‘Jezus, Sabine, ben je gek geworden.’ Inspecteur Tollenaar pakte ruw haar pols beet.
‘Man, zie je dan niet dat hij nog leeft?’ Sabine wees met de kruiskopschroevendraaier naar de neergestoken man op de grond.
Tollenaar brieste: ‘Onzin, je hebt het bewijsmateriaal in je hand. Hoe kon je zo stom zijn om het moordwapen… Sukkel, jij zult het nooit ver schoppen.’
Sabine keek Tollenaar vuil aan. ‘Jij bent een te oud voor dit vak, je teert op je roem, je hebt geen idee van moderne technieken… hoor je mij.’
Tollenaar draaide haar pols om.
Sabine gilde.
Op het geluid kwamen agenten Dirk en Johan aangerend.
Tollenaar wilde haar arm op haar rug draaien.
Sabine siste: ‘Die oude zak moet loslaten, vooruit bel 112, het slachtoffer leeft nog. Hij werd razend toen ik deze schroevendraaier uit het lichaam trok. Godsamme, als ik dit niet gedaan had, had zijn hart niet meer…’
Dirk pakte Tollenaar beet. ‘Loslaten.’
‘Ik ben hier nog altijd de baas, ik zal er voor zorgen dat jullie ontslagen worden.’
Tollenaar liet niet los. Sabine kreeg de neiging om hem met de schroevendraaier een mep te geven.
‘Eikel, zie je dan niet dat ik een handschoen aan heb…’
‘Rustig maar,’ riep Johan. ‘Vooruit Tollenaar laat los. Wil jij een moord op je geweten hebben?’
Tollenaar liet haar los. ‘Waar heb jij het over lamzak. Ik ben hier degene met de meeste…’
Sabine richtte haar hoofd op en wreef haar pijnlijke schouder. Ze zei zacht: ‘De ambulance komt er aan.’
Dirk en Johan keken op. ‘Dat is vlug.’
Johan zette de hoofdinspecteur op een stoel.
‘Ik zal je,’ siste Tollenaar.
Sabine hield de schroevendraaier op en Dirk pakte een zakje voor bewijsmateriaal.
‘Vlug naar het lab ermee Dirk.’
‘Komt voor mekaar.’
Johan sprak in zijn walkietalkie met de broeder van de ziekenauto. Hij gaf de precieze locatie op.
Sabine bukte zich over het slachtoffer, voelde zijn hals en knikte goedkeurend. Voorzichtig beklopte ze het lichaam en haalde zijn portefeuille tevoorschijn. Ze hield het op. Dirk pakte het aan en bekeek de papieren van het slachtoffer. Hij klakte met zijn tong. Weet je met wie je te maken hebt?’
Sabine knikte. ‘Dit is de kok van Le Bistrot, hier aan de gracht.’
‘Grote genade, wie zou…’
‘Kan een afrekening zijn. Het restaurant verdient schatten met zijn eten en de boefjes…’
Sabine draaide zich om naar de ambulancebroeders.
Tollenaar stond op en begon: ‘Het slachtoffer leeft nog. Ik was zo slim om het wapen, een doodgewone kruiskopschroevendraaier uit de hartstreek te verwijderen.’
‘Daarmee heeft u zijn leven gered mijnheer.’ De broeders legden een brancard naast het slachtoffer en zette hem een zuurstofmasker op.’
Sabine draaide zich woest om. ‘Tollenaar, hoe durf je…’
Met een gemeen lachje draaide hij zich om.
‘Godnogantoe Dirk, die rotzak… Ik heb de kok gered. Hij gilde dat ik… Altijd hetzelfde liedje, ik zal blij zijn als hij met pensioen is. Ik kan daar niet tegen. Met de eer willen strijken, terwijl…’
Johan mengde zich in het gesprek: ‘Hij is nu eenmaal zo, maak je niet druk.’
