en dat probeer ik angstvallig te houden.’

Eveline wees naar de tiara en sprak: ‘Maar wat draag jij dan vanavond?’

‘Ik doe mijn parels om. Een tiara erbij is gewoon teveel. Niet chic. Kom, ik wil alles van jou horen.

Hoe gaat het met mijn zusje? Nog steeds geobsedeerd door de wetenschap?’

‘Ja, mam heeft weer een boek geschreven over gentherapie.’

‘En Laurens?’

‘Ook met papa gaat het goed. Zijn laatste thriller is goed ontvangen. Stond zelfs op de lijst van bestsellers.’

Alexandra knikte goedkeurend en mompelde: ‘Het is een bof dat jullie allemaal een goed stel hersens hebben.
Liefje, vertel mij nu over jouw drukke leven.’

Nadat Eveline haar tante uitgebreid verslag had gedaan zei tante: ‘Rust maar lekker uit. Ik ga kijken of alles in

orde is voor vanavond.’ 

Eveline liet zich achterover zakken op de chaise longue en was even later onder zeil. Ze droomde van de blonde

vlerk. Verrekte knap, maar zeer arrogant. Vaag kwam hij haar ergens bekend voor.

Ze werd wakker toen de zon achter de grote boom was. Langzaam rekte ze zich uit.

Het was al bijna zes uur; tijd om zich rustig te gaan opknappen.

Eerst naar het theater en daarna zouden de gasten komen voor een souper, een ritueel waaraan haar tante zich

ook na de dood van haar man had gehouden. Om te kijken welk stuk er vanavond in de Fenice zou worden gespeeld,

was er niet van gekomen.

Terwijl ze de trap opliep, hoorde ze al gestommel in de keuken. Marie drilde de cateraars als een generaal. 

Boven had Marie haar lange  Emilio Pucci jurk al op een hangertje gedaan. Een ideale reis jurk die ze al jaren

had. De zijden jersey kreukte nauwelijks. Ze stak haar donkerblonde haar op, pakte voorzichtig de tiara en keek

voor de spiegel hoe ze de tiara het beste kon vastmaken. Op haar horloge zag ze dat ze nog tijd genoeg had voor

een warm bad.

Snel stapte ze uit haar reiskleding. Ze deed haar oorbellen uit voordat ze zich in het warme water liet zakken.

Voor zover ze wist had ze geen van tantes soirees gemist. De gasten zouden wel weer de haar bekende oude

vrienden zijn, allemaal Italianen die zich natuurlijk weer gingen afvragen waarom ze nog steeds geen echtgenoot

had gevonden. Na de dood van Diederik, had ze niemand ontmoet om samen mee oud te worden. Later zou ze

dit palazzo erven. Wat moest ze ermee? Zou ze hier haar werk kunnen voortzetten? Ruimte genoeg, maar erg

onpraktisch voor een laboratorium.

Ze had zo zitten dromen, dat het water was afgekoeld. Licht rillend stapte ze het bad uit. 

Haar schoenen zaten nog in de verdwenen koffer. Dan maar sandalen. Gelukkig was de lak op haar tenen nog

niet geschilferd. 

Zonder kousen, stapte ze in haar sandalen. Ze trok de jurk over haar hoofd, stak haar lokken op

en zette de tiara stevig met de bijbehorende spelden vast. Kritisch bekeek ze haar evenbeeld, trok de rok van de

jurk die een beetje strak zat recht en pakte haar smart Phone om deze op trillen

te zetten. Julian, schoot haar te binnen, helemaal vergeten.

Ze zond haar assistent een sms’je om te melden dat ze veilig in Venetië zat.

Meteen kreeg ze een bericht terug. Julian meldde dat de laatste test gelukt was.

Nu kon ze het patent gaan aanvragen. Opgelucht liep ze naar de piano nobile. 

‘Een glas champagne Eveline?’ sprak haar tante die haar had horen aankomen.

Ze antwoordde lachend in het Italiaans: ‘Si, dat heb ik wel verdiend. De laatste test is goed gegaan.’

Na een slok zag dat er al een andere gast was, een lange man met blond haar van wie ze alleen de brede rug van zijn

smokingjasje zag.

‘Jij, vlerk,’ had ze willen zeggen. Toen hij zich langzaam omdraaide, zag ze dat het niet de man was die zich bij

het Cipriano had laten afzetten, al leek hij er verdomd veel op. 

Zijn trieste blik viel haar op. Galant kuste hij haar hand en sprak zacht: ‘Wat een eer u vanavond in ons midden te

hebben.’

Ze was zo verbluft dat ze alleen maar knikte. 

Haar tante sprak: ‘Claude is zeer geïnteresseerd in jouw nieuwe medicijn.’

‘Dat is nog niet op de markt,’ sprak ze en schudde haar hoofd. Ze herinnerde zich dat ze een tiara droeg en

terwijl ze met een hand voelde of de tiara nog goed zat, ging ze door: ‘Het is nog niet eens gepatenteerd.’

Claude keek haar ernstig aan en zei: ‘Kanker toch?’

‘Hoe?’ Begon ze.

Claude wierp een blik op Alexandra.

Eveline zuchtte en zei: ‘Het is mijn enige korte vakantie, dus…’

Claude viel haar in de reden, ‘De artsen hebben mij opgegeven.’

Ze ging voor hem staan, keek hem onderzoekend in zijn ogen en zei kort: ‘Verkeerde diagnose. Je hebt geen

kanker, maar een aparte vorm van suiker.’

Claude keek haar verbluft aan.

‘Iriscopie, van Diederik geleerd,’ zei ze kort en dacht aan haar overleden vriend die zich in de Chinese

geneeskunde had gespecialiseerd.

‘Als het goed is, komt mijn tweelingbroer naar Venetië voor een beenmergtransplantatie, maar noem mij toch

Claude.’ 

Hij reikte haar een glas champagne aan. Eveline nam een slok en mompelde: ‘Dat is dan zeker die brutale man

die zo nodig snel naar het Cipriano moest.’

Haar tante keer verstoord en fluisterde: ‘Pierre?’

‘Zo erg was het ook weer niet, maar de man die mij vanmiddag in mijn watertaxi onbeschoft behandelde, lijkt

sprekend op Claude.’

‘Mijn broer kan zich soms onmogelijk opstellen, mijn excuses.’

‘Je hoeft je toch niet voor een volwassen vent te verontschuldigen,’ antwoordde ze lachend. 

Eveline hoorde iemand gehaast de trap opkomen. Een moment later stond ze oog in oog met de lange blond man.

Beiden keken verbaasd. 

Hij stak zijn hand uit. Ze negeerde die en zei koel: ‘Ik ben dokter Verhagen. Je broer heeft geen kanker. Je kunt

dus vertrekken.’

Eveline, opgelucht, dat ze hem de les had kunnen lezen, sprak op normale toon verder: ‘Na jaren onderzoek weet

ik heus het een en ander over deze ziekte. Ik denk eerder dat jij je moet laten onderzoeken Pierre, want jouw

gedrag doet me aan een ander syndroom denken.’

Verbluft staarde hij haar aan. 

Haar tante schudde haar hoofd en sprak zacht: ‘Oh, oh, Eveline…’

Tijdens de voorstelling zat ze tussen de tweeling. Ze voelde dat Pierre zijn arm bezitterig achter haar op de rand

van haar stoel legde, waarop ze in de pauze zei: ‘Hou op met dat populaire gedoe. Eerst negeer jij mij en nu je

weet wat ik doe…’

Als door een wesp gestoken trok hij zijn arm terug. De rest van de voorstelling spraken ze geen woord.

Toen het applaus verstomd was, gaf Alexandra hen een seintje en zei: ‘Jongelui, op naar het souper.’

Haar tante gaf haar een arm en fluisterde: ‘Pierre is de kwaadste niet, al is de roem hem naar zijn hoofd gestegen.’

Eveline liep naar de prachtig gedekte tafel, bekeek de naamkaartjes en zag dat tante Alexandra haar weer tussen de

broers had geplaatst. Snel verwisselde ze haar kaartje met die van de oudste vrouwelijke gast.

Tijdens het souper schaterde ze het uit met de oude besnorde professor die met twinkelende oogjes de ene

anekdote na de andere vertelde. Ze voelde de blikken van Pierre wel. Niemand nam notitie van hem en ze zag dat

zijn arrogantie op slag was verdwenen. Hij verwarde en intrigeerde haar met zijn pose. Ze probeerde de gedachte

aan hem opzij te schuiven, want ze wilde goed uitgerust aan de volgende fase van haar uitvinding beginnen.