‘Jawel, ik wil ook eens promotie maken. Ben nu 45 en…’ Ze zag hoe behendig de broeders te werk gingen.
Een knikte goedkeurend na het meten van de bloeddruk. Ze gaven de kok een beademingsapparaat en schoven de brancard in de ziekenauto. Met loeiende sirene reed de ambulance weg.
‘Ik laat het er niet bij zitten, ik ga dit met onze hoogste baas opnemen.’
Johan haalde zijn schouders op: ‘Wees verstandig, tegen dit stuk vreten kan je toch niet op.’
‘Heeft iemand het restaurant al gebeld?’
Beide agenten knikten ontkennend.
Sabine kneep haar lippen samen en liep de loods uit. Ze zag Tollenaar niet meer. ‘Vast naar het restaurant,’ mompelde ze in zichzelf. Ze begon te rennen. Na tien minuten stond ze voor Le Bistrot en duwde de deur open.
Emile de eigenaar keek verbaasd. ‘Hé Sabine, we zijn nog niet open.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Ik ben hier beroepsmatig. Het gaat om Jules, je kok. Hij is neergestoken in de loods even verderop. Als het goed is ligt hij nu in het ziekenhuis.’
‘Hoe…, hemel, ik moet even gaan zitten.’
Sabine rook dat de keukenbrigade bezig was met de voorbereidingen voor het diner.
Ze pakte een stoel en keek Emile ernstig aan. ‘Is er iemand die het op Jules gericht kan hebben?’
‘Niet dat ik weet… wat is er gebeurd?’
We kregen een anonieme melding over een steekpartij in de loods aan de gracht. Ik was het eerst ter plaatse, zag de schroevendraaier in zijn lichaam… in de hartstreek en die trok ik in een reflex eruit. Het was een kruiskopschroevendraaier en zoiets in een kloppend hart…’
‘Juist, je hebt hem dus het leven gered, als ik er van uit mag gaan dat hij het redden zal.’
‘Natuurlijk hoop ik dat.’
Sabine hoorde de telefoon overgaan.
Een van de obers kwam aanlopen met het toestel en fluisterde: ‘inspecteur Tollenaar.’
Emile pakte het toestel. ‘Fijn dat u belt, heeft u al nieuws over de toestand van Jules?’
Vaag hoorde Sabine: ‘Hoe weet u…’
Ze leunde achterover en zag dat Emile haar vragend aankeek.
‘Ik zit hier met een collega Sabine.’
Sabine wenkte Emile om het toestel aan haar te geven.
‘Tollenaar, je hoeft je er niet mee te bemoeien hoor. Ik heb alles al verteld.’ Ze verbrak de verbinding en vertelde in het kort wat er gaande was. ‘Ik weet niet of dit ook in het restaurant wereldje speelt, maar ik word hier echt niet goed van. Het gaat tenslotte om een mensenleven.’ Ze stond op. ‘Sterkte Emile, ik hou je op de hoogte.’ Ze stak haar hand uit.
Emile drukte die met beide handen. ‘Dank, als Jules weer aan de slag is, nodig ik je uit voor een etentje.’
‘Dat mag ik niet aannemen, maar het is erg aardig van je om dit te zeggen.’
Sabine liep het restaurant uit, keek op haar horloge en zag dat ze nog net tijd had om op het bureau in de Warmoestraat een rapport te schrijven.
Het begon al donker te worden. Ze liep de gracht af en keek spiedend om zich heen. Enkele jongeren hingen rond. Ze vertrouwde die leren jackers niet. Met haar dienstpistool in haar hand begon ze sneller te lopen. Vlugge voetstappen volgden haar. De adrenaline stroomde door haar lichaam. Nog steeds was ze woest op Tollenaar en die woede kon ze mooi gebruiken, mocht een van die knakkers te dicht bij haar komen. Ze draaide zich plotseling om en stond oog in oog met een van die boefjes.