Een week later stond de tweeling met een grote bos bloemen in een gondel aan de steiger te wachten. Marie

kwam geagiteerd naar haar toe: ‘Eveline, kom gauw… zo’n grote bos bloemen heb ik nog nooit gezien.’

Snel trok ze een knalroze dunne kaftan over haar bikini en liep Marie op blote voeten achterna. Marie opende de

kleine deur die direct op het Canal Grande uitkwam. Net kwam er een speedboot aan die haar kletsnat spoot. 

Eveline voelde dat ze over de gladde planken ging uitglijden en probeerde een van de palen te pakken. Pierre

sprong naar haar toe en kon net voorkomen dat ze in het water viel.

‘Dank je,’ fluisterde ze.

De dunne kaftan plakte tegen haar lichaam. Ze schudde haar kletsnatte haren uit.

Alsof hij niet opmerkte dat er weinig te raden over bleef, sprak hij: ‘Jouw diagnose… helemaal juist. We komen

je daarvoor een bloemetje brengen.’ 

Marie gebaarde dat ze binnen konden komen.

‘Even iets droogs aantrekken, ik had niet op een douche gerekend,’ begon Eveline.

‘Ik zie je liever zo dan met een tiara,’ zei Pierre olijk.

Zittend rond het kleine zwembad stak Claude van wal. 

Ze waren naar New York gevlogen met het medische dossier van de Romeinse arts.

‘Een klungel… hij had mijn dossier verwisseld.’

Eveline zag hoe opgelucht beide broers waren. Claude keek niet zo somber meer en van Pierre’s schouders leek

een last te zijn afgevallen.

Marie vertrok met de bloemen. Even later kwam Mario met een grote vaas aanzetten die hij met moeite kon

tillen. 

‘Prachtig, dat hadden jullie toch niet hoeven doen,’ zei ze.

‘Als we jou niet hadden ontmoet…’ sprak Claude net toen Alexandra in jeans de binnentuin in liep.

‘Jongens wat een verrassing, hoorde ik iets over New York?’ 

‘Na Eveline’s diagnose wilde ik een second opinion.’

‘Kettering Sloane zeker?’ sprak Alexandra.

De broers knikten.

‘Dat je geen kanker hebt! Heerlijk, dat moeten we vieren. Jullie blijven toch voor de lunch?’

Pierre pakte Eveline’s hand en zei: ‘Mijn excuses voor mijn onbeschofte gedrag… stond erg onder druk.

De zorg voor Claude… ik moest een belangrijk tournee afzeggen.’

Ze knikte en omdat het aperitief geserveerd werd, was het weer niet het moment om de vraag te stellen wat

Pierre nu eigenlijk deed. 

Eveline liep naar de keuken en vroeg aan Marie: ‘Weet jij hoe mijn tante de tweeling kent?’

Marie keek haar verbaasd aan en antwoordde: ‘Wist je niet dat Claude en Pierre de kinderen zijn van de eerste

vrouw van jouw tantes echtgenoot?’

‘Nee. Ik dacht dat Giacomo geen kinderen uit zijn eerste huwelijk had.’

‘Dat zijn ze ook niet. Eugenie, de eerste vrouw van mijnheer Giacomo hertrouwde met een Fransman die naar

Amerika vertrok.’

Ze wilde net vragen of Marie iets over het werk van Pierre wist toen Pierre de keuken in kwam.

‘O, ben je daar… Marie zal ik dat blad met glazen van je overnemen?’

‘Ik heb net begrepen hoe jullie band met mijn tante is. Zeg, waarom moest jij zo nodig maar het dure Cipriano?’

Pierre keek haar onbegrijpend aan en nam het blad mee naar buiten. 

De plens water had haar meer afgekoeld dan gedacht. Ze liep naar boven om even een vestje te pakken.

Met het kledingstuk in haar hand keek ze uit het raam dat op de binnentuin uitkeek. Haar tante zat geanimeerd met de

tweeling te praten. Mario was al bezit om de buitentafel te dekken. Ze zuchtte, om zo te leven… sprookjesachtig.

Vlak bij het Canal Grande en toch zo rustig. 

‘Al nieuws over het patent?’ vroeg Pierre belangstellend toen ze de tuin inliep.

‘Daarmee ga ik volgende week, als ik terug ben in New York aan de slag.’