‘Wat moet dat, kan een vrouw niet rustig lopen? Vooruit wegwezen.’
‘Mooie meid, we kunnen samen lol maken.’
‘Flikker op ik ben politie-inspecteur.’
‘Ha, ha.’
Ze duwde het pistool op de borst van de jongeman. ‘En nu geen geintjes of ik schiet. Ik ben er echt voor in de stemming.’
Het jongmens schrok van haar houding en hij aarzelde. Zodra hij een klik van de veiligheidspal hoorde, rende hij er vandoor.
Trillend op haar benen vervolgde Sabine haar weg naar het bureau. Ze liep naar haar werkplek, waar Tollenaar het hoogste woord had.
Met een klap smeet ze haar dienstpistool op haar werkblad.
Johan keek op, liep naar het wapen en vergrendelde de veiligheidspal. ‘Jezus Sabine… je wapen… wat is er, je ziet zo bleek.’
‘Op weg hier heen, zaten een stel jochies achter mij aan. Een bedreigde mij… en…’
‘Je hebt toch niet geschoten?’
‘Nee, maar het scheelde niet veel. Jullie moeten de gracht beter beveiligen als het donker wordt. Nu zitten jullie liever binnen achter de koffie. Ik vind dat slap en zal hierover een rapport schrijven.’
‘Sabine, zo ken ik je niet, je lijkt Tollenaar wel.’
‘Hou op over die vent of ik ga echt schieten. Dit was niet mijn dag. Ik kots van jullie gedrag.’
Ze pakte haar sjaal van de rugleuning van haar stoel, trok haar dons-jas aan en liep het bureau uit.
Op een elektrische fiets reed ze naar haar appartement. Na het stallen van dit vervoer, opende ze haar voordeur. Nog met haar jas aan, pakte ze een fles wijn en schonk ze zich een goed glas in. Met uitgeschopte schoenen plofte ze op de bank. Het huilen stond haar nader dan het lachen.
Automatisch dacht ze aan haar carrière. Ze wist best dat Tollenaar haar als een bedreiging zag, maar ze had nooit gedacht dat de vent haar zo zou tegenwerken. Pesten op het werk, kwam overal voor, al had ze dit bij de politie niet in die mate gedacht. Ze keek op haar horloge. Bijna 11 uur alweer. Ze trok haar jas uit. In gedachten verwenste ze Tollenaar. Viel hij maar dood neer, dan was ze van hem af. Een beter salaris kon ze best gebruiken nu de buurt waarin ze nu al jaren woonde verloederde. Ze had er genoeg van om ook op weg naar huis op haar hoede te moeten zijn. Samenwonen vond ze maar niets. Na 3 relaties, waar de vriend telkens het zo manipuleerde dat ze voor het huishouden moest opdraaien, prefereerde ze het om alleen te wonen, maar wel in een betere buurt.
Bah, die mannenmaatschappij. Ze schonk zich nog eens in. Na een vierde glas viel ze in slaap.
De wekker maakte haar wakker. Als een haas nam ze een douche en kleedde ze zich aan. Met een dubbelgevouwen boterham in haar mond pakte ze haar fiets. Al etend fietste ze hard door.
Ze liep het politiebureau in. ‘Goedenmorgen jongens, nog nieuws?’ Ze schrok van de bedrukte sfeer en keek haar ondergeschikten vragend aan.
‘Weet je het nog niet?’
Sabine schudde haar hoofd. ‘Wat moet ik weten, hoe gaat het met onze kok?’
Johan kuchte even en sprak ernstig: ‘Die overleeft het wel, maar…’
‘Gelukkig. Zeg wat kijk jij…’
‘Tollenaar…’
‘Wat is er met hem, heeft hij een vrije dag genomen?’
‘Hij heeft nu eeuwig vrij.’
‘Wat bedoel je?’
‘Hij, eh, kreeg klokke 11 een hartstilstand.’
‘Wat zeg je. Dood?’
‘Yep, zo te zien zat je daar op te wachten.’
‘Oh God, zo had ik het niet bedoeld.’ Sabine hield haar hand voor haar mond en ze vroeg zich af of hij nog zou leven als ze hem niet zo hartgrondig had verwenst.
Johan overhandigde haar een brief. ‘Je moet bij de ouwe komen, onze hoogste baas.’
Sabine stond op. ‘Goed, ik ga meteen.’
Met lood in haar schoenen liep ze naar de kamer van Joris Eggenstein. Voordat ze zacht klopte rechtte ze haar schouders.
‘Binnen.’ Zij stem klonk bars.
Ze opende de deur en zag hem nog net een sigaar wegmoffelen.
‘Kom verder, en ga zitten. Je hebt vast al gehoord dat Tollenaar…’
‘Ja, inderdaad.’ Het woord vreselijk kon ze niet over haar lippen krijgen.
Eggenstein keek haar peinzend aan. ‘Ik weet heus wel wat zich hier afspeelde. Jammer dat je zo door Tollenaar werd behandeld.’
‘Ach…, maar waarom deed u niets?’
‘Ik moet hier een kantoor leiden en jullie menselijke problemen, kan ik daarbij niet hebben. Sorry.’
Sabine zuchtte.
Eggenstein pakte een dossier op en haalde daar zorgvuldig een papier uit dat hij op zijn bureau naar haar toe draaide.
‘Je krijgt de functie van Tollenaar. Je bent een prima kracht. Ik neem aan dat jij blij zult zijn met zijn salaris, dan kan je iets beters huren.’
Hij wees op het papier en maakte een gebaar op een lijntje waar ze moest tekenen.
‘Ik neem aan dat jij de tekst wel kent. Zodra je getekend hebt, ben jij nu hoofdcommissaris. Gefeliciteerd.’
Ze tekende als in trance en ze voelde niet de euforie die ze zich had voorgesteld bij deze promotie.
Hij stond op. ‘Dat was het. Dit gaat per vandaag in. Voor een feestje hebben we geen tijd. Trouwens prima dat jij die kok het leven hebt gered. Een fijne dag.’
Wat een anticlimax, maar goed, ze had nu de begeerde functie. Langzaam liep ze terug naar haar bureau. Ze scheurde de enveloppe open en moest even gaan zitten toen ze het bericht was. Tollenaars laatste woorden. Het speet hem dat hij haar zo had behandeld, maar hij wilde zijn gezag niet verliezen, temeer daar Sabine beter functioneerde dan hij zelf ooit had kunnen doen.
Ze liet de brief uit haar hand glijden en sloeg haar handen voor haar ogen.
De woorden van Johan ‘zo reageer je net zoals Tollenaar,’ schoten door haar hoofd. Ging ze zich ook zo gedragen?
Het zou niet meevallen om een uitstekende hoofdinspecteur te zijn en zich ook geliefd te maken bij haar ondergeschikten, maar ze wilde het proberen.
Ze liep naar de kantine waar Johan en Dirk zaten. Ze kuchte hard.
Dirk en Johan keken op.
‘Jongens, ik heb net de functie van Tollenaar gekregen. We moeten aan de slag. Hebben jullie de schroevendraaier al naar het lab gebracht om op vingerafdrukken te controleren?’
Ze zag een schaapachtige uitdrukking op het gezicht van Dirk.
‘Hum, ik zal hier niet over vallen, maar doe het meteen. Ik wil nog even zeggen dat ik erg mijn best zal doen. Ik verwacht hetzelfde van jullie en nog iets… Die brief… jullie mogen hem lezen. Ja, van Tollenaar. Ik hoop dat ik niet een zelfde gedragsfout ga maken, maar daarvoor heb ik jullie steun hard nodig. Deal?’
Beide agenten knikten. Johan pakte de brief al op en slaakte een diepe zucht voordat hij dit epistel aan Dirk gaf.