Ze keek Pierre aan. In jeans en een mooi wit overhemd, zag hij er geweldig goed uit. Blijkbaar wist hij dat ook. 

Na de koude soep, leek hij zich te ontspannen en na enkele glazen wijn, lachte hij uitbundig.

‘Jij bent de enige vrouw die normaal tegen mij doet,’ fluisterde hij haar zacht tijdens de koffie toe.

‘Waarom zou ik dat niet moeten doen? Zo bijzonder ben je heus niet hoor. Al had je last van stress, je hoefde je

in de watertaxi toch niet zo onbeschoft tegen mij te gedragen? Maar goed, laten we het daar maar niet meer over hebben.

De bloemen zijn beeldig, maar het was echt niet nodig om zo uit te pakken.’

‘Mag ik jou vanavond uitnodigen voor een etentje?’ vroeg Pierre en voegde daaraan toe, ‘om het goed te maken.’

‘Liever niet, na deze lunch… morgen… schikt dat?’

‘Prima. Ik haal je af om kwart voor acht.’

‘Oké. Chic of casual?’

‘Casual, graag.’

Claude keek Pierre met een geamuseerd lachje aan.

Ze vroeg zich af, wat er zo bijzonder aan haar vraag was geweest. Ook haar tante had verbaasd gekeken toen

Pierre haar had uitgenodigd.

Ze haalde haar schouders op en kon zich er niet druk om maken, al spookte zijn opmerking door haar hoofd.

Er was iets aan hem dat ze niet kon plaatsen. Gespleten persoonlijkheid? 

De volgende avond stond ze om kwart voor acht klaar. Pierre gaf haar een kus en drukte haar even tegen zich aan

en zei: ‘Ik heb mij erg op deze avond verheugd. Bij jou kan ik eindelijk mezelf zijn.’

‘Dat kan je toch altijd?’ zei ze verwonderd.

Hij schudde zijn hoofd en keek somber.

Eveline zei zacht: ‘Af en toe ben jij een rare hoor. Voor wie hou jij je eigenlijk op?’

‘Voor mijn publiek natuurlijk,’ zei hij zo vanzelfsprekend, dat ze in lachen uitbarstte.

‘Nou ik hou mij in ieder geval niet op voor de aandeelhouders van mijn farmaceutische bedrijf.’

‘Maar dat is iets anders,’ zei hij doodernstig.

Ze haalde haar wenkbrauwen op. De watertaxi naderde het Cipriano hotel waar het zwart van de mensen stond.

‘Achteringang gauw,’ sprak Pierre tegen de bootsman.

‘Wat moet die commissie van ontvangst?’ vroeg ze en keek Pierre aan die zijn masker weer had opgezet en met

samengeknepen lippen naar de steiger staarde.

Ze stootte hem aan en vroeg: ‘Zeg komen die allemaal voor jou? Wat doe je in hemelsnaam? Ben je beroemd of

zo? Ik heb echt geen idee.’

Plotseling werd het haar duidelijk. Pierre was in feite… 

Voordat ze hierover iets kom zeggen zag ze dat een aantal hysterische jonge vrouwen gekleed en wel het water insprong

en naar de boot zwom.

Eveline keek vol afschuw naar de gillende meute en zei: ‘Laten we dat etentje vergeten. Kom maar mee terug

naar huis. In de ijskast van mijn tante is vast wel een broodje te vinden. Dit is toch te gek. Hoe kan je zo leven?’

Pierre hield zijn hoofd fier omhoog en zwaaide naar de menigte. Hij pakte haar bij haar schouders, trok haar naar

zich toe en kuste haar. Verbaasd beantwoordde ze zijn kus.

Het gejoel nam af, naarmate de boot zich van het dure hotel verwijderde.

Toen ze zich uit zijn greep had losgemaakt sprak ze: ‘Je zou je knappe gezicht moeten laten veranderen.’

Hij barstte in lachen uit en zei spontaan: ‘Je hebt helemaal gelijk. Niet alleen Claude heb je gered, maar je hebt

mij ook laten begrijpen dat ik het roer moet omgooien.’

Met de armen om elkaar heengeslagen kwamen ze bij de steiger van het Palazzo aan.

Voor Eveline was dit de eerste goede avond na de dood van Diederik. Zou ze de stap wagen om hier te blijven?
Als ze naar Pierre keek, dacht ze van wel.